Rijkeluissupermarkt Marqt hangt van holle frasen aan elkaar. Dat begint al met die idiote naam. Wat nou markt met een Q? Verander de K door … Lees verder
Zet de Rabobank echt alles op alles voor haar klanten?
Bankiers staan er gekleurd op. Kille zakelijke cijferfetisjisten zijn het, of erger nog: graaiers die bereid zijn de hele wereldeconomie in het verderf te storten … Lees verder
Wat kan er eigenlijk precies in Almere?
Het is natuurlijk reuze leuk om een roze koek, creditcard, of politicus aan te prijzen, maar het allerleukste moet het toch zijn om een hele … Lees verder
Suiker past in een gezonde leefstijl?
Voor sommige holle frasen neem ik mijn hoed af. Van die frasen die niet op een onbewaakt ogenblik uit iemands mond zijn gevallen, maar die … Lees verder
Over kwaliteit valt niet te twisten
Als ik politicus was, wist ik het wel. Dan zou ik om de haverklap voor meer kwaliteit pleiten. Want kwaliteit, daar is iedereen voor. Maar … Lees verder
Waarom heeft sommige koffie een ‘Vinkje’?
Via Twitter ontving ik een foto van Janet Noome van een pak koffie met daarbij de vraag: ‘Kan ‘het Vinkje’ mij uitleggen waarom deze koffiebonen … Lees verder
Allernikserigste beroep van allemaal: de consultant
Twee jongens van De Correspondent hebben een tijdje geleden een boekje geschreven waarin zij betogen dat een vuilnisman meer zou moeten verdienen dan een bankier. … Lees verder
Mijn vader
Vergeef mij als ik een weinig sentimenteel overkom. Of vergeef het mij niet, dat is ook goed. Ik zal mij er weinig van aantrekken. Afgelopen zaterdag zou mijn vader, als hij niet veel te vroeg was overleden (maar komt de dood niet altijd te vroeg?) 77 jaar zijn geworden . Dat reken ik elk jaar weer uit. Waarschijnlijk doe ik dat over twintig jaar nog, als hij dus 97 geworden zou zijn.
Armoede, ongeluk, ziekte, .. ik wil het niet zien
Ellende zien we liever niet. Als kind van een jaar of acht zat ik met mijn ouders in een restaurant in een grote stad in het buitenland. We hadden een tafel aan het raam. Op een gegeven moment, we hadden net iets te eten gekregen, kwam er een haveloze man voor ons staan. Buiten.
Zijn kleren waren gescheurd, zijn haren waren als een koek op zijn hoofd geplakt en hij was vuil. Hij stond daar maar: zijn hoofd tegen het raam gedrukt, nu weer richtte hij zijn blik op ons eten, dan weer probeerde hij onze ogen te vangen met zijn eigen dieptreurige ogen. We kregen geen hap door onze keel.
‘Wilt u er misschien een muffin bij?’
Eén koffie.” ‘Wilt u gebruik maken van de ontbijtspecial? Voor maar twee euro krijgt u er een jus d’orange en een croissantje bij .’
‘Nee, dank u.’ Omdat ik de bui al voelde hangen, probeerde ik het zo kortaf mogelijk, op het bitse af, te zeggen. Misschien kon ik haar ervan weerhouden nog meer aanbiedingsmogelijkheden op te noemen.
Tevergeefs, zoals ik eigenlijk ook wel had verwacht: ‘Wilt u er dan misschien een muffin bij, of een koek, of een croissant? Dat kost maar een euro meer.’
