Door onverantwoordelijke burgemeesters en kroegbazen moet de horeca weer vroeg sluiten

TeunColumns & verhalen

qr-code corona qr-pas coronapas digitaal

Laatst zat ik te lunchen in een leuk cafeetje in Middelburg. Je kon er koffie bestellen met melk van dier én plant en naast de taarten met suiker en boter hadden ze ook glutenvrije en veganistische baksels. Een kleine Amsterdamse enclave in Zeeland dus. En de vergelijking met de hoofdstad hield daar niet op. Noch bij binnenkomst noch bij het opnemen van de bestelling werd om mijn QR-code gevraagd. Toen ik ernaar vroeg, vertelde de onbespoten ober dat zij die inderdaad niet controleerden, maar in plaats daarvan ‘aan de anderhalve meter deden’. Daar bleek niks van, want veel bezoekers zaten dicht opeengepakt, maar dan nog: waar haal je het idiote idee vandaan dat je als café-eigenaar zomaar eigen coronaregels kunt maken?

QR en de horeca

Uit een steekproef van Het Parool bleek dat de QR-codecontrole in mijn woonplaats Amsterdam bedroevend slecht is. Verslaggevers bezochten op verschillende tijden 120 cafés en restaurants verspreid over de stad. In 76 zaken (ruim 63 procent) werd niet om een coronapas gevraagd! Landelijk zouden klanten in 35 procent van de gevallen niet altijd een QR-code bij zich hoeven te hebben. Nog steeds een belachelijk hoog aantal. Zo dom. Door zich niet aan de regels te houden, hebben veel kroegbazen de ellendige vroege sluitingstijden over zichzelf afgeroepen.

Dat is niet alleen lullig voor ons, wij willen ook graag laat schransen en zuipen, maar ook voor de horeca-uitbaters die zich wel aan de regels houden. Zoals in mijn buurtcafé waar ze mij iedere keer weer om mijn QR-code vragen, terwijl ze van mij als vaste klant heus wel weten dat ik een coronapas heb. Zij moeten bloeden voor het labbekakkerige gedrag van hun collega’s. Hadden ze in de horeca een voorbeeld genomen aan de theaters, waar én QR-codes én identiteitsbewijzen worden gecheckt, dan zaten wij komend weekend ook na acht uur nog lekker in de kroeg.

Sommige burgemeesters

De laksheid van de horecajongens wordt in de hand gewerkt door de vreemd lankmoedige houding van sommige burgemeesters. Zo stond Paul Depla van Breda zaterdag toe dat cafés later dan acht uur open zouden zijn, omdat hij begrip voor hun situatie had: ‘Vanavond is er dan ook de ruimte voor de horeca in Breda om een statement te maken.’ Hoezo?

Eerder had Femke Halsema van Amsterdam al de indruk gewekt nauwelijks te zullen handhaven op de QR-codes voor de horeca. In de Volkskrant vertelde ze onlangs not amused te zijn met die indruk. Er was een media frenzy ontstaan en weet ik wat. Heel vervelend, maar ook na lezing van dit interview kan een café-eigenaar in Amsterdam alleen maar concluderen dat hij zich over handhaving nauwelijks zorgen hoeft te maken: ‘We hebben afgesproken dat de ondernemers zelf verantwoordelijk zijn voor de naleving van de maatregelen. We kunnen niet bij alle zevenduizend horecagelegenheden een bromsnor zetten.’ Tsja. Als deze crisis iets duidelijk maakt, is het dat gratuite oproepen tot verantwoordelijk gedrag weinig uithalen.

2G was niet nodig geweest

Het kabinet maakt nu plannen voor 2G-beleid. Dat gaat ver. Dat neigt naar uitsluiting van ongevaccineerden, ook al beweert Hugo de Jonge van niet. Onprettig. Dit was niet nodig geweest als de coronapas echt goed was gebruikt en gehandhaafd. Kroegbazen en burgemeesters hebben iets uit te leggen.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Dit kabinet is heel goed in excuses aanbieden. Het spijt ons, echt!

TeunColumns & verhalen

so sorry smiley verontschuldigen excuus

Sorry, sorry, sorry, het spijt ons. Echt! We staan er zelf soms ook van te kijken hoeveel leed wij u, onze burgers, hebben aangedaan. Het is gewoon bijna niet te bevatten dat je mensen zo veel pijn en verdriet kunt doen. Als ik uw verhalen hoor, dan krab ik me ook weleens achter de oren. Hebben wíj dit veroorzaakt? Ík? Dat besef doet gewoon pijn, snapt u? Misschien niet zo veel pijn als u heeft geleden, maar toch. Ook pijn. Ik hoop dat u dat weet en begrijpt. En voelt. Dat u als slachtoffer lijdt, maar wij als dader ook.

Het domme volk begrijpt het niet

Ik herinner mij nog goed hoe politici vroeger, voor mijn tijd, altijd alles gingen uitleggen. Als ze zetels hadden verloren of een impopulaire maatregel hadden genomen, dan gingen ze het land in om hun beleid uit te leggen. En niet zomaar uitleggen, maar ‘beter uitleggen’. Op zich snap ik dat wel. Ze waren overtuigd van hun eigen gelijk, hun plannen waren goed, alleen het domme volk (niet mijn woorden!) begreep het niet. Dus het lag nooit aan de verkeerde plannen of aan het verkeerde beleid, maar aan de uitleg van dat beleid. Als die beter was, zou het volk het eindelijk snappen, de maatregelen omarmen en zich weer achter de opzijgeschoven politicus scharen.

Nogmaals: ik snap dat. Het is ook bloedirritant als je je dag en nacht uit de naad werkt voor je landgenoten en je alleen maar stank voor dank krijgt. Dan wil je ze weleens door elkaar schudden: wanneer dringt het nou eens tot jullie botte hersenen door dat ik goed ben! Hartstikke goed! Als mens, maar ook als politicus en premier! Hou van mij, verdomme! Maar dat doe je natuurlijk niet. Dat zou toch allemaal verkeerd kunnen worden uitgelegd. Dat kan je de kop kosten. Dus gaan we tegenwoordig luisteren.

Excuses…

Luisteren en onze excuses aanbieden. Meer niet. Beloften? Kan, maar pas daar mee op! Liever gewoon het luisterend oor. Stel je eens voor dat je als eenvoudige Groninger van wie het huis verwoest is door de gaswinning, bezoek krijgt van de premier die jouw hele verhaal wil aanhoren? De premier en een stel ministers bij jou over de vloer, dat maakt indruk hoor!

Met die slachtoffers van de toeslagenaffaire precies hetzelfde. In de Tweede Kamer werd een documentaire over hun leed vertoond. Er waren een paar slachtoffers bij en ook een heleboel politici. Ik had die dag helaas iets belangrijkers, maar indrukwekkend was het wel. Heel veel politici boden hun excuses aan. Prachtig. Dat deden wij in Groningen ook. Diep door het stof gingen we. Dat is niet makkelijk, maar het moet. Het lucht op. Voor de slachtoffers, maar ook voor ons.

Wat wel pijn doet, is dat veel van die slachtoffers niet meer op onze excuses zitten te wachten. ‘Voor sorry kopen we niks’, zeggen ze dan. ‘Los de problemen eindelijk op.’ Hoe dan? Ik zou niet weten hoe. Zo cynisch en ondankbaar. Snap dan eens hoe moeilijk en knap het is als iemand van mijn statuur zo door de knieën gaat! Een nieuwe bestuurscultuur is leuk, maar dan moet het volk ook meewerken.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Help, nog jaren onder de Mark&Hugo-deken!

TeunColumns & verhalen

Hofvijver Binnenhof Torentje Den Haag foto door Michiel Jelijs

‘Nu doorpakken!’ Ik was het bijna vergeten, maar dat was dus echt de slogan waarmee het CDA de verkiezingen was ingegaan die 228 dagen geleden werden gehouden. Zelden, of liever: nooit, want we zitten in de langste formatie ooit, werd er door de Hoge Heren en Dames in Den Haag zo weinig doorgepakt als nu. In retrospectief klinkt de verkiezingsleus eerder als een wanhoopskreet.

Cynisch

Aanvankelijk werd er veel tijd verdaan omdat Jantje niet met Pietje wilde en Pietje niet met Marietje, terwijl ze er inhoudelijk best uit hadden kunnen komen. Ook de Doorpakpartij zelf was daar schuldig aan. Uiteindelijk besloten de Jantjes, Pietjes en Marietjes die voor de verkiezingen regeerden, het toch maar weer samen te gaan proberen. Moesten ze daar nu tweederde jaar demissionair voor wezen?

Ik vind het vervelend om bij mezelf te constateren, maar ik ben nog nooit zo cynisch geweest over wat er in Den Haag gebeurt als nu. Of liever: fatalistisch, lethargisch, onverschillig. Murw. Waar zijn die lui in hemelsnaam mee bezig? Ik haat dat gevoel, want ik hecht belang aan politiek. Ik ben altijd dankbaar geweest voor mensen die zich voor de publieke zaak willen inzetten. Het is stom om hen voor plucheplakkers en zakkenvullers uit te maken. Wees blij dat iemand die hondenbanen wil. Maar nu is het mij zwaar te moede.

De ergerlijk optimistische schoolmeester Hugo de Jonge

Sinds de verkiezingen lijken we langzaam in slaap zijn gesust. Misschien daarvoor al, met de (berekenende) val van het kabinet. We leven onder een klamme, alles verstikkende Mark&Hugo-deken. We glijden langzaam door de tijd. Niets verandert er meer, alles gaat zijn dodelijke gangetje. Nergens een sprankje hoop. Hugo de Jonge koerst ons de zoveelste coronagolf in. ‘De najaarsgolf’, zo is te lezen in een reconstructie in NRC,kwam ‘eerder en sneller’ dan waar het kabinet rekening mee had gehouden. Twee weken na de versoepelingen in september begon het aantal ziekenhuisopnames op te lopen. De capaciteit van de ziekenhuizen is overschat en er waren te positieve verwachtingen over het draagvlak voor en de handhaving van de overgebleven maatregelen.

Goh. De ergerlijk optimistische schoolmeester had net als alle vorige keren weer te hoge verwachtingen. Óf Hugo is echt zo, óf hij wil zo graag geliefd zijn dat hij het volk soms cadeautjes geeft als het geen tijd is voor trakteren. Beide is desastreus.

Gaaf land!

Het vorige kabinet had lak aan zijn inwoners. Met de toeslagenaffaire verwoestte het levens van eigen burgers op een ongekende schaal. Kinderen werden uit huis geplaatst. En nu blijkt dat de Belastingdienst jarenlang illegaal fraudelijsten bij heeft gehouden van ruim een kwart miljoen Nederlanders. Zonder dat die burgers het wisten en zonder dat er bewijs van misstanden was, konden ze zomaar een negatief vinkje achter de naam krijgen, waardoor ze verdere steun van de overheid wel konden vergeten. Wat een gaaf land!

Hoe kan het dat het kabinet dat zoveel leed onder de eigen bevolking heeft veroorzaakt straks weer terugkeert? Omdat de mensen die het goed hebben de ellende van de kleyne luyden niet belangrijk vinden. Als hun eigen comfortabele leefstijl maar niet in het gedrang komt. Maar pas op: bij een overheid die zich tegen de eigen bevolking keert, kan iedereen ooit aan de beurt komen. Ik ril onder de klamme deken.

CC-afbeelding: Dark clouds over Dutch parliament door Michiel Jelijs

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Eindelijk (een beetje) goed cultuurnieuws

TeunColumns & verhalen

water schenken in glas blauw

Na alle ellende over de cultuursector, las ik eindelijk ook goed nieuws. Daar waren we wel aan toe. Want de afgelopen jaren was het kommer en kwel in de kunsten. Dat komt voor een groot deel door de VVD, waar het officieel beleid is kunst te haten. Binnen de partij heb je er óf een oprechte hekel aan (dat is het makkelijkst) óf je houdt er stiekem wel van, maar probeert te voorkomen dat je wonderlijke culturele aberratie aan het licht komt. Je zou maar elitair overkomen, nietwaar? Over premier Rutte wordt gefluisterd dat hij van klassieke muziek houdt en weleens een boek leest, maar liever niet te veel aandacht daarvoor. Een fotootje bij De Toppers doet het beter.

Ik vrees dat de politieke inschatting dat het volk niet op liefdesverklaringen aan de kunsten zit te wachten, nog juist is ook. Toen de VVD-leider op Twitter een paar aardige woorden wijdde aan de overleden dirigent Bernard Haitink, kreeg hij voornamelijk gescheld van zijn volgers terug. Misschien zijn die reacties standaard, want er is ook veel waarover je bij Rutte ontzettend boos kunt maken. Maar je kunt in ieder geval constateren dat de liefde voor de klassieke muziek en respect voor de overleden maestro de premier en zijn volgers niet verbindt.

Zijlstra

In coronatijd kreeg de cultuursector grote klappen. Niet alleen omdat theaters zo lang dicht moesten blijven, terwijl voetbalstadions allang duizenden mensen mochten ontvangen. Maar ook om iets anders. in 2010 had de VVD de allergrootste kunsthater van het land staatssecretaris van Cultuur gemaakt. Hij deed regelmatig kond van zijn afkeer. Omdat hij veel moest bezuinigen (bijna een kwart van de kunstsubsidies gingen eraan), zag hij dat zelfs als een voordeel. Een lomperik.

Met Zijlstra liep het later niet goed af: hij moest aftreden als minister van Buitenlandse Zaken omdat hij had gelogen dat hij in de datsja van Poetin was geweest en verliet de politiek. Maar op de cultuursector had hij blijvende invloed. Die kreeg minder subsidie, moest dus, zoals ze dat in Den Haag noemen ‘de eigen broek ophouden’ en zelf voor meer inkomsten zorgen. En dat deden ze massaal. En wat gebeurde er tijdens corona? Instellingen die subsidie kregen, werden gecompenseerd door het Rijk, maar wie inmiddels voornamelijk op eigen inkomsten dreef niet. Een straf op goed gedrag dus.

L’eau pour l’art

Maar nu het goede en leuke nieuws. Het Amsterdamse theatercollectief De Theatertroep brengt een nieuw merk water op de markt: l’eau pour l’art, waarvan een groot deel van de opbrengst (minimaal 6 cent per liter) naar het Prins Bernhard Cultuurfonds gaat. Hiermee worden theatermakers, beeldend kunstenaars, filmmakers en muzikanten gesteund. Het idee is simpel: nu gaat een groot deel van de verkoop van drankjes in theaters en bioscopen nog naar frisdrankbedrijven en daar profiteert de sector nauwelijks van. Met een eigen watermerk dat in kunstinstellingen verkocht moet worden, lukt dat wel.

Ik heb nog wel wat vragen: waarom maar 6 cent? En ik snap natuurlijk dat je een mooi merk wilt creëren en dat je dat daarom flessenwater met een mooi verhaaltje erbij (‘afkomstig uit een bron in Engeland’) wilt verkopen, maar toch zouden we beter van die flesjes afkunnen. Kunnen jullie in al die theaters geen l’eau pour l’art van de tap verkopen? Ik zou het kopen.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Arme mensen krijgen een zandloper om korter te douchen

TeunColumns & verhalen

zandloper mens man zwart zand kamer vloer

Ik wil iets leuks. Iets leuks meemaken en daarover schrijven. Niet altijd dat gesomber. Maar overal zie ik ellende en droefenis. Ligt het aan mijn gemoed, mijn duistere blik of aan de werkelijkheid zelf, die zich door geen roze bril laat verfraaien?

Doorwaaiwoning

In een arme wijk in Den Haag bezocht ik een aantal bewoners van sociale huurwoningen waar het onderhoud meer dan achterstallig was. Eén van de bewoonsters, een stevige tante met het hart op de tong, legt met typisch Haagse humor (in Den Haag is die het beste van het land) uit dat zij geen doorzon- maar een doorwaaiwoning heeft. De wind giert onder de deuren en door het enkel glas en de verrotte kozijnen het huis binnen. De vloeren komen omhoog. Ze voelen koud aan. Het is donker binnen omdat de vrouw overdag de gordijnen dichthoudt tegen de tocht. Ze zit op de bank onder een deken.

Ze maakt zich zorgen over de winter. In een huis dat zo slecht is geïsoleerd, verlaat de warmte makkelijk het huis en komt de kou net zo eenvoudig naar binnen. Ze vraagt zich af of ze straks nog wel iedere dag kan douchen, nu de gasprijzen zo stijgen. Het enige pleziertje dat zij zichzelf gunt.

De huizen te slecht, de mensen te arm

Bij de buren hetzelfde verhaal. Een man met reuma laat mij de dikke truien zien die hij binnen draagt om de kou te trotseren. Iemand vertelt mij dat ze soms de keuze moet maken tussen warmte en een boterham. Anderen zijn net uit de schuldsanering, maar sluiten alweer leningen af om de energierekening te kunnen blijven betalen. De verlaging van de energiebelasting die het kabinet heeft aangekondigd, zal niet voldoende zijn. Omdat de huizen te slecht zijn en de mensen te arm.

Van de gemeente krijgen de bewoners een pakket dat ze moet helpen energiezuiniger te leven. Er zitten spaarlampen en tochtstrips in. En een zandloper om de douchetijd te verkorten. Meer kunnen we in dit rijke land niet doen.

Mooie woorden

In de Tweede Kamer werd de documentaire Alleen tegen de staat vertoond, waarin moeders die slachtoffer zijn van de toeslagenaffaire hun verhaal vertellen. In de zaal zaten de moeders en een aantal politici. Alles was pijnlijk aan de bijeenkomst. Dat Rutte en Hoekstra, toch medeverantwoordelijk voor dit enorme schandaal, niet het fatsoen hadden kunnen opbrengen om te komen. En dat de moeders lieten weten dat ze niet meer echt zaten te wachten op de blijken van respect en spijt van de aanwezige Kamerleden.

Allemaal leuk en aardig al die mooie woorden, maar régel nu maar eens dat ons leven weer (enigszins) op orde komt. Begrijpelijk, terecht en o zo pijnlijk.

Ik wil iets leuks

Op televisie werd een 50-urige dansmarathon uitgezonden. Een idee van miljardair John de Mol. In een ongezellige sporthal moesten mensen op muziek van B-artiesten proberen non-stop te dansen. Wie het langst op de dansvloer bleef (de lengte van pauzes werd bijgehouden) won een ton. Tegen het eind van de strijd waren de kandidaten er slecht aan toe. Ze hadden kramp, leken van de wereld, vielen flauw en werden per brancard afgevoerd. Een naar en wreed programma, dat het kijken niet waard was. Ik wil iets leuks.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Hoekstra geeft geen fuck

TeunColumns & verhalen

belastingparadijs tax heaven pandora papers wopke hoekstra

Een volwassen vrouw droeg een T-shirt met daarop de tekst ‘Zero fucks given’. Ze was misschien iets ouder dan ik. Dus iemand heeft bedacht dat een kledingstuk met zo’n tekst leuk is, laat er vervolgens in Bangladesh duizenden van maken en dan is er dus een vrouw die juist dit exemplaar uit het kledingrek trekt, past, afrekent en aantrekt. Er zit iets paradoxaals aan dit T-shirt: eigenlijk loop je ermee voor gek, maar omdat je geen fuck geeft, doe je dat juist niet.

Belastingparadijzen

Dit T-shirt lijkt mij ook wel iets voor Wopke Hoekstra, naar verluidt nog steeds CDA-leider en demissionair brokkenpiloot op Financiën. Iedereen weet hoe gek hij is op onflatteuze puberale kleren met opdruk en de tekst is geknipt voor hem. Wopke geeft namelijk geen ene fuck. De hele formatie zat hij er als een pruilerige puber bij. Hij was nergens enthousiast over, maar hij wist wel wat hij stom vond: linkse partijen. Twee daarvan in de coalitie vond hij ‘te veel’.

Nu is er ophef over Wopke. Hij zat met een paar vrindjes in een beleggingsclubje dat via een brievenbusmaatschappij op de belastingparadijselijke Maagdeneilanden investeerde in een wildpark in Afrika van weer een ander vrindje. Saillant detail: in de beleggingsclub zat ook een kerel die Hoekstra later heeft aangesteld als directeur van de ABN Amrobank. Over het old boys network hoeven we ons geen zorgen te maken. Toen Wopke zich moest verantwoorden in het parlement, ging hij maar meteen helemaal met de billen bloot: hij had ook nog een pensioen van consultant McKinsey dat via Guernsey loopt. Een ander belastingparadijs.

McKinsey geeft geen fuck

Over deze consultant, die over de hele wereld bedrijven adviseert die willen fuseren, afslanken of een andere manier de bedrijfsvoering efficiënter willen maken, schreef Jarl van der Ploeg een interessant artikel. Als er één bedrijf is dat geen fuck geeft, is het McKinsey wel. Het werkt voor dubieuze regimes en adviseerde de afgelopen jaren verschillende bedrijven en regeringen om, hoe zeg ik dat netjes, creatief om te gaan met overheidsgelden.

Ook was McKinsey betrokken bij de opiatenepidemie waaraan sinds 1999 400.000 Amerikanen overleden. Zo adviseerde het een farmaceutisch bedrijf om een pijnstiller die vijftig tot honderd keer sterker was dan morfine, specifiek te richten op ‘patiënten met een hoog risico op misbruik’. Daar lag volgens McKinsey een ‘kans’.

Tweedeling

Voor superrijken is de wereld een speeltuin die ze naar eigen behoefte kunnen inrichten, zonder zich iets aan te trekken van het gepeupel. Ze maken gebruik van privéziekenhuizen en sturen hun kinderen naar de beste particuliere scholen om ook de volgende generatie een onoverbrugbare voorsprong te geven. De tweedeling tussen de haves en de havenots wordt zo steeds groter. Creatief boekhouden helpt daarbij: een constructietje hier en een maas in de belastingwet daar, allemaal kansen.

De superrijken vinden dat hun succes puur en alleen hun eigen verdienste is, dus waarom zou je overheden steunen door belasting te betalen? Dat doen alleen sukkels. Vaak investeren ze voor hun ego en geweten (die vallen bij hen vaak samen) een deel van dit dubieus verdiende geld in een goed doel dat hun naam draagt. Applaus!

Deze mentaliteit leeft ook al een tijdje binnen ons landsbestuur. Kijk maar naar het dividendbelastingdebacle, Cora van Nieuwenhuizen die lobbyist werd en nu dus ook Wopke. Het wordt tijd een fuck te gaan geven.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Aan langs de zijlijn zwelgen in het eigen gelijk heeft niemand wat, beste Jesse Klaver

TeunColumns & verhalen

teleurgesteld jesse klaver groenlinks zonnebloem gebroken glas

Beste Jesse,

Je bent boos en teleurgesteld, en dat snap ik. Het is toch ongelooflijk dat we nu met hetzelfde kabinet zitten opgescheept dat vlak voor de verkiezingen was afgetreden vanwege de toeslagenaffaire? Ja, tuurlijk. Het kabinet had bij die verkiezingen zelfs zetels gewonnen en had dus een mandaat om verder te gaan, maar kom op nou! Zo verandert er toch niets? Nieuwe bestuurscultuur met dezelfde ploeg, maak dat de kat wijs. Zeker als de onbetrouwbare opportunist Mark de boel weer gaat leiden. Die gaat dus gewoon weer onderhandelen met mensen die hem helemaal niet meer moesten. Met Gert-Jan van de ChristenUnie, die het niet geloofwaardig vond ‘als de man die verantwoordelijk is voor die cultuur, het kabinet gaat leiden dat die cultuur juist moet veranderen’. En met Sigrid ‘hier scheiden onze wegen’.

Totaal afhankelijk van Sigrid Kaag

Had ik niet over haar moeten beginnen, Jesse? Te vers? De wonden nog te diep? Juist Sigrid heeft je teleurgesteld. Zij was immers de vrouw die jou en Lilianne het kabinet in zou loodsen. Jullie wilden zó graag meedoen! Vooral jij, bleek uit eerder gepubliceerde gesprekken die je in de ‘Omtzigt, functie elders’-periode met de verkenners had gevoerd. Je was zo makkelijk! De veestapel halveren? Niet per se. Het klimaat? Dat hebben ze in Europa al grotendeels geregeld. En weet je nog dat je bij de formatie in 2017 afhaakte, omdat met de Turkijedeal een ‘morele ondergrens’ zou zijn bereikt? Nu was je niet van plan ‘om het migratievraagstuk op te spelen’. Zelfs met Mark, tegen wie je eerder een motie van wantrouwen had gesteund, wilde je toch weer in zee. Je was een andere Jesse geworden. Een mak lammetje. Een politicus zonder morele ondergrens. Je was tot alles bereid, als je maar mocht regeren.

Alleen moest dat wel met Lilianne van de PvdA. Links zou zich niet uiteen laten spelen. Samen zouden jullie sterker staan. Maar er was een probleem: voor de meerderheid in de kamer waren jullie niet allebei nodig. Dat maakt het lastig om andere partijen te dwingen jullie allebei te accepteren. Nog een probleem: CDA en VVD wilden het niet. En dus was je totaal afhankelijk van Sigrid. Jullie hadden gedrieën met een speld in de vinger geprikt en een bloedverbond getekend. Samen tot het bittere eind. En nu had die verdomde D66-voorvrouw jullie verraden. Ze zag dat ze jullie er niet door kreeg bij de rest en ze koos eieren voor haar geld. Fraai? Nee. Begrijpelijk? Ook.

Teleurgesteld

Jesse, ik snap dat je boos en teleurgesteld bent. Maar kijk ook even naar jezelf. Wat ben jij slecht in formeren. Je hebt twee formaties op rij verklungeld! Die linkse samenwerking ná de verkiezingen was natuurlijk niet handig, hè? Al was het maar omdat GroenLinks-stemmers het niet hadden zien aankomen. Ga of samen de verkiezingen in – fuseer voor mijn part – of ga je eigen weg. Met het niet loslaten bereikte je niets. Als je het slimmer had gespeeld – bij de Algemene Politieke Beschouwingen was je lekker bezig – was je nu klimaatminister en had je het kabinet een stuk progressiever kunnen maken. Daar hadden het land, je partij en je kiezers meer aan gehad. Aan langs de zijlijn zwelgen in het eigen gelijk, heeft niemand wat.

Beste Jesse, ik ben teleurgesteld.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Het antisemitisme is terug van nooit weggeweest

TeunColumns & verhalen

Holocaust Namenmonument (Amsterdam) CC foto Christian Michelides

Het antisemitisme is terug van nooit echt weggeweest. In een paar weken tijd hadden we Baudet die het begrip Holocaust tussen aanhalingstekens plaatste, dus ‘Holocaust’, alsof we de vernietiging van de Joden in de Tweede Wereldoorlog met een korreltje zout moeten nemen, de jongeren op Urk die met nazi-uniformen rondliepen (en vooralsnog alleen vervolgd worden voor verboden wapenbezit) en de mensen die met Jodensterren op demonstreren tegen de coronamaatregelen.

Of het in alle gevallen om antisemitisme gaat, of ook om stuitende domheid of moedwillig shockeren met symbolen van de verschrikkelijkste genocide uit de geschiedenis, doet er niet echt toe. Het is onsmakelijk en ongepast en moet worden aangepakt.

Holocaustmonument

Sommige mensen voelen zich niet meer genoodzaakt met een zekere gevoeligheid en respect over de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging te praten. Baudet, hij weer, meende dat Joden de Tweede Wereldoorlog niet kunnen claimen, omdat die ‘niet in handen is van een specifieke groep’. Een smerige insinuatie. Terecht antwoordden Joodse organisaties dat zij niks claimden, maar dat zij bepaalde herinneringen hebben.

Ook bij het bekijken van de documentaire Lezecher: De lange strijd voor een holocaustmonument, kreeg ik een nare smaak in de mond. Door bezwaren van buurtbewoners kostte het de voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité en initiatiefnemer Jacques Grishaver vijftien jaar (!) om het monument met ruim 102.000 namen van Nederlandse slachtoffers van de Holocaust geplaatst te krijgen. Drie keer zolang als de Duitse bezetting van Nederland. De eerste locatie ging niet door vanwege protesten van buurtbewoners en ook tegen de tweede kwam de buurt in verzet. Het monument zou te groot zijn, zou bussen met toeristen aantrekken en er zouden bomen voor moeten worden gekapt.

De bezwaarmakers woonden allemaal niet direct in de straat van het monument. Één protesteerde al tegen de eerste locatie en ging toen er een nieuwe plek was aangewezen ijzerenheinig verder met bezwaar maken. Alsof het monument er überhaupt niet mocht komen. We zagen anderen die vreesden dat ze straks misschien in een file zouden komen te staan als ze vanuit hun zijstraat de straat in zouden rijden waar de ruim 102.000 namen van de slachtoffers van de nazi’s vereeuwigd zouden zijn. Er was een man die klaagde over de gevolgde procedure en er was een onsympathiek artistiek echtpaar in zwarte truien dat in de beste Nederlandse profiteurstraditie plotseling met een eigen ontwerp op de proppen kwam. Grotendeels onder de grond, zodat die rottige Jodenvervolging niet al te confronterend zou zijn.

Uitermate pijnlijk

Uiteraard waren alle betrokkenen heus wel voor een monument. Zeiden ze. Alleen niet hier. Ze procedeerden van rechter naar hoger beroep, naar Raad van State. Tot het gaatje. Met een verbeten trek verschenen ze voor de camera. Dat ze voor hun recht streden. Alsof ze een parkeergarage wilden tegenhouden, of een lawaaiige bar-dancing. En niet een monument met ruim 102.000 namen van vermoorde nazi-slachtoffers.

Uitermate pijnlijk. Ook omdat de meeste van die bewoners, zoals in de documentaire werd opgemerkt, in huizen woonden waaruit de Joden in de Tweede Wereldoorlog zijn weggehaald om vermoord te worden. Zouden die mensen dat nou niet weten, niet voelen of zou het ze gewoon geen lor kunnen schelen?

In Nederland is het antisemitisme terug van nooit weggeweest.

CC foto: Holocaustnamenmonument in Amsterdam, Christian Michelides, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Arme sloeber, we moeten je niet, je bent niet zoals wij: mooi, rijk en geslaagd in het leven

TeunColumns & verhalen

geld clown rijk lachen

Beste arme drommels,

Het is vervelend om te zeggen, maar Nederland moet jullie niet meer. Jullie zijn niet zoals wij: mooi, rijk en geslaagd in het leven. Stel je eens voor: je hebt een plaatsje bemachtigd in een super hot restaurant waar je alleen maar met veel geluk of de juiste connecties binnenkomt. Je hebt een tafeltje aan het raam en dan staat er vanaf buiten iemand als jullie je aan te gapen. Hij kijkt je hongerig aan en begint misschien wel te schreeuwen. Dat hij ook wijn en kreeft wil. Of alleen maar een stukje brood. Zo onbeschaafd. Dat ontneemt je meteen de eetlust.

Kun je je voorstellen hoe onprettig dat is? Waarschijnlijk niet, haha. Maar toch. Wij willen met onze privileges, die we toch verdomme ook met onze eigen handen hebben opgebouwd, niet worden geconfronteerd met de misère van anderen. Als jullie in onze designerschoenen hadden gestaan, wat had gekund als je beter je best had gedaan, dan hadden jullie al die minderbedeelden ook liever niet gezien.

Wij zijn winnaars

Ooit waren we nog geitenwollensokkenboomknuffelaars. We gingen prat op ons sociale vangnet, pleitten voor internationale solidariteit en ontwikkelingssamenwerking en zwaaiden weleens met een irritant vingertje als andere landen zich niet aan onze hoge standaarden hielden. Die tijden zijn gelukkig voorbij. Neem het WK in Qatar. Dat daar bij de bouw van de stadions duizenden doden zijn gevallen, kan ons niks schelen. We gaan er gewoon heen. The show must go on, hè. Vlak voor een kwalificatiewedstrijd tegen Noorwegen ontvouwden de Noren een spandoek om aandacht te vragen voor de mensenrechtensituatie in de golfstaat. Wij deden niks. Onze jongens moesten zich zo vlak voor de wedstrijd niet laten afleiden.

Kunst vonden we ooit ook best belangrijk. Aandacht voor cultuur was een teken van beschaving. Nu niet meer. Die arme sloebers met hun hobby’s hadden maar een vak moeten leren. Dan autoracen! Dát vinden we leuk. Lekker scheuren en ook nog eens bubbels drinken met prinsen, huisjesmelkers en captains of industry. Ons soort mensen. We spuiten zelfs zomaar hele flessen champagne leeg. Zo in de lucht. Zo duur, daar kunnen jullie je nog niet eens een paar druppels van veroorloven. Lachen, man. Wij zijn winnaars.

We geven niks om jullie

Sommige van jullie losers, excusez le mot, zijn slachtoffers van de toeslagenaffaire. Veel van die slachtoffers hebben geen gewone Hollandse naam, maar een vreemde buitenlandse. Die moeten wij hier in Nederland al helemaal niet. Onze overheidsdiensten hebben hen zozeer gewantrouwd en gediscrimineerd dat ze eraan kapot zijn gegaan. Geruïneerd, alles kwijt. Vinden wij helemaal niet erg. De partij die haar leider hierom de laan uitstuurde, de PvdA, verloor de verkiezingen. De partijen uit de regering (die vlak voor de verkiezingen pro forma haar ontslag aanbood) wonnen. Ze regeren nog altijd demissionair. In een ingezonden brief legde iemand uit waarom hij op de VVD stemde. Hij had een koophuis en nooit een probleem gehad met overheidsinstanties. Dit zijn wij.

Dertigers die nog bij hun ouders wonen, flexwerkers die nauwelijks kunnen rondkomen van drie baantjes, en Afghanen en Nederlanders die Afghanistan uit willen, we geven niks om jullie. Ons gaat het goed. Als de economie stijgt, profiteren jullie daar niet van, maar wij wel. Daar zorgt onze leider wel voor. Wij stemmen Mark Rutte.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Onze overheid is zo bang dat ze niet durft op te roepen minder vlees te eten

TeunColumns & verhalen

Blij varken

Het is geen fraai gezicht als de overheid bang is voor haar burgers. Nu weer die campagne ‘Iedereen doet wat’. Een naam om spontaan de kriebels van te krijgen, maar dat komt straks. Die campagne moet ons (eenvoudige burgers en consumenten) aansporen tot een duurzamer levensstijl: minder vliegen, huis isoleren, verantwoorder eten. Je kent het wel. Ook ons voedsel moet anders: meer in het seizoen eten en minder verspilling. Gek genoeg komt één van de belangrijkste en eenvoudigste gedragsveranderingen niet in de campagne voor: minder vlees eten.

‘Te politiek gevoelig’

Terwijl het inmiddels wel vaststaat dat de enorme hoeveelheden karbonades, kipfilet en boterhammenworst die we naar binnenwerken niet gezond zijn voor onszelf en zeker niet voor onze planeet. Als iedereen zijn karbonade een dagje per week zijn zou inruilen voor een vegetarische curry of een pasta met groentesaus, of desnoods dierengehakt zou vervangen door een vegetarische variant, dan zou dat enorm helpen om de klimaatverandering aan te pakken.

Het Voedingscentrum heeft minder vlees eten daarom bovenaan de lijst van maatregelen staan om het eetpatroon te verduurzamen. Het stelde voor om dit ook op te nemen in ‘Iedereen doet wat.’ Toch gebeurde dit niet, omdat, zo stond afgelopen week in deze krant te lezen, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) er niet aan wilde. Het zou ‘te politiek gevoelig zijn’ en ‘een maatregel die controverse oproept.’

Voor welke controverse en voor wie het te gevoelig ligt, vertelt het verhaal niet. Bij de kiezers die vinden dat elke dag gehaktdag een mensenrecht is? Of bij de boeren die zich toch al in een hoek gedrukt voelen en weinig enthousiasme kunnen opbrengen voor het overheidsbeleid? Zouden ze bij LNV bang zijn dat de tractors weer komen? Of is de boerenlobby bij het ministerie, ondanks het geklaag van de sector, nog springlevend?

‘Iedereen doet wat’ klinkt gezellig

Hoe dan ook: het is intens treurig dat een overheid zo bang is voor controverse, dat ze de belangrijkste aanbeveling voor gedragsverandering uit haar publieke voorlichting schrapt. Zelf zegt het ministerie dat er bewust voor is gekozen burgers te enthousiasmeren kleine stappen te zetten naar duurzaamheid. Kleine stapjes! Alsof klimaatverandering nog steeds iets van de verre toekomst en overstromingen en bosbrandende planeet niet nu al teisteren. Er moet nu iets worden gedaan, met zo groot mogelijke stappen.

Dit is ook de reden voor de eerder genoemde kriebels. ‘Iedereen doet wat’ klinkt gezellig. Allemaal een schoudertje eronder, iedereen een klein stapje en het komt goed. Wij (eenvoudige burgers en consumenten) moeten het zelf oplossen. Dat is de neoliberale truc die inmiddels op alle (ethische) thema’s wordt toegepast: doe het lekker zelf! Isoleer je huis en koop verantwoorde waar, dan komt het goed. Jij bent zelf verantwoordelijk en overheden en bedrijven blijven buiten schot. Dat is makkelijk voor bedrijven en overheden en bezorgt ons een permanent schuldgevoel, want helemaal goed doen we het natuurlijk nooit. Maar vooral is het niet effectief. Er zijn ongelooflijk veel juiste individuele keuzes nodig om verandering af te dwingen. Om dat beter en effectiever te organiseren hebben we nu juist een volksvertegenwoordiging en een regering die namens ons grote maatregelen kan nemen die werkelijk effect hebben. Maar als een oproep om minder vlees te eten al te controversieel wordt gevonden, dan is werkelijk beleid, zoals een vleestaks, nog heel ver weg.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal