Corona heeft hoe dan ook gewonnen

TeunColumns & verhalen

corona virus covid-19

‘En wat nu als er een lockdown komt?’ Er viel een stilte. ‘O, vanwege corona, bedoel je?’ We lachten een beetje. Ik zou over een paar weken een lezing gaan geven en de organisator hield er alvast rekening mee dat het gevreesde virus roet in het eten zou gooien: ‘Want dat is best reëel.’ ‘Nou, dan gaat het niet door en zien we wel of het een andere keer kan.’ Vrolijk beëindigen we de telefonische vergadering.

Hamsterende Italianen

Op het journaal zagen we Italianen in een lange rij voor de supermarkt. Groepje voor groepje mochten ze de winkel in om te hamsteren. Het was misschien wel hun laatste kans in lange tijd om aan eten te komen. Mijn vrouw vroeg zich af of wij dat ook moesten doen, nu het nog kon. Stel dat de winkels zouden leegraken door paniek? Voorlopig houden we ons hoofd koel.

Barstend van de corona

Ik woon in een buurt met veel kakkers. Die gaan allemaal op wintersport. Kennelijk was Noord-Italië dit jaar de place to be. Goede sneeuw, uitstekende après-ski én barstend van de corona. Nu zijn ze terug. Bij elk hoestje in het buurtcafé kijk ik toch even of iemand zo’n onnatuurlijke bruine wintersportteint heeft. Profileren voor de eigen veiligheid.

Een vriendin van mijn dochter was op vakantie in een plaatsje geweest waar iemand aan corona was overleden. Kan zij dan wel gewoon naar school? Als typische Nederlander wil ik beleid. Er komt een mail: ‘Het RIVM meldt dat leerlingen, ouders en personeelsleden die in besmette gebieden zijn geweest gewoon naar school of werk mogen komen, zolang zij geen symptomen vertonen die horen bij coronavirus.’

Op het werk gaat het er strenger aan toe. Een medewerker moet twee weken thuisblijven omdat hij in Lombardije was geweest. Toen bekend werd dat corona Tilburg had bereikt, werd een stagiair naar huis gestuurd. Zij had daar carnaval gevierd en kende een vriend van de zoon van de patiënt heel goed. Een cameraploeg mocht niet naar Duitsland omdat ze daar weleens besmet zouden kunnen raken.

Diemen

En toen kwam Diemen. Daar woon ik bijna. Wat betekent dat dan voor de buitenlandse reizen? Diemen is dichterbij dan Duitsland. Misschien willen de Duitsers ons nu niet meer. We zijn nu zelf afkomstig uit een risicogebied. Mijn beste vriend appte vanuit Marokko waar hij op vakantie is, over zijn coronazenuwen: ‘Het voelt heel gek om vanuit hemels en zonnig coronavrij Marokko terug te vliegen naar grauw besmet Diemen.’

Bij HC Diemen, de hockeyclub van mijn dochter, mogen er voor de wedstrijden geen handen meer worden geschud. Heeft dat zin? Van het RIVM moeten we onze handen wassen en niezen in onze elleboog. De contacten van de patiënten worden allemaal nauwkeurig nageplozen. Maar kan dat? Ik ken bars in Amsterdam waar mensen in het weekend op elkaar gepropt staan. Daar is nog geen millimeter om te hoesten of niezen volgens de voorschriften. Wie weet of daar geen coronalijder tussen zit?

Corona heeft hoe dan ook gewonnen

Moeten we niet meer naar die cafés gaan? Of moeten we niet toegeven aan paniek en is die paniek voorlopig schadelijker dan het virus zelf? De beurzen zitten flink in de min, mensen verliezen een hoop geld en zaken dreigen failliet te gaan. Corona heeft hoe dan ook gewonnen.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Goed dat de sigarettenverkoop wordt ingeperkt

TeunColumns & verhalen

sigarettenverkoop omzet

Supermarkten zijn tabakszaken die ook nog wat voedsel verkopen: handelaars in levens- en doodsmiddelen dus. Dat wist ik niet. Maar nu een meerderheid in de Tweede kamer voor een verbod op de verkoop van tabak in supermarkten en tankstations blijkt te zijn, komt dit opeens aan het licht. Nieuws heeft soms leuke bijvangst.

Sigarettenverkoop

Hierover lees ik in het AD,  dat de afgelopen dagen veel over deze tabaksban heeft gepubliceerd, veel interessante cijfers. Zo zijn de omzetcijfers van tabak in supermarkten de afgelopen jaren alleen maar gestegen: ‘In 2018 werd de ‘magische grens’ van 2 miljard euro gepasseerd. Vorig jaar kwam daar alweer 62 miljoen bij: tabak bracht bijna 2,1 miljard in de kassa. Dat is 6,2 procent van de omzet, net zo veel als bijvoorbeeld verse groente.’ Die hele groente-afdeling brengt dus net zoveel op als die sigarettenpakjes die achter de kassa worden verkocht! Ook interessant: in de jaarlijkse Merken Top 100 van Foodmagazine staat Marlboro steevast op nummer 1. Het merk is goed voor 477 miljoen euro.

De NS heeft onlangs aangekondigd de verkoop van sigaretten op stations te gaan stoppen. En nu moeten de supermarkten en tankstations er dus ook aan geloven. Dit zijn juist de plekken die laagdrempelig zijn, waar mensen toch al veel tijd doorbrengen en waar verveling voor de tabaksverslaafde makkelijk leidt tot impulsief even snel een pakje sigaretten kopen. Geen wonder dat de overheid juist op deze plekken de verkoop van tabak wil tegengaan.

Belangenverenigingen

De verschillende belangenverenigingen zijn boos. Zo pleit Ewout Klok van de tankhouders, én voorstander van de verkoop van alcohol bij tankstations, voor preventie en bewustwording en de verantwoordelijkheid van de koper zelf: ‘Het lijkt wel een staaltje symboolpolitiek naar de buitenwereld, zo van: kijk ons eens goed bezig zijn. Maar intussen laten ze wel hardwerkende ondernemers aan hun lot over.’ De tankhouders vinden de maatregel extra oneerlijk, omdat ‘zij in een branche werken waar amper kinderen komen’, directeur René Roorda van de supermarktbrancheorganisatie heeft het over ‘onfatsoenlijk bestuur’ en de Vereniging Nederlandse Sigaretten- en Kerftabakfabrikanten (VSK), vindt de plannen ondoordacht en heeft grote zorgen: ‘Mocht het straks inderdaad zo zijn dat je daar geen sigaretten meer kunt kopen, dan zullen klanten massaal naar de tabakswinkels gaan. De kans is aanwezig dat die speciaalzaken overspoeld zullen worden met veel mensen en dat niet aankunnen.’

Jan Willem Burgering van de tabakswinkels is gek genoeg ook niet blij, omdat hij bang is dat tabakshandels straks vergunningen moeten hebben waardoor ze alleen nog maar tabak mogen verkopen en niets anders. Het gevolg: ‘Straks gaat de roker in het buitenland zijn rookwaren voor een heel jaar inslaan.’

19.000 tabaksdoden per jaar

Al deze argumenten maken weinig indruk. Waarom hameren zoveel verkopers van slechte waar op voorlichting? Omdat ze weten dat die niet werkt. Anders zouden ze er wel tegen zijn. Er sterven jaarlijks 19.000 mensen in Nederland als gevolg van roken. Daar zijn harde maatregelen voor nodig. Dat dit inkomsten kost voor pomphouders en supermarkten is heel vervelend en misschien is daar compensatie mogelijk, maar dat is geen argument om zo veel mensen te laten sterven. Wie per se wil roken, gaat maar naar een speciaalzaak. Dat is pas een echt bewuste keuze. Bij de minder gemotiveerde rokers kunnen we sigaretten beter uit de buurt houden.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Minister De Jonge, stop met de zonnebank

TeunColumns & verhalen

zonnebank solarium

Beste Hugo de Jonge,

U gaat om de week onder de zonnebank, omdat mensen anders drie keer op een dag zeggen dat u er beroerd uitziet: ‘En dan ga je je na een tijdje ook zo voelen. Dat kun je beter voor zijn.’ Heel begrijpelijk. Om die reden heb ik dat zelf ook een tijdje gedaan. En eerlijk is eerlijk, het deed wonderen.

Alleen al om midden in mijn winterdip even de kou en de duisternis te ontvluchten en een kwartiertje de warmte op mijn huid te voelen, was heerlijk. Ik voelde mij beter en ik zag er niet meer permanent doodmoe uit, maar juist energiek en gezond. Alleen is het helemaal niet gezond. Je kunt er kanker van krijgen. Daarom ben ik met die zonnebanken gestopt. En dat zou u ook moeten doen, geachte minister van Volksgezondheid.

Zonnebank verbieden

U geeft met uw zonnebankhoofd een totaal verkeerd signaal. Dat zagen we onlangs in een wonderlijke uitzending van de talkshow OP1, waarin een professor van het Integraal Kankercentrum Nederland het moest opnemen tegen de eigenaresse van een zonnecentrum. De professor, Peter Huijgens, kwam met angstwekkende cijfers. Huidkanker is de meest voorkomende vorm van kanker in Nederland, jaarlijks zijn er 70.000 nieuwe gevallen in Nederland, waarvan 20.000 mensen de gevaarlijkste vorm krijgen.

De professor pleitte daarom voor een verbod op de zonnebank. Dit zou tot een halvering van het aantal nieuwe gevallen van huidkanker kunnen leiden.

‘Met alle respect…’

De uitbaatster van het zonnecentrum was het niet met hem eens: ‘Met alle respect… ik denk dat deze meneer echt wel weet waarover hij praat, maar…’, waarop zij haar eigen wetenschappelijke informatie begon voor te lezen. Toen ontspoorde het gesprek op een manier die we in het huidige fakenewstijdperk wel vaker zien.

De professor probeerde duidelijk te maken dat hij het recentste onderzoek over dit onderwerp heus wel kende en dat het algemeen aanvaard was dat zonnebankbezoek leidt tot huidkanker. Presentator Sander Schimmelpenninck riep blij dat het wel het klimaatdebat leek, waarop presentatrice Welmoed Sijtsma de discussie afkapte met: ‘Het is minder interessant wat wel of niet per se waar is.’

De huidkankerspecialist sputterde dat het daar nu juist wél om gaat. Ook de aanwezige oud-hoofdredacteur van De Telegraaf en Stem des Volks, Sjuul Paradijs, deed nog een duit in het zakje: ‘U bent ondernemer en u wordt in de hoek gedrukt door deze meneer en wij weten niet of deze meneer wel gelijk heeft.’ Wat een tijd.

Stop vandaag nog met de zonnebank

Beste Hugo, tijdens dit gesprek werden beelden van u getoond, waarin u toegaf regelmatig in het tosti-ijzer te liggen. U werd medestander van de zonnebankbranche genoemd. Dat is toch pijnlijk? Als minister van Volksgezondheid ben je er om de volksgezondheid te beschermen. Om artsen en wetenschappers te steunen die daar ook voor opkomen en onzinverhalen ontkrachten die tot ziekmakend gedrag kunnen leiden. Om te strijden tegen kanker. Maar dat kunt u niet, omdat u er niet vermoeid wil uitzien.

Mijn advies: slaap wat langer, doe aan yoga, mediteer, neem af en toe een massage en smeer u desnoods in met een bruiningscrème zonder rotzooi. Stop vandaag nog met het bezoek aan de zonnebank, maak dat publiekelijk bekend en ga praten met wetenschappers die verstand hebben van huidkanker. Dank.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Composteerbaar klinkt leuk, maar je bewijst het milieu er geen dienst mee

TeunColumns & verhalen

Stel je hebt een kinderfeestje of een picknick in het park en je wilt een beetje verantwoord uit de hoek komen. Dan zou je je zomaar aangetrokken kunnen voelen tot bekertjes, bordjes en messen die zijn gemaakt van bioplastic – dus niet van aardolie, maar van bijvoorbeeld mais of rietsuiker.

‘100 procent composteerbaar’

Geen fossiele brandstoffen, dus goed voor het milieu. Vaak worden ze ook nog aangeprezen als ‘100 procent composteerbaar’. Dat is helemaal mooi want dan vergaan ze dus vanzelf, net als blaadjes, eierschalen en groenteschillen. Geen zwerfvuil en geen plasticsoep dus. Met die gedachte zou je zelfs in de verleiding kunnen komen het hele composteerbare servies na de picknick gewoon in de bosjes te mikken.

Precies dat vertelde een verkoper van composteerbare wegwerpregenjassen –hoe bedenk je het – mij aan de telefoon: dat je de plastic jasjes na gebruik gewoon in de berm zou kunnen slingeren. Ze zouden vanzelf ontbinden in factoren.

Flauwekul

Dat is niet alleen asociaal, maar ook flauwekul. Al die composteerbare producten – dit geldt ook voor de verpakkingen van bioplastic die je wel in de supermarkt aantreft – vergaan niet vanzelf in de vrije natuur. Het is gewoon zwerfvuil dat de natuur ontsiert en waar vogels en andere dieren in kunnen stikken.

Ook op de eigen composthoop in de tuin vergaat het spul niet goed. Bedrijven zien het begrip ‘composteerbaar’ kennelijk anders dan de argeloze consument. Hun verpakkingen composteren onder normale omstandigheden niet zoals tuinafval en groente- en fruitresten.

Slechts in theorie composteerbaar

Maar vanwaar dan die claim ‘100 procent composteerbaar’? Dit is een beetje gek. Bedrijven die deze claim hanteren, baseren zich op een Europese norm die zegt dat een product binnen twaalf weken moet vergaan in een professionele compostinstallatie. Waar die twaalf weken vandaan komen, is volstrekt onduidelijk. Hier in Nederland draaien die compostinstallaties bijvoorbeeld helemaal niet zo lang. Een cyclus waarin van groente- fruit- en tuinafval compost wordt gemaakt, is vier tot zes weken lang. Dan is het zwarte goud klaar om over de tuin te worden gestrooid.

De industrie werkt dus met een norm die niet aansluit op de praktijk. Hun verpakkingen zijn in de theorie composteerbaar, maar in de praktijk niet. Je moet ze dus ook niet bij het gft aanbieden. De afvalverwerkers verbranden de bioplastics. Dat weten die fabrikanten zelf ook wel, maar als ze klanten een goed gevoel kunnen geven en er zelf geld aan kunnen verdienen, waarom zou je dan slapende honden wakker maken?

Neem je eigen beker mee

Veel bedrijven hebben verantwoorde, composteerbare koffiebekertjes. Wij bij de omroep ook. We doen ze in een aparte afvalbak en ze worden gescheiden aangeleverd. Voor het televisieprogramma De Monitor, dat maandag wordt uitgezonden, onderzochten we wat ermee gebeurt. Wat blijkt? De afvalverwerker gooit de zorgvuldig gescheiden bekertjes bij het restafval en verbrandt ze.

Het kan nog erger: de Rijksoverheid denkt haar afbreekbare bekertjes – 85 miljoen per jaar! – op een verantwoorde manier te laten verwerken. Er zou wc-papier van worden gemaakt. Maar wat blijkt nu? Ze gaan gewoon de oven in. Volgens afvalverwerker Renewi omdat de bekers ‘te vies’ zijn. De overheid is geschokt door deze ontdekking en wil nog niet op het nieuws reageren, omdat het nog ‘te vers’ is.

Composteerbaar klinkt leuk, maar je hebt er weinig aan. Neem allemaal een eigen beker mee naar je werk, gebruik hem jaren en je bewijst het milieu pas echt een dienst.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Diepvriesspinazie van Iglo: viezer dan vies

TeunColumns & verhalen

spinazie diepvries

Wat is dat toch met die diepvriesjongens? Nu Iglo weer, dat reclame maakt met de slogan ‘Verser dan vers’. Dat slaat nergens op en is ontzettend stom.

Mijn dochter – uiteraard totaal niet geïndoctrineerd door haar vader met een marketingfetisj – gilt het uit als de malle reclame voorbijkomt: ‘Wie bedenkt zoiets? Diepvries is toch niet vers?’ En zo is het. Dat weten we allemaal. En voor wie het nog niet weet, pak ik – dat heb ik in mijn columnistenbestaan nog nooit eerder gedaan, de Van Dale er maar eens bij: ‘Nieuw, fris, pas gegroeid, uitgekomen enz. (…) ook als tegenstelling tot geconserveerd of bevroren.’ Duidelijke taal: bevroren en vers zijn tegenpolen.

Diepvriesjongens

Maar die diepvriesjongens willen er niet aan. Heb ik u weleens verteld over die man van de Botswana Meat Company die gehakt verkocht aan Albert Heijn van twee jaar oud? Het was ingevroren en werd vervolgens ontdooid en als vers in de winkel verkocht. De vleeshandelaar vond het heel normaal: ‘Het vlees is vers, dan bevries je het en is het even niet vers, maar als je het dan ontdooit, is het weer vers.’ Geen speld tussen te krijgen.

Ook mooi was de man die ik voor deze rubriek belde over zijn warme appeltaart uit de diepvries. Ook hartstikke vers. Toen ik, conform Van Dale zei dat iets wat bevroren is toch per definitie niet vers is, antwoordde hij: ‘Dat is de perceptie die ik bij de mensen wil wegnemen.’

Verser dan vers!

De jongens en meisjes van de diepvriesindustrie zijn behept met een flink minderwaardigheidscomplex. Ze willen uitgerekend dat zijn, wat ze niet kúnnen zijn: vers. Dat heeft iets sneus. Oh, wat balen ze van al die groenten en vruchten die naakt in de winkel liggen zonder fatsoenlijk pak, blik of glas om zich heen. Waarom mogen zij zich wel vers noemen en wij niet? Dat is toch niet eerlijk?

Weet je wat, we noemen onze ingevroren waar gewoon lekker toch vers. Nee, wacht, nog beter, verser dan vers! Dus niet net van de boom, maar nog aan de boom! Onrijp.

Diepvriesspinazie is gore groene diarree

Iglo heeft er nog een aardige redenering bij bedacht. Groente in de winkel is vaak al een paar dagen onderweg en is dus niet meer heel vers als hij eenmaal in de winkel ligt. Terwijl de Iglogroente meteen na de oogst wordt geblancheerd (kort gekookt) en ingevroren. Daardoor blijven de voedingswaarden behouden. Maar dat is nog niet vers!

Door dat blancheren en invriezen verandert de structuur van de groente. Verser dan vers is het al helemaal niet. Neem dan de sperziebonen uit mijn volkstuin. Direct na het plukken koken. Zo vers en zo lekker, daar kun je niks mee vergelijken. Zeker niet die slappe diepvriesboontjes.

Diepvriesspinazie van Iglo: viezer dan vies

In de reclame gaat het over spinazie. Het allerslechtste diepvriesproduct dat er bestaat. Het heeft werkelijk niks met verse spinazie te maken. Gore groene diarree. Ik denk dat veel kinderen spinazie vies vinden, omdat ze alleen de diepvriesvariant kennen. Terwijl verse spinazie, niet suf gekookt, maar even gebakken in de olijfolie met knoflook en afgeblust met een beetje citroensap overheerlijk is.

Diepvriesspinazie van Iglo: viezer dan vies.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Veel mensen zelfscannen verkeerd

TeunColumns & verhalen

streepjescode

Zelfscannen in de supermarkt is helemaal niet moeilijk. Elk kind dat de was kan doen, zou het moeten kunnen. Toch zijn er mensen die er niks van bakken. Die niet begrijpen wat het doel is van de hele zelfscanoperatie: zo snel mogelijk met de boodschappen buiten de winkel staan en voorkomen dat je in de rij moet staan.

Het zelfscannen blijkt uitermate populair bij de dooie-akkertjesfiguren

In een ideale wereld heb je rijen voor de kassa (in een echt ideale wereld heb je die natuurlijk niet, maar u begrijpt mij) en stroomt het bij de zelfscanners lekker door. Bliep bliep, betalen met de pinkaart, korte bon en de supermarkt uit. Snel en pijnloos.

Helaas is de wereld niet ideaal. Het zelfscannen blijkt uitermate populair bij de dooie-akkertjesfiguren. Van die types die ook wel eens werken in hippe koffiezaakjes. Die na een bestelling héél rustig, na eerst nog even door de playlist te hebben gescrold om de juiste beat voor de juiste mood te vinden en uitgebreid het weekend door te hebben genomen met een collega of langskomende vriend, je koffie maakt om die ietwat geïrriteerd over de hinderlijke onderbreking van de eigen belangrijke besognes naar je tafel te sloffen.

(Let op: in de meeste koffiezaakjes werken uitermate energieke en klantvriendelijke toppers, dus niet allemaal ingezonden brieven sturen nu).

Alles op het dooie akkertje.

Eén voor één alles scannen

Zo doen de scanbeten het ook. Ze arriveren bij de scanapparaten met een grote kar boodschappen die ze daar tergend langzaam één voor één uithalen en scannen. Bliep na bliep na motherf*cking bliep.

Daarna worden al die boodschappen met dezelfde zelfvoldane air van kan-mij-het-allemaal-schelen-dat-anderen-wachten traag in tassen gedaan. Het zal wel mindful zijn, maar voor de scanpro is het gekmakend.

Intussen wordt de rij almaar langer. Langer dan bij de kassa’s. Niet verwonderlijk, want die jongens en meisjes achter de kassa zijn professionals. In de tijd dat zo’n slome duikelaar één pak sojamelk heeft gescand, heeft een beetje caissière ook nog de kipstuckjes, de hummus en de pot olijven machinaal afgevinkt.

Als je per se wilt dat elk artikel aan het eind van je supermarktbezoek nog langs de scanner gaat, ga dan in de rij voor de kassa staan. Dat is sneller voor jezelf, maar vooral ook voor de klanten die wel weten hoe het moet.

Scannen op niveau is echt niet moeilijk

Terwijl scannen op niveau echt niet moeilijk is. Je gaat de winkel in en haalt je tas tevoorschijn. Met je bonuskaart of telefoon pak je een scanpistool (zo heet dat) en elke keer dat je een artikel uit de schappen haalt, dan scan je het en stop je het meteen in je tas.

Zo ga je al bliepend door de winkel. Je hebt geen mandje of wagentje nodig en als je uiteindelijk bij de uitgang aankomt, dan zit alles al gebliept in je tas. Je hangt het scanpistool in de houder, houdt de bonuskaart of mobiele telefoon tegen de zelfscanner en nadat het bedrag in beeld is verschenen, pin je en ben je klaar. Met de kassabon verlaat je de winkel.

Dat duurt nog geen twee minuten. Als iedereen het zo doet, zijn er geen rijen bij de zelfscanners. Doe dat nou.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Naamsverandering Eindhoven Centraal is dure megalomane onzin

TeunColumns & verhalen

Station Eindhoven Centraal cc afbeelding R/DV/RS

Vanaf deze plek wil ik de gemeente, excuus, de metropóól Eindhoven van harte feliciteren met de nieuwe naam van haar station: Eindhoven Centraal. Wauw! Dat klinkt toch wel even anders dan het oude, volstrekt van allure gespeende ‘Eindhoven’.

Wat moesten ze in het buitenland wel niet denken toen ze ontdekten dat deze stad niet eens een centraal station had? Miljoenen toeristen hebben de stad gemeden en honderden bedrijven hebben zich toch maar niet in de stad gevestigd toen ze erachter kwamen. Het kon daar nooit hip and happening zijn.

Eindelijk Eindhoven Centraal

Maar dat wordt nu allemaal anders. Sinds vorige week heeft Eindhoven eindelijk een Centraal Station. De naamsverandering kost een ton, maar dat interesseert burgemeester John Jorritsma niet: ‘Achteraf kun je altijd zeggen dat iets geld heeft gekost, maar wat het opbrengt, daar praat nooit iemand over.’ Zo is het, John.

En wat levert het dan op? ‘Dit brengt uitstraling en dynamiek voor deze stad. De erkenning van een metropool. Waar ik ook in de wereld kom, over Eindhoven spreekt iedereen. Daar hoort een Centraal Station bij.’ Zou het?

Ik heb nog nooit iemand over Eindhoven horen praten

Niet om onaardig te zijn, maar ik ben ook op best veel plekken in de wereld geweest, maar ik heb nog nooit iemand over Eindhoven horen praten. Nooit!

Zou het kunnen dat mensen over de hele wereld vooral over Eindhoven praten als ze een meeting met de burgemeester van Eindhoven hebben? Of zou de beste man werkelijk denken dat ze in Beijing, Boston en Bombay ook als hij er niet is voortdurend hooglopende discussies hebben over amazing Eindhoven?: ‘But did you know Eindhoven doesn’t have a Central Station?’ ‘What, that’s impossible! It’s a metropole!’

Megalomane onzin

Zo’n naamsverandering is natuurlijk dure megalomane onzin. Maar gelukkig voor de bestuurders is er altijd wel een minkukel met een flauwekulbaan die ze gelijk geeft. Neem Robert Jan Heyning van Naambureau The Nameworks over de naamsverandering: ‘Het geeft de stad wat meer internationale status. Het suggereert ook dat er meerdere stations zijn, waarmee gevoelsmatig de stad groter wordt.’

En communicatieadviseur Martijn Schenning, toen Arnhem zijn station centraal mocht noemen: ‘Arnhem wil waarschijnlijk grootstedelijke ambities uitdragen met deze naam. Ze zoeken aansluiting bij de andere grote steden met deze naam.’ Grote steden als Londen en Parijs, lieve communicatievrienden? Daar hebben ze niet eens een Centraal Station. Is dat niet fnuikend voor hun uitstraling, dynamiek en grootstedelijke ambities?

Calimero-gedrag

Ook in Amsterdam kennen ze dergelijk Calimero-gedrag. De goeie ouwe Stadsschouwburg moest twee jaar geleden plotseling een naam krijgen met allure. Het werd ITA, Internationaal Theater Amsterdam. Een naam als een Wereldtijdschrift, opgeklopt, maar zonder kraak of smaak.

De uitleg is weer prachtig: ‘De naam toont dat we theater maken en programmeren in en vanuit Amsterdam binnen een internationale context.’ Juist. Alsof je het woord ‘internationaal’ nodig hebt om internationaal te zijn. Kleingeestig provinciaal is het. De Volksbühne in Berlijn, de Scala in Milaan, The Old Vic in Londen en Carnegie Hall in New York, iedereen weet ze te vinden. En het Concertgebouw ook.

Er is hoop

Maar er is hoop. Eind vorig jaar mochten bewoners stemmen over een nieuwe naam voor het Osdorpplein in Amsterdam. Die moest anders, vonden bestuurders. Op in de vaart der volkeren! Wat kozen de bewoners? Osdorpplein! Burgers geven minder om holle marketing dan hun bestuurders met grootheidswaanzin.

CC-afbeelding: R/DV/RS

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Help, ik ben telefoonverslaafd!

TeunColumns & verhalen

telefoonverslaafd social media

Mijn naam is Teun van de Keuken en ik ben verslaafd aan mijn mobiel. Ergens wist ik dit al een tijdje, maar pas sinds deze week erken ik mijn probleem en durf ik er ook voor uit te komen.

Dat ging zo. Geregeld zie ik mijn dochters op hun schermpjes turen en daardoor niet doen wat ze zouden moeten doen: huiswerk maken, bijvoorbeeld. Of uit het raam turen en al dagdromend de hersenen rust gunnen. Soms zit zo’n meid nog tot heel laat achter de schoolboeken, doordat eerder op de dag kostbare tijd is vermorst met filmpjes op YouTube, appen met vriendinnen en TikTok. Zonde van de tijd, zonde van de creativiteit en zonde van de productiviteit.

Schermtijden

Na heel veel ad-hocmaatregelen (‘doe dat apparaat weg!’) hebben we schermtijden ingesteld. Niet alleen in woord, maar ook in daad, op de telefoon. Als de limiet wordt gehaald, gaat het mobieltje in coma en kan er niks meer mee worden gedaan.

Daar zitten wel een paar haken en ogen aan, want bij de simpele schermtijdbeperking vraagt de telefoon, zodra de coma bijna dreigt in te treden, of je tóch niet ietsje langer wil appen, filmpjes kijken of tiktokken. Dat is net zoiets als een alcoholist, die heeft verkondigd nooit meer te zullen drinken, een borrel voor zijn neus te zetten en te vragen of hij zeker weet dat hij niks meer wil drinken. Dat werkt niet. Gelukkig kun je ook dieper in het systeem en dit soort perverse prikkels uitschakelen.

Telefoonverslaafd

Maar nu ik. Al dat gepraat over schermtijd maakte mij nieuwsgierig naar mijn eigen mobielgebruik. Wat bleek? De afgelopen week had ik gemiddeld zes uur per dag op mijn telefoon gezeten! Zes uur! Dit lijkt mij problematisch. Wat doe ik dan op dat scherm? Twitteren, appen en kranten lezen (naast de Volkskrant vooral sport- en entertainmentnieuws). Gedachteloos.

Overmatig smartphonegebruik kan volgens onderzoekers van de universiteit van Seoul vervelende gevolgen hebben, zoals een verslechterd geheugen, verminderd concentratievermogen en zelfs sociale angst en depressie. Studie en werk lijden eronder, omdat de telefoonverslaafde voortdurend naar zijn telefoon grijpt uit angst iets te missen. Waardoor hij dus van alles mist van het college dat hij bijwoont of de vergadering waar hij aan deelneemt. Omdat de studie zo klein is, moeten de conclusies volgens de wetenschappers zelf met een korreltje zout worden genomen, maar ze sluiten wel aan bij ander wetenschappelijk onderzoek.

Gedachteloosheid

Wat ik vooral beangstigend vind is de gedachteloosheid waarmee ik naar mijn telefoon grijp. Voor mijn gevoel zit ik heus niet uren achter elkaar op mijn mobiel, maar kennelijk tellen al die (tientallen, honderden?) keren dat ik dat apparaat pak uiteindelijk op tot vele uren per dag.

Hopelijk leidt werkelijk inzicht in mijn gedrag tot verandering van dit gedrag. Mindful worden in plaats van mindless.

Het is hetzelfde met voeding. Toen ik onlangs een week lang bijhield wat ik at, bleek dat veel meer te zijn dan ik dacht. Al die koekjes bij de koffie tellen toch. Nu staan bijna alle apps op mijn telefoon helemaal uitgeschakeld, behalve WhatsApp (wie kan zonder?) en de echt noodzakelijke zoals de reisplanner. Gisteren zat ik nog geen uur op mijn telefoon. Tien minuten daarvan had ik besteed aan het checken van mijn schermtijd.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Boycot het buffet: goed tegen overgewicht en voedselverspilling

TeunColumns & verhalen

Buffet diner eten

Na het geschrans van de kerstdagen en het brandend maagzuur van de oliebollen en champagne van Oud en Nieuw is het nu tijd voor de nieuwjaarsbuffetten. Horeca bieden ze aan, vaak wederom met een zuuropwekkend glaasje bubbels en ook werkgevers zien het buffet als een goede manier om het nieuwe jaar op een informele manier met hun medewerkers in te luiden.

Op lange tafels staan metalen bakken op spiritusbranders te wachten op de rij die voorbijtrekt: ‘met aardappels of met rijst?’ Er zijn uitzonderingen, maar vaak is het eten aan de lauwe kant en nooit echt lekker. Maar hé, wel gezellig om zo aan het begin van het nieuwe jaar een vorkje weg te prikken met de collegaatjes, toch?

Horecageheimen met Anthony Bourdain

De onvolprezen Anthony Bourdain, die met Kitchen Confidential het beste en leukste boek over voedsel en de restaurantbusiness ooit heeft geschreven – koop en lees het! – geeft in het hoofdstuk From our kitchen to your table enkele geheimen prijs over de versheid van voedsel dat je buiten de deur eet.

Zo zijn restaurants met vieze wc’s niet te vertrouwen (kun je je voorstellen hoe het met de hygiëne in de keuken is gesteld), is vis op maandag vaak al bijna een week oud en bieden gerechten als shepherds pie (ovenschotel met lamsvlees en aardappelpuree) en chili con carne uitgelezen mogelijkheden voor restaurateurs om oude restjes te verwerken.

Tip: in restaurants draait alles om de omloopsnelheid. Zie je in een zaak de ene na de andere chilischotel uit de keuken komen, dan weet je dat dit voedsel niet de tijd heeft gehad om op te warmen tot een microbiologische bom. Maar vis bestellen in een matig lopend vleesrestaurant is een slecht idee.

Alarmbellen voor de zondagse brunch

En dan is er nog de zondagse brunch. Het buffet voor de zondag. Daarmee moet je volgens Bourdain uitkijken. Om een paar redenen: de goede chefs hebben gekookt op vrijdag en zaterdag en zijn niet aanwezig op de zondag. Dan kookt het B-team, zonder veel toezicht.

In die brunch worden alle restjes gebruikt: ‘Buzzword here, ‘Brunch menu’. Translation? Old nasty odds and ends.’ Als vis niet als filet of in zijn geheel wordt geserveerd, maar verwerkt in een gerecht, zoals een frittata (omelet) of een salade met mayonaise of vinaigrette, dan moeten de alarmbellen afgaan. Zo kan bederf gemaskeerd worden.

Dat met het buffetvoedsel gesjoemeld kan worden, wil niet zeggen dat het ook gebeurt. De meeste buffetkoks zullen vast schoon en eerlijk werken. Als gast goed nadenken wat je kiest en het komt vast goed.

Buffet werkt overeten en voedselverspilling in de hand

Maar er zijn meer problemen met buffetten. Ze werken overeten en voedselverspilling in de hand. Hoeveel mensen beschouwen zo’n buffet niet als een uitgelezen all you can eat-gelegenheid. Een keer betalen en drie rondjes halen. Zo krijg je makkelijk meer binnen dan je nodig hebt. En dus de verspilling.

Ooit vertelde een grote cateraar mij dat er van die buffetten ongelooflijk veel wordt weggegooid, omdat er van tevoren heel moeilijk is in te schatten hoeveel de gasten gaan eten. Je wil niet dat die drie-keer-halers zorgen voor lege borden bij de andere gasten. Zijn oplossing, ook voor feesten en partijen: laat mensen van tevoren een keuze maken uit drie gerechten en geef hen gewoon een bord met eten. Één bord. Goed tegen overgewicht en voedselverspilling.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Schaamte is niet productief en vaak hypocriet

TeunColumns & verhalen

schaamte vrouw handen

‘-schaamte’ is het ‘Onze Taal-woord’ van het jaar 2019 geworden. Ik heb daar moeite mee. Is een woord dat begint met een streepje wel een echt woord?

Alle vormen van schaamte

Vorig jaar heeft ‘vliegschaamte’ het verloren van ‘laadpaalklever’ en dat zinde de schaamtelobby niet. Daarom heeft ze dit jaar meteen maar alle vormen van schaamte genomineerd. Het spreekt rottig uit: ‘Streepje schaamte’. Dat ‘Onze Taal- woord’, ook met streepje, misschien houden die taalkundigen daar gewoon heel erg van, bekt ook al niet echt lekker. Maar goed, de mensen van Onze Taal zullen er wel verstand van hebben.

Ik weet wat schaamte is

En nu die schaamte zelf. Die is niet productief, vaak hypocriet en lang niet altijd oprecht. Ik weet wat schaamte is. Schaamte is een diep gevoel dat er iets mis is met jezelf. Als kind had ik een gruwelijke vorm van eczeem. Mijn handen zaten vol met bloederige kloven die er eng en onsmakelijk uitzagen. Altijd had ik mijn mouwen over mijn handen getrokken, zodat niemand die mismaakte gevallen hoefde te zien. Als ik iemand toch een hand moest geven, stelde ik mij voor als ‘Teun hetisnietbesmettelijkhoor’. Ik was een freak. Ik schaamde mij.

Zo zijn er veel mensen die zich schamen. Omdat ze niet in een zwempak durven omdat ze dikker zijn dan anderen, omdat ze acné hebben, omdat ze stotteren; omdat ze anders zijn dan de meeste mensen. Je hoeft je voor deze zaken niet schamen, maar veel mensen doen het toch. Dat zit diep.

-schaamte is een aflaat, een schaamlap

-schaamte is iets heel anders. –schaamte is iets heel graag willen doen, zoals vliegen of vlees eten, maar het gevoel hebben dat je omgeving dat niet meer helemaal in orde vindt. Dan roep je heel snel even ‘vleesschaamte!’ of ‘vliegschaamte!’ en je gaat over tot de orde van de dag. Er verandert niets. ‘-schaamte’ is een aflaat, een schaamlap.

Hypocriet is het ook. In de meesterlijke rubriek Schuim, in Het Parool, waarin Hans van der Beek dagelijks feestjes bezoekt, ruilden mensen snel een pizza met salami om voor een vegetarische variant toen Hans met zijn camera kwam aanzetten. Wel vlees eten, maar er niet mee gekiekt willen worden. Hoe wordt de wereld daar beter van?

Verantwoordelijkheid

Op de een of andere manier is het idee ontstaan dat het individu, de consument, in zijn eentje verantwoordelijk is voor de rotzooi in de wereld. Dat wij alleen zelf de problemen kunnen oplossen door het juiste te kopen en de rommel te laten staan. Dat is niet effectief, want mobiliseer maar eens miljoenen/miljarden individuen om het goede te doen. Het is ook niet eerlijk. Het geeft bedrijven een vrijbrief oneerlijke waar op de markt te brengen ‘omdat de consument het wil’. Zouden ze ook afgehakte kindervingertjes verkopen als er vraag naar was? Neem ook je eigen verantwoordelijkheid, bedrijven. 

Daarnaast hebben we de politiek nodig. Die moet ervoor zorgen dat groente en fruit goedkoper worden (draai die btw-verhoging terug) en vlees duurder. Die moet een redelijke belasting op kerosine invoeren voor de luchtvaartindustrie en supersnelle treinverbindingen door Europa aanleggen. Als én de consumenten, het bedrijfsleven én de politiek zich inzetten voor een mooie, eerlijke en schone wereld, dan komen we er wel.

Ik wens u een prachtig, schaamteloos 2020!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal