Boycot het buffet: goed tegen overgewicht en voedselverspilling

TeunColumns & verhalen

Buffet diner eten

Na het geschrans van de kerstdagen en het brandend maagzuur van de oliebollen en champagne van Oud en Nieuw is het nu tijd voor de nieuwjaarsbuffetten. Horeca bieden ze aan, vaak wederom met een zuuropwekkend glaasje bubbels en ook werkgevers zien het buffet als een goede manier om het nieuwe jaar op een informele manier met hun medewerkers in te luiden.

Op lange tafels staan metalen bakken op spiritusbranders te wachten op de rij die voorbijtrekt: ‘met aardappels of met rijst?’ Er zijn uitzonderingen, maar vaak is het eten aan de lauwe kant en nooit echt lekker. Maar hé, wel gezellig om zo aan het begin van het nieuwe jaar een vorkje weg te prikken met de collegaatjes, toch?

Horecageheimen met Anthony Bourdain

De onvolprezen Anthony Bourdain, die met Kitchen Confidential het beste en leukste boek over voedsel en de restaurantbusiness ooit heeft geschreven – koop en lees het! – geeft in het hoofdstuk From our kitchen to your table enkele geheimen prijs over de versheid van voedsel dat je buiten de deur eet.

Zo zijn restaurants met vieze wc’s niet te vertrouwen (kun je je voorstellen hoe het met de hygiëne in de keuken is gesteld), is vis op maandag vaak al bijna een week oud en bieden gerechten als shepherds pie (ovenschotel met lamsvlees en aardappelpuree) en chili con carne uitgelezen mogelijkheden voor restaurateurs om oude restjes te verwerken.

Tip: in restaurants draait alles om de omloopsnelheid. Zie je in een zaak de ene na de andere chilischotel uit de keuken komen, dan weet je dat dit voedsel niet de tijd heeft gehad om op te warmen tot een microbiologische bom. Maar vis bestellen in een matig lopend vleesrestaurant is een slecht idee.

Alarmbellen voor de zondagse brunch

En dan is er nog de zondagse brunch. Het buffet voor de zondag. Daarmee moet je volgens Bourdain uitkijken. Om een paar redenen: de goede chefs hebben gekookt op vrijdag en zaterdag en zijn niet aanwezig op de zondag. Dan kookt het B-team, zonder veel toezicht.

In die brunch worden alle restjes gebruikt: ‘Buzzword here, ‘Brunch menu’. Translation? Old nasty odds and ends.’ Als vis niet als filet of in zijn geheel wordt geserveerd, maar verwerkt in een gerecht, zoals een frittata (omelet) of een salade met mayonaise of vinaigrette, dan moeten de alarmbellen afgaan. Zo kan bederf gemaskeerd worden.

Dat met het buffetvoedsel gesjoemeld kan worden, wil niet zeggen dat het ook gebeurt. De meeste buffetkoks zullen vast schoon en eerlijk werken. Als gast goed nadenken wat je kiest en het komt vast goed.

Buffet werkt overeten en voedselverspilling in de hand

Maar er zijn meer problemen met buffetten. Ze werken overeten en voedselverspilling in de hand. Hoeveel mensen beschouwen zo’n buffet niet als een uitgelezen all you can eat-gelegenheid. Een keer betalen en drie rondjes halen. Zo krijg je makkelijk meer binnen dan je nodig hebt. En dus de verspilling.

Ooit vertelde een grote cateraar mij dat er van die buffetten ongelooflijk veel wordt weggegooid, omdat er van tevoren heel moeilijk is in te schatten hoeveel de gasten gaan eten. Je wil niet dat die drie-keer-halers zorgen voor lege borden bij de andere gasten. Zijn oplossing, ook voor feesten en partijen: laat mensen van tevoren een keuze maken uit drie gerechten en geef hen gewoon een bord met eten. Één bord. Goed tegen overgewicht en voedselverspilling.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Schaamte is niet productief en vaak hypocriet

TeunColumns & verhalen

schaamte vrouw handen

‘-schaamte’ is het ‘Onze Taal-woord’ van het jaar 2019 geworden. Ik heb daar moeite mee. Is een woord dat begint met een streepje wel een echt woord?

Alle vormen van schaamte

Vorig jaar heeft ‘vliegschaamte’ het verloren van ‘laadpaalklever’ en dat zinde de schaamtelobby niet. Daarom heeft ze dit jaar meteen maar alle vormen van schaamte genomineerd. Het spreekt rottig uit: ‘Streepje schaamte’. Dat ‘Onze Taal- woord’, ook met streepje, misschien houden die taalkundigen daar gewoon heel erg van, bekt ook al niet echt lekker. Maar goed, de mensen van Onze Taal zullen er wel verstand van hebben.

Ik weet wat schaamte is

En nu die schaamte zelf. Die is niet productief, vaak hypocriet en lang niet altijd oprecht. Ik weet wat schaamte is. Schaamte is een diep gevoel dat er iets mis is met jezelf. Als kind had ik een gruwelijke vorm van eczeem. Mijn handen zaten vol met bloederige kloven die er eng en onsmakelijk uitzagen. Altijd had ik mijn mouwen over mijn handen getrokken, zodat niemand die mismaakte gevallen hoefde te zien. Als ik iemand toch een hand moest geven, stelde ik mij voor als ‘Teun hetisnietbesmettelijkhoor’. Ik was een freak. Ik schaamde mij.

Zo zijn er veel mensen die zich schamen. Omdat ze niet in een zwempak durven omdat ze dikker zijn dan anderen, omdat ze acné hebben, omdat ze stotteren; omdat ze anders zijn dan de meeste mensen. Je hoeft je voor deze zaken niet schamen, maar veel mensen doen het toch. Dat zit diep.

-schaamte is een aflaat, een schaamlap

-schaamte is iets heel anders. –schaamte is iets heel graag willen doen, zoals vliegen of vlees eten, maar het gevoel hebben dat je omgeving dat niet meer helemaal in orde vindt. Dan roep je heel snel even ‘vleesschaamte!’ of ‘vliegschaamte!’ en je gaat over tot de orde van de dag. Er verandert niets. ‘-schaamte’ is een aflaat, een schaamlap.

Hypocriet is het ook. In de meesterlijke rubriek Schuim, in Het Parool, waarin Hans van der Beek dagelijks feestjes bezoekt, ruilden mensen snel een pizza met salami om voor een vegetarische variant toen Hans met zijn camera kwam aanzetten. Wel vlees eten, maar er niet mee gekiekt willen worden. Hoe wordt de wereld daar beter van?

Verantwoordelijkheid

Op de een of andere manier is het idee ontstaan dat het individu, de consument, in zijn eentje verantwoordelijk is voor de rotzooi in de wereld. Dat wij alleen zelf de problemen kunnen oplossen door het juiste te kopen en de rommel te laten staan. Dat is niet effectief, want mobiliseer maar eens miljoenen/miljarden individuen om het goede te doen. Het is ook niet eerlijk. Het geeft bedrijven een vrijbrief oneerlijke waar op de markt te brengen ‘omdat de consument het wil’. Zouden ze ook afgehakte kindervingertjes verkopen als er vraag naar was? Neem ook je eigen verantwoordelijkheid, bedrijven. 

Daarnaast hebben we de politiek nodig. Die moet ervoor zorgen dat groente en fruit goedkoper worden (draai die btw-verhoging terug) en vlees duurder. Die moet een redelijke belasting op kerosine invoeren voor de luchtvaartindustrie en supersnelle treinverbindingen door Europa aanleggen. Als én de consumenten, het bedrijfsleven én de politiek zich inzetten voor een mooie, eerlijke en schone wereld, dan komen we er wel.

Ik wens u een prachtig, schaamteloos 2020!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Hoe voorkom je kerststress? Doe als de Engelsen

TeunColumns & verhalen

kerststress kerstdiner

Het is kort dag, maar toch ga ik u vertellen hoe u zonder stress de kerstdagen kunt doorkomen. Bij veel mensen gieren de zenuwen door het lijf in deze periode: bij wie moet je eten en voor wie moet je koken? En vooral: wat moet je koken? Voor je het weet sta je uren in de keuken, heb je stijve kaken van de valse glimlach terwijl je de nare grapjes van oom Leo negeert en zijn er spanningen die er net niet of net wel uitkomen.

De kerststress is in Engeland volledig afwezig

Mijn advies: doe als de Engelsen. Dit advies strekt overigens niet verder dan hun kerstviering, want voor de rest zijn ze volslagen idioot op dat malle eiland. Ik ga nu al zo’n zeventien jaar in de kerstvakantie met mijn van oorsprong Britse vrouw naar haar familie in Hertfordshire, in een fijn huis in het glooiend landschap tussen Oxford en Londen. 

De stress is daar volledig afwezig. Waarom? Omdat daar altijd alles exact hetzelfde gaat. Als gewoontedier (‘creature of habit’) dat angstig wordt van verrassingen, is dat fijn. In de loop van de ochtend komt iedereen in pyjama of kamerjas bij de kerstboom zitten. Er wordt sterke Engelse thee met melk geserveerd met mince pies en shortbread. In moordend tempo worden de cadeaus uitgepakt – die niet door de Kerstman maar gewoon door Pete of Fiona gegeven zijn. Iedereen feliciteert elkaar met zijn cadeaus – ‘You’ve done well this year!’ – en rond het middaguur gaan de kaplaarzen (Wellington) aan voor een wandeling door de velden.

Hetzelfde als altijd

Om een uur of vier/vijf gaat iedereen aan tafel. Wat staat er op het menu? Hetzelfde als altijd: ‘Turkey with all the trimmings’, gevulde kalkoen met alle bijgerechten: roast potatoes (ovenaardappels), roast parsnips (pastinaak uit de oven) en honey glazed carrots (geglaceerde wortels met honing en tijm), spruitjes – mijn zwager hakt ze très modern fijn en doet ze in de wok – in spek gerolde worstjes en goeie vette  jus. Aan het eind van het diner gaat het licht uit en wordt de geflambeerde Christmas pudding binnengebracht. Ieder jaar weer.

Heel Engeland eet dit. Daarom wordt elk jaar jaar opnieuw in de kerstspecials van kranten en televisieprogramma’s uitgelegd hoe je de beste kalkoen en de perfecte roast potatoes moet maken. Andere recepten hebben geen zin, want die willen de mensen niet.

Kalkoenen worden maanden van tevoren gereserveerd bij slagers en supermarkten. Die arme beesten worden met miljoenen tegelijk alleen maar vetgemest voor dit ene feest. Iedere Brit die ik ernaar vraag, geeft zelfs toe kalkoen niet bijzonder lekker te vinden. Ze eten het nooit buiten kersttijd. Maar het hoort er nu eenmaal bij.

Weg kerststress: maak iets makkelijks dat je beheerst

Zo’n massavleesproductie voor één feest is pervers. We moeten sowieso minder vlees eten. Dus dat is niet de les van de Engelsen. Maar onze malle overzeese buren hebben één ding wel goed begrepen: als je elk jaar hetzelfde maakt, dan word je op een gegeven moment minder gestrest over de bereidingswijze. Je hebt het onder de knie. En dan kun je je meer op je gasten richten.

Probeer dus niet te verrassen met moeilijke nieuwe gerechten, maar maak iets makkelijks dat je beheerst. Ik zou dolblij zijn met een goede stamppot van een gezellige, ontspannen gastheer. Met genoeg heerlijke wijn erbij. Proost! En fijne kerst!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Het desempoeder van Robèrt van Beckhoven voldoet niet aan zijn eigen strenge eisen

TeunColumns & verhalen

zuurdesembrood brood

Wat heerlijk dat Heel Holland Bakt weer terug is. In deze donkere dagen voor kerst, die in het huidige gure klimaat nog donkerder lijken dan normaal, is zo’n in alle opzichten warm programma meer dan welkom.

En dan heb ik het niet alleen over de toon van het programma en de sympathieke manier waarop kandidaten met elkaar omgaan, maar ook over de hitte in de tent. Heel Holland Bakt is in de zomer opgenomen. Bij de kandidaten staan de zweetdruppels op het voorhoofd en af en toe smelt een baksel weg nog voor de jury het heeft kunnen beoordelen.

Robèrt van Beckhoven

Die jury is heel erg goed. Janny en Robèrt zijn voor mij de echte sterren van het programma. Wat weten die mensen ongelooflijk veel van koekjes, taart en brood. Als zij iets proeven – vork gaat in de taart, vork gaat in de mond, kandidaat kijkt nerveus toe, jury proeft net iets te lang om de spanning op te bouwen en zegt ‘lekker’ of ‘hier houd ik wel van’ en de kandidaat is blij – dan weten ze waarover ze het hebben.

En dan vooral Robèrt. Janny heeft heus wel verstand van zaken, ze was ooit hoofdredacteur van Tip Culinair, maar aan Robèrts kennis kan zij niet tippen. Robèrt is namelijk én meester-boulanger én meester-patissier. Die combinatie is heel bijzonder, vindt hij zelf ook: ‘Dat is zeker uniek. Je hebt betere broodbakkers en betere banketbakkers, betere chocolatiers, dan ik, maar de combinatie is uniek.’ 

Robèrt houdt van echt en eerlijk bakken

Robèrt houdt van het ambacht. Van echt en eerlijk bakken. Hij hanteert strenge normen voor zichzelf en voor de bakkers: ‘Ze maken ook nog alles zelf. Er komt niks uit een doosje of een pakje, daar heb ik zeer veel respect voor.’ Met pakjes, zakjes of ander kant-en-klaar spul heeft Robèrt weinig op. Dan beoordeelt hij een taart opeens venijnig met: ‘Een punt van kritiek is: niet te veel zelf gemaakt, zeg maar.’

Gistbrood versus desembrood

Robèrts grote liefde is brood. Hij maakt en verkoopt het ook zelf: ‘We bakken brood zoals duizend jaar geleden. Met een eigen gistcultuur, dat heet dan desem.

In Koffietijd legde hij het verschil uit tussen gewoon gistbrood en desembrood. Bij desembrood laat je water en bloem net zo lang staan tot het spontaan gaat gisten: ‘Dit is natuurlijke gisting. Dat duurt heel lang. Dat duurt 24 uur.’ Maar je kunt ook bakkersgist gebruiken: ‘Daarmee ben je in drieënhalf uur klaar. Maar dan krijg je heel ander brood.’ Geen desembrood dus. Dat smaakt ook anders.

Robèrts desempoeder

Bakkers gebruiken een trucje om gewoon brood als desembrood te kunnen verkopen: desempoeder. Gooi het door je gistdeeg en je brood gaat desemachtig smaken. Gek genoeg mag je het dan ook opeens desem noemen. Het scheelt zeeën van tijd en je kunt toch een lucratief etiket op je brood plakken. Echt desembrood is het natuurlijk niet. 

Wie heeft er nu ook zo’n desempoeder op de markt gebracht? Robèrt! Een desempoeder waar ook gist in zit. Jammer. Van onze strenge meester-boulanger had ik anders verwacht. Juist hij weet dat het soms tijd, aandacht en liefde kost om iets goeds te maken. Daar moet je niet mee marchanderen. Dit product voldoet niet aan de eisen van de meester.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Nog steeds doffe ellende in de chocoladewereld

TeunColumns & verhalen

cacaobonen chocolade

Het wil maar niet vlotten met de arbeidsomstandigheden in de chocolade-industrie. Al in 2001 maakten we met Keuringsdienst van waarde programma’s over de misstanden op cacaoplantages in West-Afrika. Er was sprake van ernstige vormen van kinderarbeid, zelfs van slavernij.

Slaafvrije chocolade

2001 was ook het jaar dat de grote cacaobedrijven een protocol ondertekenden om een einde te maken aan deze misstanden. In 2005 bleken de doelstellingen niet gehaald te zijn. Omdat bedrijven niet voldoende deden, besloten wij een eigen chocolademerk te beginnen, Tony’s Chocolonely, om de wereld te tonen dat het mogelijk was slaafvrije chocolade te maken en de misstanden uit de hele industrie te bannen.

Dat laatste is, zo blijkt uit de zogenaamde Cacao Barometer, nog steeds niet gelukt. Het grootste probleem is dat cacaoboeren veel te weinig verdienen: in Ghana en Ivoorkust gemiddeld 0,78 dollar per dag. Hierdoor tiert de kinderarbeid welig: er werken naar schatting 2,1 miljoen kinderen op de cacaoplantages in West-Afrika. Doffe ellende dus.

Pr-offensief van Mondelez?

Hoe denken de chocoladebedrijven dit op te lossen? Opvallend genoeg stond er onlangs zowel in de Volkskrant als in De Standaard een verslag van een bezoek aan een project van Mondelez (producent van onder andere Côte d’or, Toblerone en Milka) in Ghana. Is hier misschien sprake van een klein pr-offensief van de fabrikant?

In dit project, Cocoa Life, worden onder andere landbouwtrainingen en financiële cursussen gegeven om de opbrengst van cacaoplantages te verhogen. Het inkomen van boeren stijgt en kinderen kunnen weer naar school. Mooie verhalen, maar het is te weinig: zo komt maar de helft van de cacao van Mondelez uit dit programma. Waar de andere helft van de cacao vandaan komt en onder welke omstandigheden deze is verbouwd, weet het bedrijf ook niet precies.

Met trainingen alleen lukt het niet. Bedrijven moeten van elke boon weten waar hij vandaan komt en onder welke omstandigheden hij is verbouwd en geoogst. En er moet veel meer geld worden betaald. Zo betaalt Mondelez zijn boeren nu gemiddeld maar een premie van 80 dollar extra per ton cacao. Bij Fairtrade is dat 200 dollar. 

Basisbehoeften

Zelfs dat is nog te laag, vindt Max Havelaar-directeur Peter d’Angremond. In OneWorld pleit hij ervoor boeren genoeg te betalen om in hun basisbehoeften te voorzien: ‘Denk aan voedsel, huisvesting, kleding, medische zorg, scholing, transport en een financiële buffer.’ Hiervoor zou een boer in Ivoorkust bijna 5 duizend euro per jaar moeten verdienen. Cacao zou dan zo’n 3 dollar per kilo moeten kosten: ‘Slechts een handjevol merken, waaronder Tony’s Chocolonely, betaalt nu al die prijs. De rest van de merken met Fairtrade-logo betaalt te weinig om een leefbaar inkomen te kunnen verdienen.’ Dat is natuurlijk gek en niet echt fair. 

Bedrijven zeggen wel meer te willen betalen, maar alleen als ze zeker weten dat hun concurrenten dat ook doen. Voor je het weet worden ze uit de markt geprijsd. Daar hebben ze de overheid bij nodig. Ze willen dat de EU strengere en duidelijkere wetten maakt over mensenrechten in de hele cacaoketen. Als de wet het eist, dan moeten bedrijven de mensenrechten wel respecteren. Een beetje krom, maar laten we doen wat werkt.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

AH blijft verslaafd aan plastic, zelfs na klachten van klanten

TeunColumns & verhalen

plastic tasje afval

Weet u nog dat Albert Heijn de hoeveelheid plastic ging terugdringen? Na veel onvrede onder klanten over de enorme hoeveelheid verpakkingsmateriaal, beloofde de grootgrutter beterschap. Eerst werd op een filiaal in Hoofddorp een proef gedaan met minder plastic en toen dat een succes bleek, gingen afgelopen mei meer filialen op een plastic-arm dieet. Tenminste, dat zegt Albert Heijn zelf.

Albert Heijn gebruikt nog net zoveel plastic als eerst

Als ik door de supermarkt loop, zie ik nog net zoveel plastic als eerst: minimaal vijf verschillende soorten tomaten en tomaatjes in zakjes en bakjes, appels in zakken en appels in schaaltjes met plastic eromheen, kleine bloemkolen, slakroppen, Chinese kool, broccoli, snijbonen, andijvie, wortelen, eetrijpe avocado’s en eetrijpe mango’s: allemaal in plastic.

En dan zijn er nog paprika’s met ieder hun eigen plastic jasje, biologische komkommers en niet-biologische komkommers in plastic en individueel verpakte biologische en niet-biologische aubergines.

Plastic om de biogroente

Die komkommers en aubergines zijn extra gek. Veel klanten waren ontstemd dat juist biologische groente in plastic was verpakt. De bewuste consument wil dat niet.

Het verweer van Albert Heijn: ‘Biologisch groente en fruit verpakken we omdat we wettelijk verplicht zijn een duidelijk onderscheid te maken tussen ‘gewone’ groente en fruit en biologisch. En dan kun je beter de biologische producten verpakken omdat dit een veel kleiner aantal is. We zijn wel aan het kijken naar alternatieven zoals stickers voor de biologische producten.’ Of, kennelijk, plastic om zowel biologische als niet-biologische groente. Zo zijn we nog verder van huis.

In plastic onder het mistkanon

Ook wonderlijk is het mistkanon dat tegenwoordig boven de groente hangt. Dit heet ‘dry misting’. Dat is, legt Albert Heijn uit: ‘een verfijnde verneveling van water waardoor groente langer vers blijft.’ Kennelijk kan de nevel ook plastic vervangen: ‘Tijdens de test in Hoofddorp bleek dat de combinatie ‘dry misting’ en geen plasticverpakking op de kwaliteit en houdbaarheid bij bananen, zoete rode puntpaprika’s, alle soorten paprika’s en bospeen een goede werking heeft.’

Waarom zit het gros van de vernevelde groente en het fruit, waaronder bospeen en paprika’s, dan toch in plastic verpakt? Ín het plastic, ónder de mistmachine. De bananen van Chiquita liggen zelfs meters van de vernevelaar verwijderd. In een plastic zak.

We kunnen ook zelf wat doen

We kunnen zelf ook wat doen, hè. Niet alleen klagen over het grootkapitaal. Gebruik bijvoorbeeld de broodzak die je kunt hergebruiken. Hoef je niet iedere keer een plastic zak te pakken. Ook bij de groente hangen herbruikbare zakjes.

Maar wat moet je daarin doen? Bijna alle groente is voorverpakt. Of moet je de snijbonen en bospenen eerst uit het plastic halen en dan in die hergebruikzakjes doen? Benieuwd of de filiaalhouder daar blij van wordt.

Albert Heijn houdt van plastic

Ik denk dat Albert Heijn helemaal niet van het plastic af wil. Albert Heijn houdt van plastic. Dat blijkt ook uit de nieuwe spaaractie: plastic huisjes waarmee je een minidorp kunt bouwen. Gemaakt van, je raadt het al: plastic. Meer nutteloze, vervuilende rommel dus. Albert Heijn begrijpt de ophef niet. De huisjes kunnen immers ‘ieder jaar weer worden gebruikt als sfeervolle decoratie’. ‘Juist om die reden hebben we ook een een speciale bewaardoos van FSC-papier ontwikkeld.’

Dus om te voorkomen dat mensen niet duurzaam met plastic rommel omgaan, wordt er nóg meer verpakkingsmateriaal gemaakt. Mensen, weiger die huisjes.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

De bladblazer is het domste apparaat dat er bestaat

TeunColumns & verhalen

hark bladeren herfst tuinieren

De bladblazer is zonder twijfel het domste en irritantste apparaat dat er bestaat. Zodra de blaadjes van de bomen beginnen te vallen, trekken mannen (het zijn meestal mannen) hun omgekeerde stofzuigers uit de schuur, om met een windkracht van tweehonderd tot driehonderd kilometer per uur het loof weg te blazen van de plek waar het gevallen is. Lekker even hun apparaat laten loeien!

Een bladblazer maakt een verschrikkelijke herrie

Die bladeren moeten kennelijk ergens anders heen. Naar de rand van het grasveld, of helemaal weg: de compostbak in of met de vuilniswagen mee. Natuur is leuk in de lente wanneer de struiken en bomen in bloei staan, maar in de herfst doet ze niet helemaal wat we willen. Die bomen en struiken laten blaadjes los en dat ziet er niet netjes uit. Wegblazen die rommel!

Dat blazen maakt een verschrikkelijke herrie. Soms wordt de 120 decibel aangetikt. De meeste bladblazerblazers dragen daarom oordoppen tijdens hun werkzaamheden. Dat hebben ze gemeen met motorrijders die hun illegale uitlaten laten gieren. En dan met die dichtgestopte oren niet begrijpen dat ze andere mensen overlast bezorgen.

Iedere dag bladblazen in het Kronenburgerpark

Deze week wilde ik voor een televisieprogramma opnames maken in het prachtige Kronenburgerpark in Nijmegen, beroemd in heel Nederland dankzij Frank Boeijen. We wilden net beginnen met filmen toen de cameraman begon te vloeken: ‘Daar komen de bladblazers aan.’ Twee mannen van de gemeentelijke bladblazerkapel betraden het park met hun gemene windorgels. Ze zwengelden hun apparaten aan en een oorverdovend lawaai verstoorde de serene rust.

Het leek een heilloze missie. Al die machtige bomen en dan twee van die blazertjes. Alleen als je iedere dag blaast, heb je een kleine kans de vallende bladeren in toom te houden. Volgens een buurtbewoner is dat precies wat ze doen. Iedere dag blazen, ieder dag herrie in het park.

Bladblazerschaamte

Mensen komen naar parken voor hun rust. Om in de stad een beetje natuur te voelen. Bladeren passen daar beter bij dan lawaaimachines. Bladblazen is ook nog eens hartstikke vies. De meeste apparaten lopen op benzine, hebben geen katalysator, en zorgen voor een enorme uitstoot van fijnstof, stikstof en CO2.

In een tijd dat de maximumsnelheid wordt verlaagd naar 100 kilometer per uur vanwege het stikstofprobleem en er dagelijks wordt gepraat over klimaatverandering, is het idioot om fossiele brandstoffen op te stoken om blaadjes te verplaatsen. Het wordt tijd voor bladblazerschaamte.

Slecht voor de natuur

Die blaadjes moeten ook helemaal niet worden verplaatst. Bomen halen met hun wortels voeding uit composterende bladeren. Ook beestjes die in de bodem of op de grond leven, zoals wormen, insecten en spinnen eten van die blaadjes. Als die bladeren worden weggeblazen, is dat voer weg. Als die beestjes al niet zelf worden weggeblazen en gedood. Vogels die op hun beurt die beestjes willen opeten, kunnen daar weer onder lijden. Om al deze redenen raadt het Duitse ministerie van Milieu nu het gebruik van bladblazers af. Geheel vrijblijvend overigens, want zonder wettelijke maatregelen.

Laten we niet wachten op regeringen. Lieve bladblazermannen, ik weet dat jullie het goed bedoelen. Laat voor de natuur en je buur voortaan die lawaaimachine in de schuur staan en pak, als je per se bladeren wilt verplaatsen, de bladhark. Ook goed voor de conditie. Dank!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Kringlooplandbouw: veestapel inkrimpen of niet?

TeunColumns & verhalen

koeien vee kringlooplandbouw

Wat is kringlooplandbouw? Daarover blijken de meningen nogal te verschillen. Dat is onhandig.

Definities

Ooit leerde ik op school bij natuur- en scheikunde hoe belangrijk definities zijn. Onze leraar scheikunde dreunde ze op. Hij werd ‘de pad’ genoemd, omdat hij er, nou ja, uitzag als een pad. Een jeugdig staaltje bodyshaming waar de honden tegenwoordig geen brood meer van lusten.

Ooit leerde ik op school bij natuur- en scheikunde hoe belangrijk definities zijn. Onze leraar scheikunde dreunde ze op. Hij werd ‘de pad’ genoemd, omdat hij er, nou ja, uitzag als een pad. Een jeugdig staaltje bodyshaming waar de honden tegenwoordig geen brood meer van lusten.

De pad stond voor de klas en donderde: ‘Onder de Vanderwaalskrachten verstaan wij kwa! …’ (deze kwaak moest een komma voorstellen) ‘zwakke tot zeer zwakke elektromagnetische krachten tussen de atomen van edelgassen of tussen moleculen, kwa!, genoemd naar de Nederlandse natuurkundige Johannes van der Waals.’

Die definities moesten we uit ons hoofd leren.

Ouwe omaatjes in pittoreske keukentjes

Als natuur- en scheikundigen begrippen gebruiken, dan weten ze waarover ze het hebben. Handig. In de rest van de wereld is de begripsverwarring enorm. Neem de voedselindustrie. Daar betekent vrijwel alles het omgekeerde van wat je ervan verwacht: puur, eerlijk, natuurlijk, authentiek en ambachtelijk.

Ooit sprak ik een bakker die met één druk op de knop tienduizend broodjes per uur ambachtelijk bakte. De voedselindustrie kookt in hypermoderne fabrieken, maar wekt graag de indruk van ouwe omaatjes in pittoreske keukentjes.

Kringlooplandbouw: nauwelijks inkrimpen veestapel

En dan nu die kringlooplandbouw. Dat is een heel raar en verwarrend verhaal. Voor het televisieprogramma De Monitor sprak ik Martin Scholten van de Wageningen Universiteit en lid van de commissie-Remkes.

Hij pleit voor een vorm van landbouw waarbij slimmer met grondstoffen wordt omgegaan en we moderne stallen gaan gebruiken waar urine van poep wordt gescheiden. Die poep wordt tot hoogwaardige mest verwerkt die weer kan worden gebruikt op het land. De invoer van voer en kunstmest worden nagenoeg overbodig. Techniek moet het probleem van stikstof- en CO2– uitstoot oplossen en de veestapel hoeft nauwelijks te worden ingekrompen. Dit alles noemt Martin Scholten kringlooplandbouw.

Kringlooplandbouw: drastisch inkrimpen veestapel

Ook sprak ik Ruud Zanders, de man achter eierproducent Kipster. Zijn visie komt overeen met die van Tjeerd de Groot van D66, u weet wel. Hij vindt het zonde dat grond waar je voedsel voor de mens zou kunnen verbouwen nu grotendeels wordt gebruikt voor veevoer. Dat is inefficiënt, want voor een kilo vlees is veel meer dan een kilo voer nodig. Het liefst verbouw je overal waar je mensenvoer kunt verbouwen alleen mensenvoer. Dieren zet je in zoals vroeger de varkens, die opaten wat er thuis overschoot.

De voedselindustrie heeft nu zo’n dertig procent verlies. Voer dat wel is geproduceerd, maar uiteindelijk toch de winkel niet haalt. Zonde, maar als je dat aan de dieren geeft, heb je er nog wat aan. Zanders voedt zijn kippen nu al met dit soort voer. Op plekken waar alleen gras kan groeien, laat je koeien grazen. Dan kun je toch nog eiwitten uit de grond halen. 

In deze visie bepalen de hoeveelheid van dit soort grasland en voer uit de reststromen van de voedingsindustrie hoeveel dieren je kunt hebben en hoeveel vlees we kunnen eten. De veestapel moet dus drastisch worden ingekrompen. Dit, u raadt het al, noemen Zanders en De Groot kringlooplandbouw.

Eén begrip, twee totaal verschillende betekenissen

Kringlooplandbouw waarbij de veestapel vrijwel intact kan blijven en kringlooplandbouw waarbij deze drastisch moet worden ingekrompen. Één begrip, twee totaal verschillende betekenissen. Komt tot een definitie, kwa!, dan weten we allemaal waarover we het hebben.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

De snoepautomaat moet weg. En nee, dat is geen betutteling

TeunColumns & verhalen

candy bar snoepautomaat verbod

Als columnist die bij deze krant is belast met het fenomeen betutteling, of liever met fenomenen die door anderen het predicaat betutteling krijgen opgeplakt, stuitte ik de afgelopen week op een paar interessante zaken.

Maximumsnelheid

Het kabinet wil de maximumsnelheid voor auto’s verlagen. Eerst was het plan het landbouwbeleid te hervormen, maar toen boeren daar heel boos over werden, kwamen de hoge heren in Den Haag daar enigszins van terug. Dan maar liever een maatregel die op minder verzet stuit. Maar niet overal hè. Alleen op plekken waar dat echt noodzakelijk is. Anders zouden de vroemvroem-VVD’ers weer gaan steigeren.

‘Betutteling!’

Er is niks tegen langzamer rijden. Je krijgt er minder files door, minder ongelukken én de uitstoot neemt af. Hartstikke goed! Toch trof ik op Twitter iemand die de maatregel aangreep om het B-woord van stal te halen: ‘Betutteling! En straks weer zeuren dat de inkomsten op accijns tegenvalt.’

Als betuttelingscolumnist moet ik hier streng zijn: in het verkeer hebben we regels. Daar zijn we het allemaal mee eens, anders wordt het een puinhoop op de weg. Het kabinet, gesteund door een meerderheid in de door ons gekozen Tweede Kamer, maakt die regels. Je kunt die stom vinden, maar dat heeft niks met betutteling te maken. Tenzij je anarchist bent en tegen elk gezag bent. Maar dan kun je elke minuut wel ‘betutteling!’ noemen. Dat is saai.

Weerstand bieden aan de snoepautomaat

Tweede waarneming van de afgelopen week: op de Landbouwuniversiteit Wageningen sprak ik met een wetenschapper die onderzoekt doet naar voeding en overgewicht.

Kort en te simpel: al sinds de oertijd, toen voedsel schaars was, zijn wij erop gericht onszelf vol te proppen om te kunnen overleven. Ons brein slaat aan als er calorierijk voedsel wordt aangeboden. En in onze huidige maatschappij is dat voortdurend en overal.

Zelfs op de Universiteit Wageningen: op een gang stond een bak met appels en peren en direct daarnaast een automaat met snoep, koek en frisdrank. Zelfs de voedselwetenschapper bleek hier niet tegen bestand. Aan het eind van de dag koos hij, in plaats van voor een peer, toch vaak, moe, voor een reep uit de automaat. De wetenschapper!

De snoepautomaat moet weg!

Nu zeg je: ‘man wees sterk! ‘Maar alle andere wetenschappers en dokters die ik heb gesproken zeggen dat vrijwel niemand sterk is. We zijn geprogrammeerd om die rotzooi te willen eten. We zijn weerloos.

Overgewicht is inmiddels volksziekte nummer 1. En daarom moeten die automaten weg uit universiteiten, ziekenhuizen en scholen en moet reclame voor dit soort dikmakende rotzooi verboden worden.

En nee, dat is geen betutteling. Want als je rotzooi wilt, dan kun je die zelf in de winkel kopen en meenemen. Die snacks moeten alleen niet overal worden aangeboden. En die reclame, waar dient die toe? Om je te verleiden. Als die niet zou werken en de mens autonoom en onbeïnvloed zijn keuzes zou maken, dan zou er geen reclame zijn. Reclame is er voor de industrie, niet voor de consument.

Het idee van ‘betutteling’ en dat je als individu alleen zelf verantwoordelijk bent voor je keuzes, is bedacht door de industrie. Die blijft zo buiten schot. Iedere keer dat jij ‘betutteling!’ roept, laat je dus zien hoezeer je beïnvloed bent door deze lobby. Bevrijd jezelf!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Reclame voor alcohol: waarom mag dat wél?

TeunColumns & verhalen

reclame voor alcohol kater kermit

Laatst zag ik een poster hangen van het wodkamerk Absolut, met daarop de vrij krankzinnige tekst ‘Create a better tomorrow, tonight’. De reclameboodschap is een doordenkertje, of wekt in ieder geval de indruk dat te zijn, maar zelfs na lang doordenken – in nuchtere staat! – blijkt de tekst flauwekul.

Mijn hoofd zat in een notenkraker

Dat weet iedereen die weleens te diep in het glaasje heeft gekeken. In het beste geval zorgt alcohol voor een betere avond (‘tonight’). Hoewel het inzicht daarover al aan het eind van de nacht bij de kebabtent of nog iets later, hangend boven de wc-pot, kan kantelen.

Maar werkelijk nooit wordt de dag na het zuipfestijn (‘tomorrow’) beter door de alcohol. Dat heb ik dit weekend nog ervaren, na een doldwaas etentje met collega’s waarbij de drank rijkelijk vloeide. De avond was geweldig, de volgende dag niet.

Mijn hoofd zat in een notenkraker. Verdwaasd en overgevoelig voor elke vorm van licht en geluid schuifelde ik door het leven. Wonderlijk om als alcoholfabrikant juist de kater als verkoopargument in te zetten.

Reclame voor alcohol gaat vrolijk verder

Als huisbetuttelaar riep de poster bij mij nog een vraag op: waarom mag er eigenlijk reclame voor alcohol worden gemaakt? Tabaksreclame is al in 2002 verboden, maar die voor alcohol gaat vrolijk verder.

Op de site van verslavingsexpert Jellinek staat een lijstje van de schadelijkste drugs. Op één staat crack, dan volgt heroïne, daarna tabak, op vier alcohol en de top-vijf wordt afgesloten met cocaïne. Minder schadelijk dan roken, maar slechter dan cocaïne.

Van alle drugs zorgt alcohol volgens Jellinek zelfs voor de grootste maatschappelijke schade. Denk aan verkeersdoden door rijden onder invloed en geweld waarbij de politie moet ingrijpen. Volgens Jellinek kost alcoholmisbruik ons ruim 2 miljard euro per jaar.

Alcoholaccijnzen en lobbyisten

Voor geen enkel product uit de top-vijf mag reclame worden gemaakt. Sterker nog: voor de hele top-vijftien is reclame taboe. Behalve dus voor alcohol. Vreemd. Misschien dat de alcoholaccijnzen er iets mee te maken hebben.

En natuurlijk de ijzersterke lobby van de alcoholindustrie. Heel vermakelijk is de site van STIVA, de Stichting Verantwoorde Alcoholconsumptie, die verantwoorde alcoholconsumptie en verantwoorde alcoholreclame wil bevorderen. Liever verantwoorde reclame, dan geen reclame, zullen ze daar denken.

Regels voor alcoholreclame zijn hilarisch

Hun richtlijnen zijn hilarisch. Zo mag in reclames niet de indruk worden gewekt dat alcohol positieve gezondheidseffecten heeft, of de lichamelijke of geestelijke prestaties bevordert. Daarom mocht een fabrikant niet de claim ‘’t verfrist’ gebruiken. Maar Strongbow Gold mocht wel zijn cider aanprijzen als ‘sterk verfrissende cider’, omdat deze claim volgens de Reclame Code Commissie slechts naar de smaakbeleving verwijst en niet naar het effect van alcohol. Snapt u het nog?

Ook mag alcoholreclame niet de indruk wekken dat er ‘een causaal verband is tussen de consumptie van alcoholhoudende drank en het hebben van sociaal en seksueel succes’.

Geen succes door alcohol

Vooral zogenaamde voor- en na-situaties zijn uit den boze: een reclame met een sul die geen vrouw kan versieren, maar dit na alcoholgebruik (van zichzelf of de vrouw) opeens wel kan, mag niet. Ook zijn reclames waarin iemand een promotie op zijn werk krijgt als gevolg van alcoholconsumptie niet toegestaan. Geen succes door alcohol dus.

En vooral geen ‘voor- en na’-situaties. Hoe zit het dan met ‘Create a better tomorrow, tonight’? Dat lijkt mij behoorlijk voor en na.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal