Liefde voor kinderen was voor badmeesters geen vereiste. Liefde voor grote mensen kennelijk ook niet

TeunColumns & verhalen

Zwemmende man in zwembad

‘Nou, meneer Van de Keuken…’ Ik kwam aan bij het ondiepe gedeelte van het 50 meterbad, waar een oudere vrouw mij stond op te wachten. Haar gelaat was doorgroefd met zure trekken: ‘U zat ooit in zo’n clubje voor een betere zwemtechniek…’ Ze lachte haar vreugdeloze lach: ‘…maar daar is niets van te zien. Dit lijkt nergens op.’ Er ontstond een kleine kortsluiting in mijn hoofd. Waarom zei ze dat? Wat moest ik antwoorden? Wie was ze? Op die laatste, niet hardop gestelde vraag, kwam direct antwoord: ‘Ik ben badmeester bij het Zuiderbad.’ ‘Nou bedankt voor uw opbeurende commentaar’, stamelde ik.

Ik dacht aan al die badmeesters in mijn jeugd die schreeuwend aan de rand van het bad stonden met hun grote zwemhaken. Liefde voor kinderen was geen vereiste. Voor grote mensen kennelijk ook niet: ‘Ja precies’, bitste ze terug, ‘laat maar eens wat zien. Hup hup!’

Hulpeloos, sneu

Wat moest ik nou? Ik wilde me verlossen van dit ongewenste gezelschap, maar ik kon toch ook niet wegzwemmen onder haar vorsende blik? Extra goed mijn best doen zeker, omdat dit secreet dat van mij verlangde. Ik zwom een paar slagen, werd chagrijnig en boos en draaide me om: ‘Dit is echt idioot wat u doet. Zo onaardig!’ Het klonk niet zo scherp als ik gehoopt had. Eerder hulpeloos. Sneu. De vrouw reageerde niet. Nog een paar slagen verder zag ik dat ze het bad had verlaten. Haar taak zat erop.

Al zwemmend denk ik me suf

Ik volg nu al een paar jaar achterelkaar borstcrawl-les. Eerst met alleen een goede vriend, daarna in een groepje en nu, omdat al die andere lessen niet genoeg opleverden, privé. Ik vind het ontzettend moeilijk, maar ik wil het kunnen: lichaam lang maken, de arm ontspannen over het water laten gaan en op dezelfde diepte en breedte het water insteken waar de andere arm is. Roteren vanuit de romp! De liggende arm pas uit het water halen als de ander is gearriveerd. Niet molenwieken. Het hoofd op het water laten dobberen en als aan een touwtje rustig opzij bewegen om onder de gehaakte arm door te ademen.

Al zwemmend denk ik me suf. Steeds gaat er iets mis. Dan corrigeer ik mijn slag en probeer er het beste van te maken. Niet aan het einddoel denken. Elke kleine vooruitgang is een overwinning. Na een halve baan crawl, doe ik weer een paar slagen schoolslag. Even ontspannen. Zou de boze badmeester me juist toen hebben gadegeslagen?

Ongevraagd onplezierig commentaar

Ik doe dit voor mezelf. Er is geen competitie. Er is geen buitenwereld. Maar nu denk ik alleen maar aan dat mens. Misschien heeft ze gelijk. Mijn zwemmen lijkt nergens op. Ik kan net zo goed stoppen. Die lessen kosten heel veel geld.

Toch zwem ik door. Nu ook weer boos dat ik me zo laat opnaaien. Ik probeer me weer op mijn slag te concentreren. Waarom, denk ik steeds. Waarom zou je iemand die zijn best doet en daar verder niemand mee schaadt de les willen lezen? Wij Nederlanders zijn goed in dit soort ongevraagd onplezierig commentaar. Maak ik me er niet zelf ook regelmatig schuldig aan? Stom. Ik neem me voor aardiger te zijn en me minder van de meningen van anderen aan te trekken.

Ik ben toe aan vakantie. Lekker zwemmen. Tot over vier weken, lieve lezers!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

Boeren kunnen ons toch niet dwingen vlees te eten?

TeunColumns & verhalen

Man in pak met een banaan in de hand

Jaren geleden voerde de VPRO-kantine de ‘meatless monday’ in: op maandagen werd er geen vlees geserveerd. Dit was onderdeel van een sociaal experiment voor een televisieprogramma. De immer progressieve medewerkers van de immer progressieve omroep kwamen massaal in opstand. Heel veel mensen riepen ‘schande!’ en ‘vrije keuze!’.

Maar, lieve vleeseters, vanwaar die kwaadheid?

Bij het fijne restaurantje onder aan de dijk bij mij in de buurt hetzelfde verhaal. Eén dag in de week is dat volledig vegetarisch. Maar ‘als mensen per se vlees willen eten en dat van tevoren aangeven, dan kan dat’. Wat bezielt die mensen? Waarom is het zo erg een keer géén vlees te eten? Zijn ze bang voor groenten? Vinden ze het een gekker idee iets te eten wat in de aarde is gegroeid dan een geslacht beest? Als het eten lekker is zonder dier, dan is het toch gewoon lekker? Veel verstokte carnivoren zullen na een heerlijke melanzane alla parmigiana of een verrukkelijke aloo gobi het vlees niet hebben gemist.

Vegetariërs en veganisten roepen agressie op bij vleeseters. Onder een bericht over de onlangs gepresenteerde 3D-geprinte biefstuk van restaurant Loetje verschenen vele verontwaardigde berichten. Mensen vonden het belachelijk, vreesden dat ze straks allemaal gedwongen werden vegetariër te worden en plaatsten foto’s van de enorme lappen vlees die zij soldaat gingen maken: drie ons per persoon, lekker bloederig. Maar, lieve vleeseters, vanwaar die kwaadheid?

Is hij beter dan ik?

Loetje is een hypercommerciële biefstukketen die door het groeiend aantal vegetariërs een deel van de markt mist. Om die klanten te kunnen bedienen en dus meer geld te kunnen verdienen, hebben ze die vegavariant ontwikkeld. Dat is geen idealisme, dat is zakelijk. Je hóéft hem niet te eten, maar stel nou dat hij net zo lekker is als een dood dier, zou dat niet juist hartstikke fijn zijn? Dat scheelt een hoop mest, dierenleed en de uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Daarom kan ik ook niet wachten op kweekvlees.

Als ik in het gezelschap van een vegetariër vlees eet, dan voelt dat niet fijn. Als ik hem dan zo tevreden zie kauwen op zijn bloemkoolsteak, dan voel ik soms een klein beetje woede opkomen. Zelfs als hij niks zegt over mijn keuze. Wie denkt hij wel dat hij is om zich zo moreel superieur te gedragen? Is hij soms beter dan ik? Zijn keuze voelt als een terechtwijzing van de mijne. Die komt aan, omdat ik diep van binnen weet dat hij gelijk heeft. Om allerlei redenen is het beter minder of geen vlees te eten. Zou het kunnen dat die mensen die zo kwaad worden op Loetje dit ergens in hun hartjes ook zo voelen?

Boeren kunnen ons niet dwingen

Verschillende koffiezaakjes in Amsterdam hebben de extra toeslag die tot nu toe werd geheven op plantaardige alternatieven voor melk afgeschaft. Een havercappuccino is nu dus even duur als eentje met koemelk. Eerlijk, zou je zeggen. Waarom zou je een concurrentievervalsende maatregel die koemelk voortrekt in stand houden? De klanten hebben nu een vrije keuze. Boeren uit de omgeving zijn het er niet mee eens: ‘Melk komt uit een dier, niet uit een plant.’

Een groot deel van de klanten denkt er (helaas voor hen) anders over. Daar is weinig aan te veranderen. Boeren kunnen ons toch niet dwingen dierlijke producten te eten en drinken?

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

BN’ers weren uit gokreclames lost niks op

TeunColumns & verhalen

Screenshot Reclame Koning Toto met Andy van der Meijde

Nooit meer BN’ers in gokreclames, een vreemde gewaarwording. Je kunt natuurlijk zeggen dat die schreeuwerige, schijtlollige oud-voetballers en voormalige politieagentes die verwoede pogingen deden ons een gokverslaving aan te smeren irritant waren, maar ze hoorden er toch ook een beetje bij. Nu ze er niet meer zijn, word ik een beetje weemoedig. Alles gaat zo snel en alles gaat zo snel voorbij. Nooit meer Wesley, Andy, Sjaak, Raffie en al die andere krukkige acteurs.

BN’ers

In het staatsblad wordt omschreven welke BN’ers van de spotjes moeten worden uitgesloten: ‘individuele beroepssporters, een team bestaande uit beroepssporters en andere rolmodellen’. Wie zijn die andere rolmodellen? Dat zijn ‘personen die publieke bekendheid genieten en personen die hun bekendheid ontlenen aan activiteiten in het heden of het verleden als:

  1. beroepssporter, sporttrainer of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de beroepssport;
  2. acteur, regisseur, presentator, zanger of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de televisie-, film-, theater-, muziek- of andere entertainmentindustrie;
  3. model, modeontwerper of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de schoonheid- of mode-industrie;
  4. auteur, journalist, columnist, influencer, vlogger, blogger of een andere persoon met een publiek zichtbare rol vanwege het gebruik van gedrukte, audiovisuele, auditieve, online of andere media;
  5. vertegenwoordiger van een politieke partij of een andere persoon met een publiek zichtbare rol binnen de landelijke, regionale of lokale politiek;
  6. frequente deelnemer aan kansspelen of een andere persoon met een publiek zichtbare rol op het gebied van kansspelen;
  7. personen die zichtbaar een ambt of beroep vervullen of uitbeelden waarvan een maatschappelijke voorbeeldfunctie uitgaat.’

Volstrekt onbekende mensen

Is dit geen heerlijke lijst? Je ziet helemaal voor je hoe zoiets gaat. De minister trommelt zijn ambtenaren op en zegt: ‘Ik wil dat in die gokreclames alleen volstrekt onbekende mensen optreden. Stel voor mij een lijst samen met alle beroepsgroepen met bekende mensen!’ De ambtenaren gaan ijverig aan de slag: ‘acteur!’ roept er één, ‘vlogger!’ schreeuwt de volgende en een derde gooit ‘model!’ in de groep.

De wat oudere bedaagde ambtenaar scherpt het geheel nog slim aan met het zinnetje ‘met een publiek zichtbare rol’. Om het helemaal dicht te timmeren draagt hij ook nog ‘personen die zichtbaar een ambt of beroep vervullen of uitbeelden waarvan een maatschappelijke voorbeeldfunctie uitgaat’ aan. Knap werk.

Maar valt daar ook de topkok onder? En de starchitect? Anders zou ik Rem Koolhaas meteen vragen voor Koning Toto. En wat nu als de volstrekt onbekende acteurs door die reclames opeens bekend worden? Dat is Harry Piekema van Albert Heijn en Frank Lammers van Jumbo ook overkomen. Moeten ze dan stoppen?

Je zou gokreclames ook kunnen verbieden

Reclames zijn op aarde om mensen ertoe te verleiden de aangeprezen waar te kopen. De minister staat die ook voor gokken toe, als ze maar niet te succesvol zijn. Daarom worden BN’ers geweerd. Maar ook zonder BN’ers kun je nog mooie spotjes maken die mensen verleiden. Met mooie beelden, opzwepende muziek en aantrekkelijke (onbekende) mensen. Kunnen daar niet ook regels voor komen, zoals: ‘In gokreclames moet elk shot scheef en overbelicht zijn. Er mag alleen gebruik worden gemaakt van schelle atonale muziek. Alles wordt nagesynchroniseerd in het Duits.’

Als we de regels maar genoeg aanscherpen, krijgen we uiteindelijk spotjes die alle klanten wegjagen. Geniaal, maar ook omslachtig. Je zou de gokreclames ook kunnen verbieden.

Afbeelding: Screenshot reclame Koning Toto met Andy van der Meijde

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

Een Nederlandse baas doet niets

TeunColumns & verhalen

Vrouw wijst met haar wijsvingers naar iets of iemand anders

‘Heb je managementboeken nodig en wil je ze snel in huis hebben?’ Op de radio heb ik regelmatig een spotje voorbij horen komen, waarin mij dit werd gevraagd. Iedere keer als deze vraag werd gesteld, riep ik hard ‘Nee!’ Telkens iets luider en met iets meer irritatie, omdat het mannetje van de radio maar bleef aandringen. Inmiddels lijkt het erop dat de radiocolporteur is gestopt met zijn heilloze missie, maar het zou ook kunnen dat ik het toestel toevallig nooit meer aanzet op het moment dat hij zijn tergende werving door de ether slingert.

Doe niets

Het is een gekke reclame. Wie heeft er nou op stel en sprong – vandaag besteld, morgen in huis – managementboeken nodig? Het komt nogal paniekerig over. Alsof je net gehoord hebt dat je morgen de afdeling gaat leiden en geen idee hebt hoe je dat moet doen. Snel vakliteratuur kopen, opzuigen en implementeren! Iemand die zo snakt naar een managementboek, kan geen goede leider zijn.

Terwijl leidinggeven in Nederland heel simpel is: doe niets. Alles wat je als baas in Nederland moet kunnen is niets. Meer niet. Lullig voor de goed florerende bedrijfstak, maar de hele industrie van symposia en boeken over leiderschap kan in de prullenbak. Bedrijven spiegelen aan succesvolle sportcoaches? Onzin. Dacht u dat Louis van Gaal de financiële administratie van een middelgrote gemeente zou kunnen leiden? Een basisschool? Een departement? Natuurlijk niet. Die houdt het geen dag uit. Van Gaal doet te veel. Een Nederlandse leider moet niks doen.

Kraak noch smaak

Soms zie je baasjes waarvan je je afvraagt hoe ze ooit op hun positie zijn gekomen. In mijn vak ben ik ze ook vaak tegengekomen. Ze begonnen ongeveer tegelijk met mij ergens te werken en vielen nooit op. Geen enkele originele gedachte, nooit de collega’s of de baas (zeker niet de baas!) tegen de haren in strijken. Kraak noch smaak. Aardig, maar onopvallend. Stilzitten, meeveren en opeens waren ze eindredacteur, hoofdredacteur, omroepbaas. Hij?! Maar die kon toch helemaal niks? Er liepen daar toch veel interessantere en inspirerender mensen rond? Die gozer deed nooit wat!

Precies. Zo word je baas.

Doorgaan met niets doen

Als je eenmaal baas bent geworden, is het zaak om door te gaan met niets doen. Als je iets doet, loop je het gevaar kritiek te krijgen. Dat kan je uiteindelijk de kop kosten. Je moet onkwetsbaar blijven. Mocht er onverhoopt toch eens iets gedaan moeten worden, dan geef je die taak aan een ondergeschikte. Mislukt het, dan krijgt die alle schuld. Lukt het, dan kun je alsnog met de eer strijken. Op deze manier kun je heel lang baas blijven. Mark Rutte is er al bijna de langstzittende premier van Nederland mee geworden. Hij zit en doet niks, terwijl anderen die zo stom waren wel iets te doen, allang het veld hebben geruimd.

Nu met de boeren en stikstof is het weer zo. In den lande hoor je een (bescheiden) roep om de premier. Die zou de natie moeten toespreken en keihard moeten opkomen voor bedreigde Kamerleden en ministers. Hij doet het niet. Tuurlijk niet. Als het helemaal misgaat met dit dossier dan kan stikstofminister Van der Wal haar biezen pakken. En Rutte? Die blijft zitten. Hij heeft immers niets gedaan.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

Bijna alle producten die ik op Instagram voorbij zie komen wil ik onmiddellijk hebben

TeunColumns & verhalen

toetsenbord met toets met de tekst Add to cart

Zal ik vandaag van klein naar groot of andersom? Echte intellectuelen kiezen graag voor het laatste. Eerst een theorie ontvouwen over de wereld of de mens, daarbij nog een paar grote denkers citeren – het liefst in het Frans of Duits – om eventueel aan het einde van het vertoog (dat is highbrow voor betoog) nog even van de Olympus af te dalen en enkele alledaagse voorbeelden van het gepresenteerde exposé te geven. De praktijk als bewijs van de theorie.

Andersom is gebruikelijker. Je begint met een paar grappige of schrijnende voorbeelden waardoor de lezer opveert: ‘verdomme, Els, dat hebben wij ook!’ om de lezer vervolgens steeds verder in het betoog te trekken. Hoe dieper Els en haar man de fuik inzwemmen, hoe onontkoombaarder de conclusie lijkt: de mens/wereld is verrot. Of mooi, dat kan ook. Dat hangt van de fuik af. Om bij de gewenste onontkoombare conclusie uit te komen, moet je de juiste beginvoorbeelden kiezen.

Marketing

Vandaag ga ik van groot naar klein. Ook om mezelf in te dekken, maar dat snap je straks vanzelf. Daar gaat ie: je hebt mensen die denken dat ze niet door reclames worden beïnvloed. Ze zijn autonome wezens die geheel zelfstandig hun beslissingen nemen. Die zijn vaak tegen het verbieden van reclames voor alcohol, gokken en fastfood, omdat dat ‘betutteling’ zou zijn. Waarom? Omdat de mens recht heeft op reclame? Als reclame geen effect had, dan zou een verbod erop de autonomie van de consument ook niet aantasten. De industrie pompt natuurlijk miljarden in reclames omdat ze wél effect hebben. Als producten regelmatig worden aangeprezen, dan willen we ze hebben.

Ik in ieder geval wel. Door mijn werk ken ik de marketingmachinaties van de industrie. Toch ben ook ik er totaal niet tegen bestand. Bijna alle producten die ik op Instagram voorbij zie komen, wil ik onmiddellijk hebben. Dankzij vernuftige algoritmes komen precies die artikelen voorbij waar ik gevoelig voor ben. Spullen waarvan ik nog nooit gedroomd had, dacht ik.

Ik had het totaal niet nodig

Zo kocht ik al peperdure wollen sokken en onlangs een schitterend schrift. Een leren hoes waar je allemaal verschillende soorten cahiers en mapjes en dingetjes kunt insteken. Ik had het totaal niet nodig, maar tegelijkertijd is het precies waar mijn ziel naar verlangde.

Ik heb een paar weken weinig werk. Ik zou ervan kunnen genieten, maar ik word er rusteloos van. Tijdelijk onnuttig zijn maakt me somber. Ondanks een atheïstische opvoeding heeft de oude Calvijn mij toch weten te raken. Het zware gat probeer ik te vullen met sporten. Je bent bezig, het lichaam wordt strak en er komen stofjes vrij. Daarnaast moeten lege momenten in mijn freelancerbestaan worden gevuld met plannen voor de toekomst. Ideeën voor programma’s, boeken en podcasts om toekomstige leegtes te vullen. Maar waar vind je iets in het niets in jezelf om te denken en te creëren?

In het schrift! Dat heeft lege bladzijden, blanco, met ruitjes en met lijntjes. Daarop kan ik ideeën, invallen en misschien zelfs kleine verhaaltjes opschrijven. Het schrift wordt de katalysator van de inspiratie. Dat snapte het algoritme.

Al een week staart het schrift mij aan. Nog maagdelijk mooi. Wanneer zal ik het bezoedelen met mijn onleesbare handschrift? Het maant en vermaant: ‘Kom en schrijf!’ Misschien morgen.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

Na bijna twaalf jaar premierschap krijg je ineens ideeën. Dat was niet de afspraak, Mark

TeunColumns & verhalen

Verdrietige clown in een openstaande koffer

Beste Mark,

Laat me je bedanken voor wat je voor de partij hebt gedaan. Bijna twaalf jaar premier, Mark! Dat is ongekend. In die tijd ben je echt in je rol gegroeid: beter haar, betere bril, de witte hemdsmouwen steeds iets daadkrachtiger opgerold. Ik weet niet of ze er echt zaten, maar je wekte de indruk dat er daaronder een paar stevige spierballen opbolden. Niet te stevig natuurlijk, want het moest wel beschaafd blijven. En vooral herkenbaar. God Mark, wat ben jij in die tien jaar herkenbaar geworden en gebleven. Met je fiets, je appeltje, je casual hoodies en je bezoek aan de Toppers. Dat hebben we met zijn allen uitstekend gedaan.

Beeldvorming, Mark

Het mooiste aan jou is je lach. Dat zullen de mensen in het land ook beamen. Elk gepruttel uit de oppositie wist je weg te lachen. God wat een stumpers. Dat was zo mooi man! Je ging niet eens op hun argumenten in. Gewoon, wahahaha! Goud.

Stel je eens voor hoe mensen thuis op de bank hiernaar keken: die zagen een woedende Jesse, Lodewijk, Lilianne of Lilian of hoe die types allemaal heten, als dreinende kinderen tekeergaan tegen een aardige, nette, vrolijke man. Wie denk je dat dan de sympathie kreeg? Juist, jij! De meeste kiezers gaat het niet om de inhoud. Beeldvorming, Mark. Die hadden we jarenlang in de pocket.

Wij zijn winnaars

Daarmee hebben we veel kunnen doen voor liberaal Nederland. Voor de ondernemers, de huizenbezitters, de multinationals en toch ook de boeren. De economie draaiden jarenlang als een tierelier en de mensen die het goed hadden, hebben het beter gekregen tijdens jouw premierschap.

Die mensen, dat zijn wij. Denk je dat wij ons bekommeren om Groningers met kapotte aardbevingshuizen, om studenten zonder basisbeurs, om asielzoekers die buiten moeten slapen, om jongeren die geen betaalbaar huis kunnen vinden, om flexwerkers met kutcontractjes? Om mensen met buitenlandse namen die slachtoffer werden van de toeslagenaffaire? Nee, Mark. Want die mensen zijn wij niet. Wij zijn winnaars. Hadden die losers maar harder moeten werken. Of rijkere ouders moeten hebben, haha. Grapje.

Je hebt ons jarenlang goed gediend. Je was onze nuttige idioot. Je had geen visie, wilde macht en je bezat precies het saaie soort charisma waar Nederlanders gek op zijn. Ideaal voor ons om mee te werken. Jaar na jaar voerde je zonder morren onze neoliberale agenda uit. Als jij je baantje maar mocht houden.

Dat was niet de afspraak, Mark

Jammer dat je opeens in jezelf ging geloven. Dat je ging denken dat je echt de baas was. Een met ideeën zelfs: na jarenlang briljant pappen en nathouden, wil je opeens stikstof aanpakken en de veestapel inkrimpen. Dat was niet de afspraak, Mark.

Zaterdag hebben we je teruggefloten. Het was kantje boord, maar 51 procent van het VVD-congres heeft tegen jouw stikstofbeleid gestemd. Net als bij Brexit en Trump waren het vooral de jongeren die anders stemden. Laat ze naar D66 gaan met hun groene waanbeelden. De VVD blijft de VVD. We gaan lekker hard rijden en het stikstofdebat weer jarenlang traineren met onderzoeken en commissies. Gezond rechts.

Van jou is helaas weinig over. De opgerolde mouwtjes hangen er slapjes bij en je gulle lach is verbeten. Als de beeldvorming niet meer werkt, wat hebben we dan nog aan je, Mark?

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

De tijd van arrogante werkgevers is voorbij. Voor jou tien anderen, baas!

TeunColumns & verhalen

Een verkeersbord met de tekst You're hired. Eronder de tekst You're fired met een rode streep erdoor

De tijd van de arrogante baasjes is voorbij. De zogenaamde selfmade men (dit soort types ziet elke vorm van succes puur als eigen verdienste) die personeel uitknepen en afblaften (‘voor jou tien anderen’) en zo miljoenen op miljoenen stapelden, zullen uit een ander vaatje moeten gaan tappen, anders hebben ze straks een koninkrijk zonder onderdanen. Of liever: een bedrijf zonder medewerkers.

Uitbuiting

Het schofterigste bazengedrag zagen we bij de tuinders in het Westland die Poolse en Oekraïense werknemers wurgcontracten lieten tekenen. Deze kregen het minimumloon betaald, waarvan ze dan ook nog administratiekosten moesten afdragen. Voor de kosten van hun armzalige huisvesting, vervoer en werkkleding moesten ze ook zelf opdraaien. Overtreding van de afspraken kon ‘leiden tot deportatie naar Oekraïne en een verbod op toegang tot EU-landen.’ Walgelijk.

Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt het een schande: ‘Dit zijn mensen als u en ik en die horen netjes behandeld te worden.’ Daar heeft ze natuurlijk gelijk in. Maar meent de minister dat er ook mensen bestaan die misschien net wat minder zoals u en ik zijn, zij die wel mogen worden uitgebuit? Nee, dat is kwaadaardig gedacht. Ik kan het me oprecht niet voorstellen.

Horkerige Hugo de Koning

Hugo de Koning is een jonge miljonair, die jarenlang net als zijn compagnons achttien uur per dag heeft gewerkt om van zijn bedrijf een succes te maken, jongerenuitzendbureau Young Capital. Hij maakt zich niet schuldig aan crimineel gedrag zoals de tuinders, maar enige horkerigheid is hem niet vreemd. Hugo wil de beste zijn en wil dat zijn werknemers net zo veel geven als hij: ‘We hebben speciaal een neurowetenschapper aangenomen die kijkt of onze mensen voldoende groeimindset hebben, qua persoonlijkheid en DNA’. Hij eist perfectie van zichzelf en zijn medewerkers: ‘Onze CEO maakt me duidelijk dat ik er vertrouwen in moet hebben dat mensen die hier werken het beste willen voor het bedrijf. Ze laat mensen fouten maken. Ik kan dat niet, ik kan niet tegen fouten.’

Met deze karaktereigenschappen is het niet gek dat Koning zijn thuiswerkende collega’s nu laat inloggen op een systeem dat hun productiviteit meet. Op Radio1 vertelde hij erover: ‘We geven inzicht in hoe productief iemand is geweest, of hij zijn doelen heeft gehaald. Als je daar ongelukkig van wordt, moet je maar bij de overheid gaan werken. We zijn een commercieel bedrijf met doelen.’

De tijd van arrogante werkgevers is voorbij

En dat beste personeelsleden, is precies wat jullie moeten doen. Niet per se bij de overheid (als je dat wilt, helemaal prima natuurlijk), maar wel bij een bedrijf dat je respecteert en voor goede arbeidsomstandigheden zorgt. Al die baasjes die hun personeel over de kling willen jagen, uitpersen en controleren, hebben waarschijnlijk gemist in wat voor een tijd we leven. Er is een personeelstekort! Dus als je als baas je werk niet aantrekkelijk maakt, of je onvoldoende betaalt, dan stap je op.

De tijd van arrogante werkgevers is voorbij. Voor jou tien anderen, baas! De werknemers hebben nu de macht. Kijk naar Schiphol waar de koffergooiers er eindelijk op vooruitgaan. Het hele raderwerk staat stil, als jullie machtige arm het wil!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

Dacht u echt dat iedereen gelijke kansen heeft om het hoger onderwijs te bereiken?

TeunColumns & verhalen

oplopende stapels muntgeld

In een eerlijke samenleving zou iedereen evenveel kans moeten hebben om te slagen in het leven. Om geld te verdienen, gezond te zijn en een dak boven het hoofd te hebben. Die gelijkheid is er natuurlijk helemaal niet. Mensen met een universitaire- of hbo-opleiding leven gemiddeld zo’n zes jaar langer dan mensen met een mbo-opleiding of lager, en ze leven ook nog eens langer in goede gezondheid. Dat is natuurlijk al niet eerlijk. Waarom zou je langer gezond mogen leven, omdat je goed kunt leren?

Drempels voor sociale klimmers

Maar het kan nóg oneerlijker. Want dacht u nu echt dat iedereen met een goed stel hersens gelijke kansen heeft om het hoger onderwijs te bereiken? Om op de grote kansentrein te stappen die het leven beter, mooier, rijker en gezonder maakt? Natuurlijk niet.

De groep die het goed heeft – de groep voor wie onze premier al meer dan tien jaar draait, liegt, sms’t en sms’jes wist – die wil helemaal niet samen spelen, samen delen. Die wil alles voor zichzelf houden. Niet alleen door het belastingklimaat gunstig te houden voor de rijken, maar ook door de drempels voor sociale klimmers in het onderwijs te verhogen, zodat de zoontjes en dochters van rijke papa’s en mama’s meer kansen hebben op goede opleidingen en een beter leven dan de kinderen van minder gefortuneerden.

Ons onderwijssysteem is simpel opgebouwd. Het middelbaar beroepsonderwijs bereidt je voor op het hoger beroepsonderwijs (hbo). Het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) bereidt je voor op het wetenschappelijk onderwijs (wo). Als je het mbo met goed gevolg hebt doorlopen, ben je dus geschikt voor het hbo, ben je geslaagd voor het vwo dan kun je naar de universiteit. In principe mag je dan alles studeren, als je de benodigde vakken maar hebt. Simpel en eerlijk.

Toelatingsexamens

Maar zo werkt het niet meer. Tegenwoordig is er op veel hogere opleidingen niet meer genoeg plaats om alle studenten toe te laten, deels omdat die opleidingen betalende buitenlandse studenten hebben aangenomen om hun financiering rond te krijgen. Hoe lossen de universiteiten dit plaatsgebrek op? Door gegadigden voor een opleiding te onderwerpen aan een toelatingsexamen (terwijl hun vooropleiding dus al hun toelatingsexamen was) een sollicitatiebrief en/of een motivatiegesprek.

Driemaal raden wie er het meeste kans hebben deze procedure succesvol te doorstaan? Juist. De kinderen van de ouders die bijles betalen om het toelatingsexamen te halen, die helpen met het correct opstellen van de brief en die heel subtiel telefoontjes plegen naar de toelatingscommissie. ‘Hé Jacques, wat leuk, ik zag je naam op de brief van Liselotte die morgen met je komt praten over de studie! Ja, héél gemotiveerd!’

Te koop

Met geld kan nog meer. Er zijn inmiddels 568 erkende particuliere universitaire en hbo-opleidingen, waarvoor je dus flink moet betalen. Elke universiteit in Nederland heeft wel van die dure opleidingen die net iets beter op je CV staan dan de doodgewone plebsstudies die door de overheid zijn betaald. 568! Die rijke studentjes zullen vast hard moeten werken, maar toch. Een goeie baan en het fijne leven is in Nederland gewoon te koop.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

Wees geen verwende slappe decadente sukkel, boycot flitskoeriers

TeunColumns & verhalen

Man drinkt biertje thuis voor de computer

Een wetenschapper die zich bezighoudt met de invloed van onze omgeving op onze gezondheid, liet mij ooit een plaatje zien van een Amerikaanse sportschool met een roltrap ervoor. Direct voor de roltrap lag een gigantisch parkeerterrein waarop uiteraard gigantische auto’s stonden. Handig, zo uit de auto de roltrap op rollen. Dan hoef je je niet in te spannen voordat je je gaat inspannen.

Gratis beweging

Dit beeld is tekenend voor deze idiote tijd. We bannen beweging uit ons leven en gaan naar een school om te sporten. Terwijl het slimmer en makkelijker is om zoveel mogelijk beweging in ons dagelijks leven te integreren. Zolang je het kunt, lopen en fietsen zonder elektrisch duwtje in de rug en de trap nemen in plaats van de roltrap of de lift (tegenwoordig zijn er ook architecten die hier rekening mee houden. Ze geven niet langer de lift, maar de trap de meest prominente plek in een gebouw). Gratis beweging!

Flitsbezorgers zijn walgelijk decadent

In dit licht zijn flitsbezorgers idioot en walgelijk decadent. Zin in ijs, maar niks in de vriezer: flitsbezorger bestellen! Melk op of geen bier meer in de ijskast? Laat de elektrische fietskoerier maar komen. Voor dezelfde prijs als in de supermarkt plus €1,80 staat hij al binnen tien minuten na je bestelling voor je deur. Wat mensen zoal bestellen? Volgens Jeroen van Bergeijk die voor een heerlijk stuk in de Volkskrant drie weken undercover werkte als flitskoerier is dat vrij voorspelbaar: ‘s Ochtends granola, fruit en yoghurt, ’s avonds pizza, groenten, rijst, en laat op de avond vooral bier, wijn, chips en roomijs. Heel veel roomijs.’

Hij schat dat de gemiddelde klant voor zo’n tien euro bestelt. Die gemiddelde klant is volgens Van Bergeijk trouwens jong, single en welvarend en nooit bejaard of slecht ter been. Luxe, geen noodzaak dus. Bij minderjarigen die geen nog geen alcohol mogen kopen zijn de koeriers trouwens ook populair. Je kunt er vaak wat makkelijker aan drank komen dan in de supermarkt.

Dark stores

Als flitskoerier kun je goud geld verdienen. Zoveel, dat kranten nauwelijks bezorgers meer kunnen vinden. Waarom een krantenwijk als je elders meer kunt verdienen? Geef ze eens ongelijk. Maar het gekke is, dat de flitsbusiness nog helemaal niet winstgevend is. Integendeel. Op dit moment voert een aantal partijen met grote zakken geld van durfkapitalisten een Flitskrieg met als doel om alle concurrentie uit te schakelen en als enige over te blijven. Pas dan kan er (hopelijk) worden verdiend.

Tot die tijd wordt de strijd gevoerd met heel veel koeriers en heel veel dark stores in de stad, waar alle producten staan opgeslagen die binnen tien minuten bezorgd moeten worden. Als je oplet zie je die ongezellige geblindeerde ruimtes overal. Zonde van plekken waar je ook echte winkels of woonruimte zou kunnen hebben. Bovendien zorgen de dark stores vaak voor overlast, door de koeriers die af en aan rijden. Daarom wil de gemeente Amsterdam ze ook gaan verbieden in woonwijken.

Wees geen sukkel

Waarom moet elke impuls direct bevredigd worden? Hoe moeilijk is het om gewoon boodschappen te doen en ook even vooruit te denken wat je ’s avonds nodig hebt? Wees geen verwende slappe decadente sukkel en koop niet bij de flitskoeriers die de stad kapotmaken.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht

Eindeloos praten over vanille-ijs tekende mijn vriendschap met Jerry

TeunColumns & verhalen

Twee hoorntjes met schepijs en boten op de achtergrond

IJs was belangrijk in onze vriendschap. Dat besefte ik toen ik laatst van de fysiotherapeut naar huis fietste. Een beetje verdoofd door het beroerde nieuws dat ik net had ontvangen, kwam ik de Czaar Peterstraat uit, stak een paar keer over en zag IJsmolen, de zaak waar ze volgens Jerry superieure vanille hadden. Die móest ik proeven. We haalden onze ijsjes en gingen aan de overkant aan het water zitten. Praten, eindeloos praten. Eerst over ijs. Over vanille, dat zo simpel lijkt, maar moeilijker te maken is dan veel andere smaken. We vonden het belachelijk dat veel mensen hun schouders ophalen over vanille, terwijl echt goede waanzinnig lekker is.

Boekentips

Vervolgens spraken we over boeken. Niemand in mijn omgeving las zoveel als Jerry. In zijn jonge jaren had hij Honderd jaar eenzaamheid in één ruk uitgelezen. Hij was zo onder de indruk dat hij toen hij het uithad, weer van voor af aan begon. Als we afspraken had hij vaak een tas vol boeken onder de arm: ‘Dit moet je eens lezen.’

Zijn boekentips waren een daad van liefde. Hij wilde zijn plezier met mij delen en had erover nagedacht welke werken mij zouden bevallen. Zoals je vroeger mixtapes maakten voor mensen die je dierbaar waren. Dankzij Jerry leerde ik onder ander Alberto Moravia, Jiri Weil en Olga Tokarczuk kennen. In mijn podcast heb ik veel boeken besproken die ik dankzij hem ken.

Moeite de kracht te vinden

Gesprekken over boeken gingen moeiteloos over op het leven zelf. Jerry had het moeilijk. Op zijn werk liep het niet lekker, hij had een burn-out gehad en was vaak moe en somber. Hij was bezig weer langzaam te reïntegreren, maar dat ging allemaal niet vanzelf. Hij had moeite de kracht te vinden voor het werkende leven.

Ergens gek, omdat Jerry met zoveel geestdrift kon praten over dingen waarvan hij genoot en altijd zoveel energie in onze ontmoetingen stopte. We kwamen samen en Jerry ging aan. Alles werd met volledige aandacht en geestdrift besproken: boeken, de opera’s die Jerry luisterde tijdens het koken, de porchetta van slagerij Krijnen en Nooij, maar ook onze worstelingen en ambities. Die volledige energie waardeerde ik. Als je samenkomt, moet het ook iets opleveren.

Ziek

Twee weken geleden belde Jerry mij. Hij had nierkanker. Het was verschrikkelijk, maar het was gelukkig niet uitgezaaid. Hij bereidde zich voor op een heel zware periode, maar hij zou er doorheen komen. Hij klonk strijdbaar. Zijn optimisme sloeg over: ‘Wel goed te merken dat je zoveel levenslust hebt’, zei ik ernstig grappend. Jerry lachte en beaamde het: ‘Zeker!’ Daarna verslechterde de situatie razendsnel. De kanker zat opeens toch overal. Ook in zijn hoofd. Hoe lang zou hij al ziek zijn geweest?

Afgelopen donderdag is hij overleden, na een ziekbed van drie weken.

Vrijdagavond was ik bij Jerry’s vriendin Joline en hun zoon Jip. We aten vanille-ijs van IJsmolen en spraken over een andere favoriet: de pistache van Massimo, die ik ook vaak met Jerry had gegeten. Volgens mij het beste pistache-ijs ter wereld (inclusief Italië) Maar Joline vertelde over een zaakje in Trastevere in Rome waar ze met het gezin waren geweest, waar het nog lekkerder was. Daar moest ik echt eens heen! Natuurlijk ga ik dat doen. Probeer ik meteen de vanille.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht