Dankzij Staatsbosbeheer kan Shell de milieuridder uithangen

TeunColumns & verhalen

Shell Staatsbosbeheer Make The Future Reclamefilm Videostill

Is Shell nu zo slim of Staatsbosbeheer zo dom? Op de radio hoorde ik een spotje waarin een boswachter enthousiast vertelde over een initiatief om miljoenen bomen te planten. Hij hield als kind al van de natuur en nu zou die natuur ook voor de toekomst bewaard blijven. De boswachter was van Staatsbosbeheer en de reclame was van… Shell! U weet wel, die oliegigant die terechtstaat in Den Haag voor enorme olielekken in de Nigerdelta waardoor daar de grond ernstig is vervuild en het drinkwater ondrinkbaar. Bewoners procederen al twaalf jaar om de rommel opgeruimd te krijgen. Die oliegigant.

Milieuridder Shell

Iedere keer ben ik weer met stomheid geslagen als een overduidelijk milieuvervuilend bedrijf zich via marketing en reclame als milieuridder wil voordoen. Waarom blijven ze dit doen? Dat radiospotje had ook van Greenpeace kunnen zijn: als er een club goed bezig is voor onze planeet, zo suggereert de commercial, dan moet het wel Shell zijn. U weet wel, Shell, de producent van olie die zorgt voor een enorme uitstoot van CO2, en daarmee voor de opwarming van de aarde. Wie gelooft zo’n reclame nou? Normaal gesproken niemand.

Alleen nu hebben de vervuilers de handen ineengeslagen met een partij van redelijk onbesproken groen gedrag: Staatsbosbeheer. Redelijk onbesproken, want juist op Staatsbosbeheer is veel kritiek, omdat ze zo veel bomen kappen voor biodiversiteit en de exploitatie van hun terreinen. Maar goed, nu zijn de Staatsboswachters dus wel voor meer bomen. Shell betaalt de natuurorganisatie om vijf miljoen bomen te planten. In ruil daarvoor mag de oliereus daarmee goede sier maken. 

Greenwashing

Zo zien we boswachter Hans – inmiddels heb ik een prachtige commercial gevonden – door een bos struinen, mos aaien en een handje bladeren oprapen. Hans vertelt hoe fijn hij het vindt dat hij bomen mag planten met Shell. Aan het eind zegt een voice-over: ‘We helpen Hans, boswachter bij Staatsbosbeheer, met het herstellen van ecosystemen.’ Maar wie hebben een groot aandeel in het vernielen van die ecosystemen, lieve Shell-mensen? Jullie toch zeker?

Waarom werkt Staatsbosbeheer mee aan deze publieke greenwashing van oppervervuiler en klimaatopwarmer Shell? Op hun website legt de baas van de natuurbeheerder het uit: ‘Zonder de steun van Shell kunnen wij eenvoudigweg geen vijf miljoen bomen aanplanten.’ En dus ben je bereid in ruil voor een leuk en mooi project in Nederland een van de grootste vervuilers ter wereld een groen imago geven? Omdat jullie het niet kunnen betalen en Shell wel? Enig idee hoe zij dat geld hebben verdiend? In dat opzicht is wat Shell op de eigen site zegt extra cynisch: ‘Samen planten we bomen. Shell hoopt zo bij te dragen aan een toekomst met minder CO2.’

Imagoboost

De vervuiler betaalt, hoor je weleens. Het principe wordt zelden toegepast. Want natuurlijk moet Shell miljoenen bomen planten, miljarden misschien wel, om de klimaatopwarmende effecten van zijn industrie te compenseren. Dat is wel het minste wat je kunt doen. Maar om je voor deze minimale inspanning op de borst te kloppen als milieustrijder is én niet chic én domweg idioot. 

Staatsbosbeheer had het geld moeten aannemen onder voorwaarde dat Shell er geen enkele ruchtbaarheid aan zou geven. Nu heeft het de oliereus voor een fooi een enorme imagoboost gegeven.

Afbeelding: Videostill reclamefilmpje Shell #MakeTheFuture

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Verplicht de mondkapjes, anders komt er niks van terecht

TeunColumns & verhalen

mondkapje covid corona domino

Aan het onduidelijke mondkapjesbeleid zie je waar te ver doorgeschoten liberalisme toe leidt. Afgelopen week zat ik te lunchen in een sympathiek zaakje aan het Haringvliet. De ober begroette ons vrolijk. Ze droeg geen gezichtsmasker en verlangde dat ook niet van haar klanten want ‘de regering verzoekt ons alleen zo’n ding te dragen hè? Het is niet verplicht. Zo Nederlands.’ Waarom het advies niet tot de omgekeerde conclusie had geleid, dat iedereen mondkapjes moest dragen, werd niet duidelijk. Misschien waren ze bij een mondkapjesplicht bang voor ruzie met klanten? Of voor verlies van klandizie?

‘Mondkapjes werken niet’

In de supermarkten waar ik kom, draagt misschien eenderde van de bezoekers een mondkapje. De rest heeft er geen zin in, gelooft er niet in of vindt zo’n stuk stof over het gezicht onprettig. Of schaamt zich om ermee gezien te worden, zoals Wilfred Genee: ‘Ik had hem (het mondkapje) in de aanslag en toen voelde ik me zo lul voor staan, dat ik het niet deed.’

Wat niet helpt is dat Jaap van Dissel blijft volhouden dat mondkapjes niet werken. Nu is deze man hooggeleerd en heeft hij een bom aan ervaring, maar het blijft opvallend dat in andere landen andere mensen die er ook voor hebben doorgeleerd wél denken dat die dingen helpen. Hoe dat zit, weet ik niet en ik wil daarover ook niet de wijsneus uithangen.

Laat ik het simpelweg over zijn redenering hebben. Neem zijn ideeën over mondkapjes in supermarkten: ‘Als een supermarkt georganiseerd is zoals je hoopt dat die is georganiseerd – eenrichtingsverkeer, anderhalve meter, deurbeleid, mensen wijzen op schoonmaken van karretjes, dat iedereen thuisblijft bij klachten en een fatsoenlijke ventilatie, dan verwacht ik dat het weinig effect heeft. Als, als, als. Dat zijn een heleboel alsen. Ik ken geen supermarkt die aan al die alsen, of zelfs de meeste ervan, voldoet. Dan kun je boos worden op de werkelijkheid, een nieuwe werkelijkheid afdwingen met handhaving en boetes (ook prima) of je beleid aanpassen aan de werkelijkheid. Precies zoals dat bij het ov is gegaan. Welbeschouwd is dit verhaal van Van Dissel geen betoog tegen het dragen van mondkapjes, maar ervoor.

Vaag kabinet

De positie van het kabinet is vaag. Het blijft dingen zeggen als, ik parafraseer: ‘We geloven niet dat mondkapjes echt werken, maar alle beetjes helpen en daarom adviseren we dringend om ze toch binnen te dragen als je staat of loopt, maar als je zit mogen ze af.’ En dat dan weer in tegenstelling tot de dag ervoor, toen het kabinet nog gewoon niet in mondkapjes geloofde én daarom niet adviseerde ze te dragen. Dat was in ieder geval nog intern consistent.

We hebben nu tien jaar een liberale premier. Liberalen zijn sympathiek en Rutte is de sympathiekste van allemaal. Een leuke leraar, die de klas geen straf geeft, maar de orde aan de klas zelf overlaat. Je bent oud en wijs genoeg. Maar nu gaat dat niet meer, minister-president. Velen van ons zijn niet oud en wijs genoeg. Het is oneerlijk om het aan bedrijven over te laten of ze hun klanten verplichten mondkapjes te dragen of niet. Dat kan ook financiële gevolgen hebben. Dezelfde regels voor iedereen is het duidelijkst en het eerlijkst. Verplicht de mondkapjes, anders komt er niks van terecht.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Complotdenkers zitten verkeerd: kijkcijfers zijn grootste gevaar

TeunColumns & verhalen

televisie donker

‘Mag dat? Bij de staatsomroep?’, de man was oprecht verbaasd toen ik hem vertelde over het kritische televisieprogramma dat ik aan het maken was. Hij was ervan overtuigd dat programmamakers van NPO (‘de staatsomroep’) oekazes van hogerhand krijgen over welke onderwerpen ze wel en niet mogen behandelen. Een andere man mengde zich in het gesprek: ‘Je gaat mij niet wijsmaken dat je ongestoord je gang kunt gaan als jij met een heel kritisch verhaal over de overheid komt. Dan wordt er op een zeker moment heus wel ingegrepen.’

Oprechte verbazing

Ik was op mijn beurt oprecht verbaasd. Ik wist natuurlijk dat deze ideeën her en der in den lande leefden, maar nog nooit had iemand mij er persoonlijk mee geconfronteerd. Mijn verbazing was ook zo groot omdat deze opvattingen over de gang van zaken bij de omroep zo ver afstaan van wat ik dagelijks ervaar. Nooit heeft een baasje een onderwerp gestaakt omdat het de regering zou kunnen schaden. Nooit is verzocht de toon of de aanpak te wijzigen omdat Rutte en de zijnen erdoor in verlegenheid zouden kunnen komen.

Integendeel. Ik vind het een beetje gênant om iets wat voor mij zo vanzelfsprekend is expliciet op te moeten schrijven, maar zo zijn de tijden. Een journalist controleert de macht en als hij burgemeesters, ministers of leden van het Koninklijk Huis in het nauw kan brengen, dan is hij dolblij en zal hij dat zeker niet laten. Ook zijn bazen zullen hem niet afremmen maar aanmoedigen.

Meningen

Ik vertelde de mannen dat er heel veel kritische programma’s op televisie te zien zijn. Dat er mensen bij talkshows worden uitgenodigd die het niet met het beleid eens zijn, dat Nieuwsuur ministers ten val heeft gebracht, Zembla geregeld in de stront van bedrijven en overheden roert en dat ik zelf met De Monitor ook vaak genoeg misstanden aan de kaak heb gesteld. ‘Dat klopt, maar je geeft vervolgens geen mening!’ Dat het niet de taak is van journalisten om te vertellen hoe mensen over de gepresenteerde feiten moeten oordelen, overtuigde hem niet: ‘Dat is jouw keuze.’

Inmiddels lijkt soms het omgekeerde te gebeuren van wat complotdenkers beweren. Mensen worden in programma’s uitgenodigd om volstrekt ongefundeerde meningen te geven, omdat ‘dat geluid ook gehoord moet worden.’ Tegenover het verhaal van een wetenschapper die jarenlang heeft gestudeerd, wordt de opvatting gezet van iemand die zich op het internet flink in de zaken heeft verdiept of ‘gewoon een gevoel’ heeft. En stel nu dat zo iemand zijn kletskoek leuk kan vertellen, dan wordt hij gewoon nog een keer uitgenodigd. Waarom? Omdat omroepen wel degelijk geregeerd worden door een kwalijke macht die niets te maken heeft met journalistieke ijver, speurzin en tegels lichten en overigens ook niet met de vermeende behoefte om elites te beschermen. 

Macht van de kijkcijfers

De duistere macht die programmamakers regeert en die sterker is dan alle andere, is die van de kijkcijfers. Het kan zijn dat goede programma’s niet altijd voor goede kijkcijfers zorgen, omgekeerd geldt het in Hilversum wel: een programma met goede kijkcijfers is per definitie een goed programma. Het gevaar is dat programmamakers de inhoud van hun programma’s aanpassen aan wat scoort. Dat is een grotere bedreiging voor een goede informatievoorziening dan welk vermeend complot dan ook.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Misschien moeten de KNVB-bonzen wat meer experimenteren tussen de lakens

TeunColumns & verhalen

voetbal veld gras

Hier en daar hoor ik wat gemor over de KNVB. Zolang ik leef, hoor ik al gemor over de KNVB. Voor een deel is dat inherent aan zo’n organisatie. Om maar meteen een hele hoop clichés in een zin te proppen: de nationale bond die over de belangrijkste bijzaak in het leven gaat, kan het nooit alle 17 miljoen bondscoaches naar de zin maken.

De KNVB laat zich leiden door macht en geld

Voor een groot deel is het gemor ook aan de KNVB zelf te wijten. U moet weten dat onze voetbalbond, zoals zo ongeveer alle voetbalbonden ter wereld, zich vooral laat leiden door macht en geld. Door, zoals dat heet, belangen. Moraal huppelt altijd mijlenver achter die belangen aan.

Daarom werd er in 1978 door onze jongens gevoetbald in Argentinië. Dat land leed onder de moorddadige dictatuur van Videla en zijn militaire junta. Duizenden mensen verdwenen, baby’s werden ontvoerd en tienduizenden Argentijnen werden vermoord. Maar Oranje ging er voetballen. Want ‘je moet politiek en sport niet vermengen’.

Voetballen in Qatar

Met dezelfde soort argumenten gaan we straks in Qatar voetballen. Niet in de zomer, want dan is het veel te warm, maar ergens rond Sinterklaas. Dat schopt onze eigen competitie in de war, maar je moet er iets voor over hebben om een WK te houden in een land dat de mensenrechten op grove wijze schendt.

Voorzitter Just Spee van de KNVB: ‘Ik vind het goed dat het WK in Qatar is. Als westerlingen moeten we oppassen dat we niet van andere landen eisen dat zij de stap van de Middeleeuwen naar vandaag in één keer maken, terwijl wij daar ook honderden jaren over hebben gedaan.’ Een beetje begrip voor slavernij en het overlijden van honderden stadionbouwers, alsjeblieft! Zoiets kost tijd.

Jong Oranje in Belarus

En dan hadden we onlangs nog Belarus. Terwijl burgers die daar de straat opgingen tegen het dictatoriaal regime werden opgepakt, in elkaar geslagen en gemarteld, speelde Jong Oranje er een interland. Waar was onze moraal? Werd er overwogen weg te blijven? Natuurlijk niet: belangen! De voetbalbond zette zelfs spelers die niet wilden gaan, onder druk. KNVB-directeur Gudde vond de opstand tegen dictator Loekasjenko vooral lastig: ‘Je kan zeggen: het zijn maar demonstraties. Maar ik word er niet vrolijk van en maak me zorgen om Jong Oranje.’

‘Je moet ergens een streep trekken’

Maar nu houdt de KNVB eindelijk de rug recht. Geen belangen maar moraal. Krachtig zegt de voetbalbond: ‘Je moet ergens een streep trekken.’ Welke misstand is nu zo groot dat de KNVB wel móét optreden? Gaat het Nederlands elftal bij nader inzien toch niet meer naar Qatar of Belarus? Lopen onze jongens van het veld bij racistische spreekkoren? Worden sponsors die aanzetten tot obesitas, alcoholisme of gokverslaving verboden? Niets van dat al. De KNVB trekt de streep bij FC Emmen dat op het shirt reclame wil maken voor seksspeeltjes. Want seksspeeltjes zijn in strijd met de goede zeden. 

Hoezo? Seksspeeltjes kunnen seks leuker en lekkerder maken voor mannen en vrouwen, samen, alleen en in welke samenstelling dan ook. Ze zijn emanciperend en plezierbevorderend. Noem maar eens een sponsor die zo onschadelijk is en zo bijdraagt aan goede zeden als juist de seksspeeltjesfabrikant. Misschien moeten die ouwe witte bondsbonzen wat minder met geld en macht bezig zijn en wat meer experimenteren tussen de lakens. Hup Emmen, hup Easytoys!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Op dieet met Teun, deel 3: veganistisch dieet

TeunIn de media

Iedere ochtend staat Teun op de weegschaal. Een gezond BMI jazeker, maar blij is hij niet met zijn spiegelbeeld: ‘Ik kijk in de spiegel en zie een buik die er op zich mee door kan. Toch ben ik ontevreden met wat ik zie: te dik, te weinig gespierd, niet mooi genoeg.’

Ook is Teun bang voor toekomstig overgewicht. Daarom zal hij dit jaar steeds een maand lang een ander dieet uitproberen en hierover verslag uitbrengen in de Volkskrant. Valt hij af? Is het vol te houden?

‘Is één dieet zaligmakend? Of kan ik uit alle voedingspatronen lessen leren die samen tot een nieuwe gezonde leefstijl leiden?

Dieet 3: het veganistische dieet

Vijf weken eten zonder een spoortje dier. Teuns derde dieet is een veganistisch dieet; een maand lang zal hij geen enkel product afkomstig van een dier in zijn mond stoppen. Goed voor het milieu, en goed voor de diertjes.

Zou ik het kunnen volhouden om de rest van mijn leven geen dierlijke producten meer te eten?

Teun wil weten of hij afvalt door een veganistische levensstijl en of het hem lukt om voldoende van alle essentiële voedingsstoffen binnen te krijgen. En niet onbelangrijk voor een man die fanatiek is begonnen sporten: is zijn sportregime (driemaal krachttraining en eenmaal cardio per week) vol te houden zonder dierlijke eiwitten?

Smaaktechnisch is veganistisch voedsel in ieder geval geen straf voor Teun. Vegan eten en koken bevalt hem: ‘Dit project verbreedt mijn culinaire horizon en dat vind ik hartstikke leuk.’ Maar zal hij kunnen leren leven zonder kaas?

Eiwitten

Ingewikkeld voor de veganistische Teun blijkt het binnenkrijgen van voldoende eiwitten. Voor iemand die het liever doet zonder poeders en pillen, ‘het liefst eet ik puur’, is het niet fijn om dagelijks scheppen proteïnepoeder te moeten toevoegen aan zijn dieet.

Het blijkt enorm lastig om én voldoende eiwitten te eten én niet te veel calorieën binnen te krijgen. Juist peulvruchten en noten, die eiwitrijk zijn, bevatten ook veel vet en zitten hoog in de calorieën. Mager vlees en magere zuivel zijn efficiëntere proteïnebronnen, waarvan je niet snel aankomt.

Lichaam en geest

En hoewel het sporten de veganistische Teun aanvankelijk nog prima afgaat, na een paar weken treedt het verval in: ‘Met gewichten die ik een paar weken geleden makkelijk optilde, heb ik opeens moeite. Alles moet op wilskracht.’

Ook Teuns stemming lijdt onder het gebrek aan dierlijke producten. ‘Na twee weken voel ik me steeds iets minder goed. Ik word slapjes, futloos en een beetje somber.’

Teun komt uiteindelijk tot de conclusie dat hij dierlijke eiwitten nodig heeft om gezond te kunnen leven.

Ik word geen veganist en dat voelt een beetje als een nederlaag…Wel ga ik mijn hoeveelheid dierlijke voeding drastisch verminderen.

Verder lezen

Lees Teuns hele verslag over zijn veganistische dieetmaand hier op de website van de Volkskrant.

En lees hier over Teuns eerste dieetmaand: het ketodieet.

En hier over Teuns tweede dieetmaand: het sportdieet.

Dankzij Hugo de Jonge zitten we met onvoldoende testcapaciteit

TeunColumns & verhalen

covid-19 corona test

Wat heeft Hugo de Jonge de afgelopen maanden eigenlijk gedaan? We weten dat hij druk was met de onfortuinlijke lijsttrekkersverkiezing van het CDA, die hij nipt won door zich te profileren als minister die het coronamonster daadkrachtig te lijf ging. Hadden we hem niet allemaal zien shinen naast Mark en Irma? Daar stond toch een staatsman van stavast?

Nou, misschien toch niet. Toen al ging hij een paar keer flink de mist in. Zo leidde de groots aangekondigde ‘appathon’ maar niet tot een goede corona-app en bleef het zorgpersoneel te lang kampen met een tekort aan beschermingsmiddelen.

Waar was Hugo de Jonge?

Toen waren er verzachtende omstandigheden. Niemand wist hoe je zo’n pandemie moest aanpakken. Rutte had het over ‘met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen’. Ga er maar aan staan. Alle waardering en begrip voor de mensen die deze verantwoordelijkheid durven te nemen.

Maar nu, aan het begin van de tweede coronagolf, neemt het begrip voor dit soort blunders af. Waar was Hugo de Jonge mee bezig toen hij genoeg testcapaciteit moet regelen? Was hij te druk met de partij, Pieter Omzigt en zichzelf?

Testen, testen, testen

Aan het eind van de eerste golf was duidelijk hoe een tweede golf aangepakt moest worden: testen, testen, testen. We zouden iedereen met een hoestje of een kuchje de moeder testen en als iemand besmet was, dan zouden we razendsnel uitzoeken met wie hij in contact was geweest. Indammen, was het devies. Dat is nu al hopeloos mislukt.

Het blijkt onmogelijk alle contacten van besmette personen op te sporen én dat testen begint langzamerhand in het honderd te lopen: bij 86 van de 100 teststraten in Nederland is volgens de landelijke GGD de komende dagen geen plek. Een afspraak maken voor later mag niet. Zo kun je dus dagen wachten voordat je eindelijk eens getest kunt worden en nog meer dagen voordat je de uitslag hebt.

Toch staat op de coronasite van de Rijksoverheid: ‘Heeft u klachten zoals verkoudheid, hoesten, verhoging of plotseling verlies van smaak of reuk? Laat u dan zo snel mogelijk testen op het coronavirus.’ Zo snel mogelijk, dus. Wanneer dan?

Grote puinhoop

Ergerlijk is hoe soms op zogenaamde ‘prettesten’ wordt gezinspeeld als oorzaak van de huidige problemen. Ook door De Jonge. Dat is natuurlijk een afleidingsmanoeuvre om zijn eigen falen te maskeren. Hugo de Jonge: ‘Op dit moment is de vraag naar testen gewoon groter dan de laboratoria met hun materialen aankunnen.’ Daar zit de crux. Niet bij de teststraten, maar bij de laboratoria. Die kunnen het niet aan.

Maar wie had ervoor moeten zorgen dat er voldoende testcapaciteit zou zijn? Wie had kunnen weten dat deze behoefte immens zou worden, zeker als wordt opgeroepen om je bij verkoudheid, hoesten of verhoging zo snel mogelijk te laten testen? Juist: minister De Jonge. Als in de koudere maanden straks half Nederland snottert, dan wordt dit één grote puinhoop die het hele land lamlegt.

Bij televisieprogramma’s is de producer de grote organisator. Die moet zorgen dat voor opnames de juiste mensen, middelen en locaties beschikbaar zijn. Bellen, regelen, bestellen. Hugo de Jonge heeft de baan van een superproducer. Alleen bellen en bestellen kan hij niet. Daardoor zitten we nu weer zonder de middelen die we nodig hebben.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Supermarkten, stop kinderen rotzooi te verkopen

TeunColumns & verhalen

baby kind taart suiker

Het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), de brancheorganisatie van supermarkten, is een ongelooflijk labbekakkerige organisatie. Dat blijkt weer eens nu onderzoek van Unicef heeft uitgewezen dat driekwart van de ruim tweeduizend kinderproducten (snoep en ijs zelfs niet meegerekend) niet gezond genoeg zijn.

Schokkend

Ze bevatten te veel suikers, zout en calorieën en te weinig vezels. Van de kinderdrankjes voldoen maar elf van de 148 aan de criteria en van alle veertig onderzochte kindertoetjes niet één.

Helemaal schokkend is dat ook 69 procent van het babyvoedsel niet aan de richtlijnen voor gezonde voeding voldoet. Terwijl goede voeding in de eerste levensfase essentieel is voor een goede gezondheid in de rest van het leven.

‘Verantwoordelijkheid van de ouders’

Daarom wil Unicef dat supermarkten voortaan alleen nog maar gezonde producten in het babyschap zetten. Dat klinkt logisch, maar de kans daarop lijkt klein. Hier steekt de labbekakkerigheid van het CBL de kop op: ‘Het is de verantwoordelijkheid van de ouders. Er zijn genoeg gezonde producten in de winkel.’

Hoera, de supermarkten verkopen ook gezonde dingen! Een veelgehoorde verdediging als iemand op een misstand wordt aangesproken: ‘Er gaat ook heel veel goed bij ons bedrijf!’ Dat is als een man die zich schuldig maakt aan huiselijk geweld, die zegt dat hij zijn vrouw ook heel vaak niet slaat. Intussen gaan de supermarkten vrolijk door de ongezonde rommel bij de klanten te pushen door ze op een goede plek in de winkel te leggen en met vrolijke stripfiguurtjes en andere kindermarketing aan te prijzen.

Kritiek

Bij kritiek op producten in de supermarkten, of het er nu gaat om hoe ongezond ze zijn, of om de wijze waarop ze zijn geproduceerd, is het antwoord van het CBL steevast dat zij er niet voor verantwoordelijk zijn. De consument koopt die spullen en had beter moeten weten.

Als we die redenering extreem doortrekken, dan kunnen we ook zeggen dat wapenhandelaars geen blaam treft. Het is de klant die ervoor kiest een pistool te kopen. Wat die er vervolgens mee doet, moet hij zelf weten. Misschien schiet hij er mensen mee overhoop, misschien niet. Dat is de verantwoordelijkheid van de consument.

Handelaars en supermarkten hebben geen eigen morele verantwoordelijkheid. Ze zijn slechts een intermediair tussen aanbieder A en klant B. Ze krijgen hun percentje en stellen verder geen vragen. De vragen zijn allemaal voor de consument. Dat de supermarkt wel extra zijn best doet om zijn ongezonde rommel aan kinderen verkocht te krijgen, is kennelijk niet belangrijk. Ouders kunnen toch ook gezonde waar kopen?

Leefstijl

Vorige week schreef ik al dat bij veel ernstige ziektes leefstijl een belangrijke rol speelt. Als we niet roken, gezond eten en voldoende bewegen, is onze kans op die ziektes een stuk minder.

Maar als je eenmaal de verkeerde gewoontes hebt aangeleerd – zoals op jonge leeftijd te veel suiker, zout en vet te eten – dan is het verdomde moeilijk om er weer vanaf te komen. Daarom is het van essentieel belang dat we van jongs af aan gezond eten. Uiteraard spelen ouders daarin een rol, maar ook het aanbod in de supermarkt moet daarop worden afgestemd. Als die supermarkten dat zelf niet willen, dan moeten ze er maar toe worden gedwongen.

Gelukkig is betutteling sinds de coronatijd geen vies woord meer.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Waarom is corona belangrijker dan kanker?

TeunColumns & verhalen

corona zorg mondmasker

Dat coronavirus is natuurlijk ontzettend rottig, megabesmettelijk en het zou mij een lief ding waard zijn als we het de wereld uit kregen. Geen handen geven, wel handjes wassen en afstand bewaren dus. Als we ons daaraan houden kunnen we misschien ooit weer een normaal gezellig leven leiden. Maar één ding snap ik niet: waarom wordt corona zoveel belangrijker gevonden dan andere ziektes?

Angst om zorg te vragen

Een paar weken geleden bracht de NOS het nieuws dat er in coronatijden meer beenamputaties plaatsvonden dan normaal. Neem het Amphia Ziekenhuis in Breda. In andere jaren leidden bepaalde voetklachten in 15 procent van de gevallen tot beenamputaties, nu was dat 42 procent. Het gaat om patiënten die te lang hadden gewacht om met een wondje aan de voet naar het het ziekenhuis te gaan. Een arts van het ziekenhuis: ‘Een van de belangrijkste redenen is de angst die gecreëerd is om zorg te vragen.’ Ze vertelt dat patiënten niet naar de huisarts durfden, of alleen een telefonisch consult konden krijgen: ‘Maar deze patiënten moet je echt zien om te bepalen hoe ernstig de wond is.’

Dit bevestigt wat ik elders hoorde. Een vriendin van mij heeft maanden met een hernia rondgelopen omdat ze telefonisch verkeerd was gediagnosticeerd en niet langs mocht komen bij de huisarts. Ook sprak ik een neuroloog die normaal gesproken heel veel beroertes behandelt. Opeens bleven mensen met een beroerte weg. Waarschijnlijk omdat ze niet meer naar het ziekenhuis durfde te komen. Of niet werden doorverwezen. Hoe kan dat?

En dus ook kanker. Vorige week werd bekend dat er in het voorjaar vijfduizend kankerdiagnoses minder zijn gesteld dan in de afgelopen tien jaar. Vijfduizend! Dat is schokkend. We weten allemaal dat een vroege diagnose van kanker het verschil kan betekenen tussen leven of dood. Of tussen een vervelende behandeling en een heel erg nare, zware behandeling.

Dood aan de angst voor corona

Een huisarts vertelde mij dat ze op het hoogtepunt van de coronacrisis duimen heeft zitten draaien. Patiënten mochten niet langskomen op de praktijk, of werden in ieder geval ernstig ontmoedigd, en kregen een consult op afstand. Sinds het begin van de corona-uitbraak in Nederland zijn ruim 800.000 (!) minder verwijzingen naar het ziekenhuis gedaan dan verwacht.

Amputaties, kanker en beroertes. Hoeveel erger kan het zijn? Het voornaamste doel van de coronamaatregelen is altijd geweest om ruimte in de IC’s te houden. Niet alleen voor mensen met corona, maar voor iedereen die ze nodig had. De zorg moest op peil blijven. Dat is duidelijk niet gelukt. Als alle mensen met ernstige ziektes zorg mijden en er zelfs toe worden aangespoord dit te doen, dan is het middel erger dan de kwaal. Dan gaan mensen niet dood aan corona maar aan de angst voor corona.

Leefstijl

En dan nog iets. Aan ziektes als longkanker, beroertes, hartfalen, en COPD gaan meer mensen dood dan aan corona. Die ziektes zijn allemaal in een grote mate gerelateerd aan leefstijl: roken, alcohol, te veel en te ongezond eten en te weinig bewegen. Die mensen behoren grotendeels tot dezelfde risicogroep als de covidpatiënten. Voor hen gooien we nu de maatschappij op slot en dat doen we met liefde. Maar als we (kennelijk) zoveel om de volksgezondheid geven, dan wordt het tijd die leefstijl eens serieus aan te pakken

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Die uitermate knullige bierreclame riekt naar het aansporen van alcoholisme

TeunColumns & verhalen

Still reclamespotje 'Gouden momenten beleef je met bier'

Nadat ik een reclamespotje zag waarin Nederlandse brouwers ons willen aansporen meer bier te drinken, wist ik zeker dat het niks wordt met de anderhalve meter in de horeca.

Het is een merkwaardig filmpje. Je ziet wat obligate beelden van lachende, proostende mensen, vrolijk deuntje eronder uit de coronafilm van Frank Lammers ‘Dit zijn daaaagen van goud’ en aan het eind de voice-over: ‘De meest bijzondere momenten zijn vaak heel gewoon (…) Dat zijn gouden momenten. En die beleef je met bier.’ Bier, dus. Geen speciaal bier van een bepaald merk, maar gewoon bier. Waarmee wordt bevestigd wat we eigenlijk al wisten: zeker als het om pils gaat, maakt het niet uit wat je drinkt. Het is één pot nat.

Een uitermate knullig filmpje

Het is op zich sympathiek dat de jongste bediende van het reclamebureau ook eens de kans heeft gekregen een filmpje in elkaar te draaien. Waarschijnlijk was er weinig geld en aan zo’n gezamenlijke campagne kun je je ook niet echt een buil vallen: ‘Probeer jij deze maar, Evert! Er is nul budget.’ Dat zou bij een reclame voor Heineken of Grolsch, voor een filmpje dat direct invloed moet hebben op de omzetcijfers, nooit zijn gebeurd. 

Helaas is het daardoor een uitermate knullig filmpje geworden. Om te beginnen die tekst: ‘De meest bijzondere momenten zijn vaak heel gewoon.’ Nee, Nee en nog eens nee. Bijzonder is precies het tegenovergestelde van gewoon. Gewoon is gebruikelijk, alledaags. En bijzonder is, volgens Van Dale, ‘afwijkend van het gewone.’ Jongste bediende Evert beweert dus dat de meest van het gewone afwijkende momenten vaak ‘heel gewoon’ zijn. Een mindfuck, maar de brouwers vinden het allemaal prima.

Alcoholisme

Dat je gouden momenten deelt met bier is ook een dubieuze boodschap. Over specifieke merkreclame wordt gezegd dat die niet leidt tot meer alcoholconsumptie, maar alleen tot verschuiving binnen het alcoholgebruik. Dus: meer Heineken leidt tot minder Grolsch en meer Johnnie Walker tot minder Famous Grouse. Maar nu moeten we eenvoudigweg meer bier drinken om gouden momenten te beleven. Dat riekt naar het propageren van alcoholisme.

Anderhalve meter

Maar het gekst is dus die anderhalve meter. In het filmpje zien we voortdurend mensen veel te dicht bij elkaar zitten, staan en proosten. Coronaregels worden duidelijk niet in acht genomen. Heel bevreemdend, maar zou het een oud filmpje zijn? Integendeel. Het persbericht van Gouden momenten legt uit:

‘Uit onderzoek blijkt dat ‘minder ongedwongenheid’ momenteel het grootste obstakel is voor mensen om naar de horeca te gaan. Met de campagne Gouden Momenten willen we laten zien dat, met inachtneming van alle maatregelen, je volop samen kunt genieten op het terras, restaurant of café.’

Dat is een mooie boodschap. Alleen gebeurt het ‘volop genieten’ in dit filmpje totaal niet met ‘inachtneming van alle maatregelen’.

Je gezellig laten volgieten

Dat is ongelooflijk suf. Het gaat hier om een spotje dat van begin tot eind is bedacht, uitgetekend en geregisseerd. En dan lukt het die bierjongens en -meisjes nog niet om de hoofdrolspelers op gepaste afstand te houden. De boodschap lijkt daardoor eerder dat we ons gezellig kunnen laten volgieten en de regels aan onze laars kunnen lappen, omdat ‘minder ongedwongenheid het grootste obstakel’ is. Als het in een reclamespotje van bierbrouwers al niet lukt, dan wordt het in de horeca helemaal niks met de anderhalve meter.

Afbeelding: Still reclamespotje ‘Gouden momenten beleef je met bier’

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Het moet afgelopen zijn met de uitknijpketen die dier en milieu de kop kost

TeunColumns & verhalen

boer landbouw mest kruiwagen

De Nederlandse landbouw moet compleet op de schop. Het systeem van steeds grotere bedrijven die steeds meer produceren voor steeds minder geld, werkt niet meer. Er moet juist minder geproduceerd worden voor meer geld. 

Het is natuurlijk razend knap dat wij de tweede exporteur van landbouwproducten ter wereld zijn, maar het is ook een beetje absurd dat wij met geïmporteerde kunstmest en veevoer zoveel vee uit zo’n klein stukje aarde stampen. Ons stikstofprobleem komt toch echt voornamelijk door de gigantische veestapel.

Lokworst

Ooit maakten we met Keuringsdienst van Waarde een uitzending over leverworst. We waren tot de ontdekking gekomen dat deze feestworst in elke supermarkt precies 62 cent voor een halve kilo kostte. Niet 64 cent en ook niet 61, maar 62. Hoe kan dit? Die leverworst staat symbool voor wat er misgaat in ons voedselsysteem. Het is één van de producten waarop prijsbewuste klanten hun supermarkten uitkiezen. Is leverworst bij een andere winkel één cent goedkoper, dan doen ze hun boodschappen voortaan daar. De leverworst is een lokworst. Met een lekker lage prijs is de klant binnen en kan hij andere dingen kopen. Die 62 cent is kennelijk de absolute bodemprijs waarvoor de supermarkt de worst nog wil verkopen. Zoals de woordvoerder van een supermarkt mij zei: ‘We maken er geen verlies op’ ‘Wel winst?’, vroeg ik. ‘Heel weinig. Het is centenwerk.’ Zie daar de verklaring voor de wonderlijke prijs van 62 cent.

Uitknijpen

Maar bij de varkensslachter kostte een halve kilo vlees 75 cent. Het vlees is dus duurder dan de worst. En dan moet de fabrikant er ook nog een worst van maken. Hoe is dit mogelijk? Doordat én de boer én de worstfabrikant zijn product met verlies verkopen. Waarom? Omdat de leverworstfabrikant ‘zijn contacten wil behouden met de klant’.

Voor boeren geldt precies hetzelfde. De supermarkt noemt een prijs en als de boer daar niet mee akkoord gaat, dan koopt die supermarkt helemaal niks meer bij hem. Ook geen producten die wel winst opleveren. En zo zijn boeren constant bezig nog efficiënter te werken en nog meer te bezuinigen. De uitknijpketen loopt van supermarkt naar fabrikant naar de slachter naar boer en eindigt uiteindelijk bij de dieren.

Werkelijke prijs

Landbouworganisatie LTO Nederland heeft een enquête gehouden waaruit blijkt dat de gemiddelde Nederlander veel minder voor zijn eten betaalt dan hij zelf denkt. Ook vergeleken met andere Europeanen betalen wij belachelijk weinig voor ons voedsel. Als we voor een worst of karbonade werkelijk betalen wat hij kost, dan wordt hij duurder. Dat moet dan maar. Dat is beter voor ons milieu en beter voor de boer.  

Na de Tweede Wereldoorlog werd onder leiding van de legendarische landbouwminister Mansholt – waarvoor nog aandacht in Zomergasten – een grote reorganisatie van de landbouw doorgevoerd om honger voorgoed uit te bannen. Kleine stukjes land werden geruild en aan elkaar geplakt (ruilverkaveling) waardoor kleine boerderijtjes plaats moesten maken voor grote, gespecialiseerde bedrijven. Boeren gingen meer produceren en (aanvankelijk) meer verdienen. Het gemengde bedrijf verdween grotendeels en het landschap werd eentoniger. 

Nu is het tijd voor de volgende grote reorganisatie van de landbouw, die gepland moet worden voor de komende decennia. Hierbij moet alles draaien om natuur, milieu, dierenwelzijn én een goede prijs voor landbouwproducten.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal