Van Engelshoven moet niet geschokt door programmaboekjes bladeren, maar aanpakken

TeunColumns & verhalen

cultuur theater licht leeg corona

Arme cultuur. Én corona én een minister die er niks van bakt. Het gestuntel begon al toen de theaters dicht moesten. In plaats van de sector moed in te praten en overal met vuur verkondigen hoe belangrijk beeldende kunst, muziek, dans en theater zijn, liet Ingrid van Engelshoven bij het eerste zuchtje tegenwind meteen de schouders hangen: ‘Dit seizoen is voor de culturele sector helaas toch echt verloren. Ik kijk met pijn in mijn hart naar de seizoensgidsen voor volgend jaar.

Driehonderd miljoen

Ontluisterend. Als bezoeker van concerten en theatervoorstellingen mag ik met pijn in het hart naar seizoengidsen te kijken. De artiesten en de schouwburgdirecteuren ook. Zij maken zich zorgen over of ze niet failliet gaan. Een minister moet niet geschokt door programmaboekjes bladeren, maar aanpakken. Zij is minister. 

Na een storm van protest en een optreden van Cornald Maas, die het betoog hield dat de minister had moeten houden, kwam er toch geld. Driehonderd miljoen. Maar dat geld gaat voornamelijk naar theaters, musea en gezelschappen die toch al subsidie krijgen. 

Artiesten worden gestraft

Nu ben ik voor cultuursubsidie, maar dit is krom. De afgelopen jaren zijn artiesten en schouwburgen onder het bewind van de staatssecretaris van Cultuur die niet van cultuur hield, Halbe Zijlstra, meer zelf geld gaan verdienen en minder afhankelijk geworden van subsidie. Veel artiesten werden zzp’ers die van voorstelling naar voorstelling hopten. Nu worden ze daarvoor gestraft. 

Want als er al een subsidierelatie is, zo heet dat in ambtelijk jargon, dan is het makkelijker die relatie te intensiveren en dus wat meer subsidie te geven. Maar de gezelschappen en instanties die zelf voor hun inkomsten zorgden, staan nu met lege handen. 

Particuliere geldschieters zijn weg, er worden geen kaartjes verkocht en de opbrengsten van de bar en de parkeergarage zijn opgedroogd. En de zzp’ers? Van Engelshoven noemde hun situatie ‘geen vetpot en niet leuk als je daar onder valt’.

Een uitermate succesvolle bedrijfstak

Mocht u nu denken dat onze cultuur van subsidies aan elkaar hangt, dan heeft u het mis. Het overgrote deel van de inkomsten van theaters en gezelschappen wordt zelfstandig, commercieel, gegenereerd. Het gaat hier dus om een uitermate succesvolle bedrijfstak, die net als andere sectoren overeind moet worden gehouden. 

Voor de geest en de verbeelding, maar ook voor de economie, de banen en de bezoekers die (met hun portemonnee) van elders komen om een optreden te zien. De reactie van de minister op deze kritiek: ‘Je kunt heel lang treurig zijn over wat je niet hebt gekregen, maar je kunt ook kijken naar wat je wel hebt.’

Weet van Engelshoven wel wat er speelt in de theaterwereld?

Onlangs liet premier Rutte weten dat de theaters op 1 juni weer open kunnen. Voor dertig man. Dat is inclusief acteurs, technici en kaartjesknippers. Uiteindelijk houd je misschien tien, vijftien man publiek over. Hoe kun je daarvoor een theater openen? Dat kost bakken met geld. 

Waar komt zo’n maatregel vandaan? De mensen uit de theaterwereld waren er elk geval niet over geraadpleegd. En de minister? Of ze wist niet dat Rutte dit tijdens zijn persconferentie zou melden en dan heeft ze niets in te brengen in het kabinet. Of ze heeft er vooraf haar zegen aan gegeven en dan weet ze niet wat er speelt in de theaterwereld. 

Ik weet niet wat erger is. Arme cultuur.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Wie kun je beter uitknijpen dan loyale werknemers?

TeunColumns & verhalen

verpleegkundige loyale werknemers

Wanneer je een tijdelijk contract hebt, werk je vaak keihard. Lange uren maken, in de avond doorgaan en ook in het weekend nog wat doen? Tuurlijk. Buiten werktijd appen met de baas, altijd de telefoon opnemen als collega’s bellen én alle borrels en meetings bezoeken waarin de zoveelste strategische routekaart van het bedrijf door de zoveelste manager wordt uitgerold? Geen enkel probleem!

Geen haar op je hoofd die eraan denkt grenzen te stellen. Met een tijdelijk contract kun je je dat niet permitteren. Grenzen stellen is carrière-suïcide. Je moet goed zijn, nooit steken laten vallen en altijd beschikbaar zijn. Je bent loyaal aan je werkgever en hoopt dat die werkgever ook loyaal is aan jou. En zolang hij je contract zonder gevaar kan verlengen, is hij dat ook.

Maar dan komt het punt dat je recht hebt op een vast contract. Wat gebeurt er dan? Het contract wordt niet verlengd, want het bedrijf heeft geen zin of ‘geen ruimte’ om een vast contract aan te bieden. De tijdelijke werknemer wordt vervangen door een andere tijdelijke werknemer en het spel begint weer van voren af aan. Daar sta je dan met je loyaliteit. 

De wijkverpleegkundige

Ooit liep ik een weekje mee met een aantal wijkverpleegkundigen. De dames – het zijn meestal dames – renden van adres naar adres. Geen tijd te verliezen. Per minuut hielden ze bij welke handelingen ze verrichtten. Voor de verzekeraar. Zodat die ervan op aan kan dat er geen nutteloze handelingen worden verricht, zoals een gezellig praatje met de vaak eenzame en kwetsbare ouderen. De zorg moet wel efficiënt en betaalbaar blijven.

De wijkverpleegkundigen die ik sprak hadden het er moeilijk mee. Niet alleen omdat met iets meer zorg aan huis duurdere zorg in het ziekenhuis kan worden voorkomen, maar vooral omdat ze het onmenselijk vonden tegenover hun cliënten. Dus wat deden ze? Na werktijd gingen ze vaak nog even terug naar de meneer of mevrouw voor wie ze zorgden. Even een boodschap voor ze doen en een kopje koffie drinken. Uit eigen zak dus, als je het in geld wilt uitdrukken. Uiteraard weten hun bazen en de verzekeraars dat dit gebeurt. Fijn toch! Die loyaliteit van de verpleegkundigen bespaart geld.

Misbruik van loyale werknemers

Uit verzorgingstehuizen hoorden we de afgelopen weken de verhalen van medewerkers die zonder beschermingsmiddelen moesten werken. Levensgevaarlijk. Toch deden ze het, omdat ze het niet over hun hart kunnen verkrijgen de mensen die zij onder hun hoede hebben in de steek te laten. Ze werkten – en werken – lange dagen onder erbarmelijke omstandigheden voor weinig geld. Ook hier wordt weer misbruik gemaakt van loyale medewerkers met hart voor de zaak.  

Nu zijn er corona-optimisten die denken dat dit allemaal anders wordt als het vermaledijde virus is bedwongen. Dat we een catharsis zullen ervaren, dankbaar zullen zijn en opeens zullen zien wat echt belangrijk is. Ik vrees van niet.

Nieuwe wetten en regels

Na deze crisis moeten bedrijven en de overheid heel veel schulden wegwerken en geld verdienen. En wie kun je daarvoor beter uitknijpen dan de hondstrouwe, loyale medewerkers? Medewerkers die zich zonder redelijke beloning toch wel voor je in het zweet werken? Als we dat willen veranderen, dan moeten we niet hopen op een ethisch reveil, maar nieuwe wetten en regels maken.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Ondernemers jengelen niet, Angela de Jong

TeunColumns & verhalen

televisie afsstandsbediening

Beste ondernemers, houdt u wel een beetje rekening met Angela de Jong, de televisierecensente van het AD? Want het is misschien begrijpelijk dat u zich zorgen maakt over de toekomst – uw zaak is al een tijdje gesloten, u vraagt zich af of u uw personeel nog wel kunt betalen of dat u mensen moet ontslaan, maar jengel daar als je blieft niet over op televisie.

En mocht u dan wel jengelen (voor de duidelijkheid, zo noemt Angela dat, niet ik), wilt u dan in ieder geval zo vriendelijk zijn om niet aan de regering, aan Rutte te vragen wat nu helemaal het plan voor de toekomst is als er binnen afzienbare tijd geen vaccin voor het verdomde virus wordt gevonden.

Vraag niet om perspectief

Vraag niet hoe en onder welke omstandigheden theaters, cafés en restaurants weer open kunnen, of en hoe we toch weer naar ons werk kunnen, hoe musici weer kunnen optreden en acteurs weer op het podium kunnen staan, onze kinderen weer naar school kunnen en hoe we in de anderhalvemetersamenleving in het openbaar vervoer kunnen rijden. En vraag al helemaal niet of werkelijk iedereen binnenhouden tot sint-juttemis de oplossing is.

Met andere woorden: vraag niet om perspectief, want daar kan onze Angela niet tegen: ‘Er is één ding dat ik nog beuer ben dan het thuiszitten. En dat zijn mensen op tv die ‘perspectief’ missen van de overheid. Ik kan dat woord niet meer horen en ik kan geen klagende deskundige of ondernemer meer zien.’

Nu opeens, begrijp ik Angela de Jong

Soms krijg je een diep inzicht. Dan zie je de dingen. Nu opeens, begrijp ik Angela de Jong. Dat komt door de woorden ‘mensen op tv’ in het vorige citaat. Angela heeft niks tegen jengelende ondernemers, maar niet op televisie! Angela schrijft namelijk over televisie. En als ze niet schrijft over televisie of op televisie praat over televisie, dan kijkt ze televisie. Uren en uren achterelkaar. En wat verlangt ze van die televisie? Dat die altijd overal programma’s, presentatoren en gasten laat zien die zij leuk vindt. En jengelende ondernemers vindt zij niet leuk. Die wil ze niet zien.

Misschien dat Angela de noden van die ondernemers – in het echte leven, buiten de televisie – niet helemaal begrijpt. In haar column vergelijkt ze hun problemen met haar eigen probleempjes: ‘Ik mis een cappuccino op een terrasje. Ik mis een goede reden om iets anders aan te trekken dan een joggingbroek. Ik mis Boulevard waarin het over de zoveelste geheime minnares van Marco Borsato gaat’ enzovoort enzoverder.

Voor haar levert corona niet de angsten en onzekerheden op die ondernemers wel kennen. Sterker nog, ze vindt het allemaal best gezellig: ‘Het geeft gek genoeg ook een gevoel van saamhorigheid en gezelligheid, alsof Oranje moet spelen en covid-19 de tegenstander is die we met z’n allen in de pan gaan hakken.’

Je bedrijf in rook zien opgaan

Wouter de Winther zei laatst bij Jinek dat de meeste ambtenaren en wetenschappers die zich over de toekomst van de anderhalvemetersamenleving buigen een vast contract hebben en zich niets kunnen voorstellen bij de pijn en de angsten van ondernemers die hun bedrijf in rook zien opgaan. Die angst is reëel. Om die af te doen als gejengel is schandalig.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Supermarkt, stop met verkoop van schandefruit

TeunColumns & verhalen

banaan met logo fairtrade schandefruit

Terwijl het coronaspook door de wereld waart, gaat ook andere ellende gewoon door. Neem groente en fruit in onze supermarkten: van een groot deel is absoluut niet te zeggen of die op een humane manier is geoogst.

Eerlijke waar

Dikke kans dat de sinaasappelen die u vrolijk bij uw oranje ontbijt serveert, zijn geplukt door arme immigranten in Spanje die veel te lange dagen maken, ver onder het minimumloon worden betaald en geen enkele rechten hebben. Tomaten in blik uit Italië? Zelfde verhaal. En dit geldt nog voor veel meer groente en fruit uit deze landen. Zelfs voor biologische.

Helaas kunnen wij als klanten die eerlijke waar willen kopen, op geen enkele manier weten welk van deze producten wel op een fatsoenlijke manier zijn geproduceerd en welke niet.

Garanties

Onlangs interviewde ik voor de Keuringsdienst van Waarde een mevrouw van het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), de brancheorganisatie van supermarkten, over dit onderwerp. De tafel lag vol met groente en fruit. Een voor een pakte ik de producten op en vroeg haar of ze kon garanderen of het onder eerlijke omstandigheden was geproduceerd. Dat kon ze niet. Alleen weigerde ze dat zo expliciet te zeggen.

Ze bleef haar mantra herhalen dat ‘als ze zich in die landen aan de wetten houden, dan is het eerlijk.’ ‘Maar is het eerlijk?’ ‘Als ze zich aan de wetten houden…’ Dat ging nog een tijdje zo door. We kunnen dus domweg niet weten of onze bloedsinaasappels uitbuitingssinaasappels zijn.

Fairtrade

Daarmee gaat het aloude excuus van producenten en verkopers van rommelwaar dat zij deze producten verkopen ‘omdat de klant het wil’ dus niet op. We weten het immers niet. Voor landen in Afrika en Azië, waaraan volgens de zichzelf superieur wanende westerse mens een luchtje zit, hebben we fairtrade bedacht. Producten uit die verre oorden, met hun corruptie en mensonterende behandeling van kinderen en andere arbeiders, deugen niet, tenzij onze sticker van goed gedrag het tegendeel bewijst. 

Hoewel er van alles op dit systeem is aan te merken – maar heel weinig van wat de consument extra betaalt komt bij de boeren en arbeiders terecht – zijn de arbeidsomstandigheden bij fairtrade meestal toch beter dan bij niet- fairtrade. Áls die producten uit ‘fairtrade-landen’ komen.

Het gekke is namelijk: elk westers, Europees land is per definitie oké, want daar hebben ze die goede wetten waarmee het CBL schermt. Daar kunnen dus geen fairtrade-producten vandaan komen. Neem de hazelnootpasta van Fairtrade Original. Alle ingrediënten die uit ontwikkelingslanden komen, zijn fairtrade gecertificeerd, maar de hazelnoten zelf niet, want die komen uit Turkije en ook een beetje uit Italië en dat zijn uiteraard eerlijke landen met eerlijke wetten. In Turkije worden hazelnoten onder anderen door vluchtelingenkinderen geplukt. Ook uit ons eigen Westland kennen we verhalen van uitbuiting van arbeidsmigranten.

Schandefruit

Wij klanten willen weten of onze producten eerlijk zijn geproduceerd. Daarvoor zouden we fairtrade kunnen uitbreiden naar alle landen van de wereld, met een ingewikkeld systeem van controles. Of de supermarkten nemen hun verantwoordelijkheid en zorgen dat ze echt weten wat er bij hun in de schappen ligt. Ze knijpen hun leveranciers niet langer uit, betalen hun een eerlijke prijs en stoppen met de verkoop van schandefruit.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

De kantoortuin komt niet meer terug

TeunColumns & verhalen

kantoortuin kantoor

Laatst was ik – op gepaste afstand uiteraard – op bezoek bij een bedrijf dat zijn medewerkers zo snel mogelijk weer op kantoor wil hebben.

Even terzijde: ‘op gepaste afstand, uiteraard’, ‘natuurlijk op anderhalve meter’ en ‘alles vanzelfsprekend volgens de richtlijnen van het RIVM’ zijn als disclaimer niet van de lucht. Ze worden gebruikt om de gespreksgenoot te laten blijken dat je heus niet onverantwoord bezig bent. Deze geruststellende toevoeging zal pas weer uit ons taalgebruik verdwijnen als we de nieuwe normen volledig hebben geïncorporeerd. Zo zegt niemand: ‘ik ging laatst autorijden, uiteraard met de gordel om’.

Coronaproof

Terug naar dat bedrijf. De directie beweert het prima te vinden als het personeel thuiswerkt, maar ziet de medewerkers toch graag weer bij elkaar op kantoor achter het bureau zitten. Ze hebben allerlei dingen bedacht om het bedrijf coronaproof te maken, in lijn met de anderhalvemetereconomie: zo mag je in het hele bedrijf – dat best groot is – alleen maar één richting op lopen. Ben je je pen in de vergaderruimte vergeten dan mag je dus niet een stap terugdoen, maar moet je een flinke wandeling afleggen om weer met je schrijfgerei te worden herenigd. In die vergaderruimtes zijn de gepaste afstanden duidelijk afgebakend en tussen de bureaus zijn plexiglazen schotten gemonteerd zodat niemand in het gezicht van zijn collega kan hoesten. En dan is er nog een trackingsysteem geïnstalleerd om de bewegingen van het personeel op de werkvloer – ‘op geheel vrijwillige basis!’ – via een app te kunnen volgen. Zo weten ze wie zich wel en wie zich niet aan de afgesproken looprichting houdt: ‘We willen de medewerkers het gevoel geven dat ze weer veilig naar kantoor kunnen komen.’

Kantoortuin als oorzaak van verzuim

Maar waarom eigenlijk? Al voor de coronacrisis was het duidelijk dat er nogal wat nadelen kleven aan de kantoortuin. Voor het televisieprogramma De Monitor deden we een rondgang langs bedrijfsartsen. De resultaten waren schokkend.

Meer dan negentig procent van hen zei dat de werknemers de kantoortuin als één van de oorzaken van hun verzuim noemen. Tachtig procent van de bedrijfsartsen hoorde dat de werknemers stress ervaren in een kantoortuin en ruim eenderde zegt dat de werknemers burn-out noemen als gevolg van de kantoortuin. Bijna zestig procent van de bedrijfsartsen vindt dat de kantoortuin moet worden afgeschaft.

Thuiswerken kan prima

En dat lijkt nu dus te gebeuren. Omdat het toch nog best lastig zal blijken grote open ruimtes waar tientallen mensen aan bureaus moeten werken allemaal coronaproof te maken. Hoe voorkom je dat mensen toch te dicht bij elkaar komen? Al is het maar bij de lift of de koffieautomaat? Vooral omdat nu blijkt dat thuiswerken prima kan.

Veel werknemers zijn productief. De angst van de bazen dat iedereen gaat lanterfanten als hij ze niet constant in het vizier heeft, blijkt onterecht. Zeker als straks de scholen weer opengaan en er geen kinderen meer thuis om aandacht vragen, staat niets thuiswerken meer in de weg.

De kantoortuin komt niet meer terug

Maar het is toch ook goed de collega’s te ontmoeten en elkaar in in levenden lijve te zien? Uiteraard. Ik verwacht dat mensen, afhankelijk van de behoeftes, afwisselend naar kantoor komen en thuiswerken. De grote kantoortuin, met tientallen mensen op elkaar gepropt, komt niet meer terug.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Onsmakelijk hoe sommige fanatici de coronacrisis voor hun karretje spannen

TeunColumns & verhalen

coronacrisis man virus

Corona zien als kans. Het is onsmakelijk hoe sommige fanatici deze crisis voor hun karretje spannen. Vooral de zin ‘never waste a good crisis’ kan ik niet meer horen. Hij blijkt het toppunt van opportunisme.

Weinig reden tot vreugde

De coronacijfers zijn in Nederland de laatste tijd iets gunstiger. We zijn op het befaamde ‘hoge plateau’ beland. Er liggen dus nog steeds heel veel mensen in het ziekenhuis, maar niet zoveel dat we in een situatie terecht komen waarin ziekenhuispersoneel pijnlijke en onwenselijke keuzes zal moeten maken.

In abstracto kun je optimistisch worden van deze cijfers – wie weet kunnen we over enkele weken of maanden weer gewoon naar buiten, misschien zelfs naar het café! – maar als je naar de menselijke werkelijkheid achter de getallen kijkt, is er weinig reden voor vreugde.

In verpleeghuizen raken bewoners massaal besmet. Nog dagelijks worden mensen in doodsangst in het ziekenhuis opgenomen, begeleid door verpleegkundigen en artsen met enge maskers en pakken, nog dagelijks moeten mensen naar de ic om daar in coma op hun buik aan een beademingsapparaat te liggen en nog dagelijks sterven mensen zonder dat ze afscheid van hun naasten kunnen nemen.

Tel daarbij de zorgen op van de vele zzp’ers, ondernemers, boeren, podiumkunstenaars en al die anderen die nu geen werk hebben en niet weten of ze straks weer geld gaan verdienen, en je weet dat dat deze crisis ernstig en triest is. 

Coronacrisis als ‘kans’

En dan zijn er dus van die types die het lef hebben om, terwijl geliefden sterven en anderen aan de beademing liggen, deze ongekende ramp ‘een kans’ te noemen. Een kans, verdomme! Zo’n trendwatcher als Lidewij Edelkoort vanuit een luxe hotel in Zuid-Afrika: ‘We zien dat al die dingen die we niet meer doen vanwege het virus, de dingen waren die we niet meer moesten doen: al dat reizen, al dat werken, al dat mailen, al die extra’s. En dat betekent dat we de unieke kans hebben om te zeggen: ”laten we het anders doen”.’ Goed gezegd hoor, vanuit Zuid-Afrika. Zelf had ik het nog niet zo bekeken, maar verdomd: al die zieke en stervende mensen bieden een unieke kans om het anders te doen. Leuk! Minder mailen!

De eigen agenda

Een groep wetenschappers, voornamelijk sociologen en milieuwetenschappers, pleit voor verregaande hervormingen om Nederland radicaal eerlijker en duurzamer te maken. Heus, niks tegen duurzamer en eerlijker, maar de manier waarop ook hier weer de good crisis wordt gebruikt om de eigen stokpaardjes, met een vleugje ‘dat zei ik toch’ te berijden is smakeloos.

Voor de vorm wordt er nog even steun betuigd aan de medewerkers in de zorg: ‘De strijd om de enorme persoonlijke en maatschappelijke verliezen te beperken verdient onze waardering en steun.’ Maar onmiddellijk wordt al de eigen agenda er doorheen geduwd: ‘Tegelijkertijd is het van belang om deze pandemie in een historische context te plaatsen.’ Handig geformuleerd. Daarna volgt het betoog voor radicale verandering.

Bah

Tenslotte de religie. Bij de EO hoopt ene David Boogerd dat deze crisis voor meer gelovigen zal zorgen: ‘Zou het kunnen dat de coronacrisis óók een reset is van de secularisatie, de leegloop van de kerken?’ Hij vervolgt hoopvol: ‘De geschiedenis laat vaker zien dat mensen door natuurgeweld en plagen de blik omhoog wenden.’ Je zou er maar blij van worden. Bah.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

De coronacrisis is waarschijnlijk ook een obesitascrisis

TeunColumns & verhalen

man gewicht overgewicht corona

Vorige week stelde Bert Wagendorp in de Volkskrant de vraag: ’Wat als de coronacrisis ook een obesitascrisis blijkt?’ Die vraag is terecht, sterker nog, deze crisis ís waarschijnlijk ook een obesitascrisis.

Maar de immer sympathieke Bert, met het hart op de juiste plaats, trok de (moreel en analytisch) verkeerde conclusies: ‘Roken, drinken, schransen, be my guest. Althans, tot een van mijn geliefden dringend een ic-bed nodig heeft en die allemaal zijn bezet door zwaarlijvige coronapatiënten. Dat zal zeker ten koste gaan van mijn liberale opvattingen en solidariteit.’

Overgewicht

Gek. Waarom opeens die solidariteit laten varen? Het wordt heel ingewikkeld als je het principe van eigen schuld in de zorg gaat doorvoeren. Skiërs en voetballers met gescheurde kruisbanden, ex-rokers met longkanker, overwerkte managers met hartklachten; moeten die allemaal achteraan sluiten? Bewust of onbewust leven we allemaal weleens ongezond.

Wagendorp haalt in zijn column intensivist Peter van der Voort van het UMCG aan, die bij Jinek meldde dat het overgrote deel van de coronapatiënten aan ‘adipositas’ lijdt. Dat is een deftig woord voor overgewicht.

Obesitas

Dat klinkt heftiger dan het is. Iedereen met een BMI van 25 tot 30 heeft dat. Als ik 85 kilo zou wegen met mijn 1 meter 84 , dan zou ik ook overgewicht hebben. In 2019 had de helft (!) van alle volwassen Nederlanders overgewicht. Als we niet ingrijpen dan is dat in 2040 nog meer: 62 procent.

Diederik Gommers wijst erop dat een groot deel van de coronapatiënten op de ic’s echt obese is: zo’n honderd kilo bij 1 meter 80. In Nederland is 15 procent van de bevolking zo zwaar. En ook dat aantal groeit.

Moeten we nu alle mensen met overgewicht uit de ic’s weghouden, om plaats te maken voor de geliefden van Bert die allemaal perfect hebben geleefd? Of alleen de echt obese? En waar leg je de grens? Op welke grond? Het lijkt mij een lastig betoog.

Overgewichtscrisis

Maar we hebben wel een overgewichtscrisis. Overgewicht kan leiden tot nare ziektes zoals diabetes type 2, hart- en vaatziekten, gewrichtsklachten, kanker en depressie. De kosten van een ongezonde leefstijl (ongezond eten, te weinig bewegen, stress en slecht slapen) worden geraamd op 1,6 miljard euro per jaar. Dat moeten we aanpakken. Volgens hoogleraar diabetologie Hanno Pijl kan 60 tot 80 procent van de grote chronische ziektes voorkomen worden door een gezondere manier van leven.

Als er zoveel chronische ziektes vermeden kunnen worden door gezonder te leven, dan is overgewicht de ergste aandoening van deze tijd. Kennelijk lukt het de helft van onze bevolking niet om gezond te leven.

Obesogene samenleving

Dat is niet gek. Aan de ene kant is ons brein al sinds de prehistorie erop gericht juist het calorierijkste voedsel te eten, omdat je toen niet wist wanneer je weer te eten kreeg. Aan de andere kant wordt er nu altijd en overal ongezond voedsel aangeprezen en aangeboden. We leven in een samenleving die ons dik maakt. Een obesogene samenleving, noemt hoogleraar Voeding en Gezondheid Jaap Seidell dat.

Wagendorp heeft het over het laten varen van liberale principes. Dat doet de overheid in deze coronatijd volop om ons gezond te houden. Als deze crisis voorbij is, zou ze daar wat betreft het probleem van overgewicht mee moeten doorgaan: pak de obesogene samenleving aan.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Kaartje gekocht voor een voorstelling die niet doorgaat? Dikke pech, maar vraag je geld niet terug

TeunColumns & verhalen

Corona covid dansen man vrouw

We zitten nu zo’n tweeënhalve week in deze ongezellige toestand. Geen concerten, geen theater, geen sportwedstrijden, niet naar de film, niet naar het museum, niet uit eten en niet naar het café. Naar voor ons: de cultuursnuivers, de sportliefhebbers, de restaurantbezoekers en de kroegtijgers, en nog naarder voor de mensen die dagelijks bezig zijn ons leven mooier, spannender, interessanter en lekkerder te maken.

Dure kaartjes

Ik zou met een goede vriend naar een concert gaan. Dure kaartjes. Het ging dus niet door. Ik vroeg hem of hij het geld zou terugkrijgen: ‘Geen idee, maar als het helpt om de concertzaal overeind te houden, dan mogen ze het van mij houden.’ Een kleine openbaring. Ik had het nog niet zo bekeken, die vriend is van nature iets socialer dan ik, maar hij had wel gelijk. 

Ooit, hoop ik dan toch, mogen we weer naar buiten. Dan zou het fijn zijn als daar ook nog wat te beleven is. Als het cafeetje op de hoek er nog is, het buurtrestaurant, de kleine bakkertjes en slagertjes en de bioscopen en theaters. Het zou me een grauwe boel worden als dat allemaal is verdwenen.

Geld dat je normaal al had uitgegeven

We kunnen van alles doen om dit te voorkomen. Om te beginnen dus door die houding van mijn vriend over te nemen. Heb je een kaartje voor een voorstelling gekocht en kun je er niet heen? Dikke pech, maar claim het geld niet terug. Het is al uitgegeven en je kunt toch niet naar buiten. Zie het als een donatie aan de schouwburg. Kijk thuis naar een concertregistratie of naar de verfilming van Who’s affraid of Virginia Woolf en waan je in het theater. Sterker nog: koop een theaterbon. Hetzelfde geldt voor mensen die een vakantiehuisje in een park hebben geboekt of die het geld voor de kinderopvang willen terugkrijgen. Niet doen! Dat geld had je normaal al uitgeven en je moet toch binnenblijven. 

Vergeet de kleine winkeliers niet

Mijn favoriete cafeetje serveert nu afhaalkoffie. Op mijn boodschappenrondje ga ik er altijd even langs. Misschien dat al die koffies zijn zaak net overeind houden. Mijn buurtrestaurant bezorgt nu, net als veel van zijn collega’s, aan huis. Als je het kunt betalen, laat dan af en toe eten thuisbezorgen. Ook kun je in heel Nederland tegoedbonnen kopen voor restaurants: je betaalt nu en na de coronacrisis ga je er eten. Zo houden die zaken cashflow in deze moeilijke tijden. Mijn boekhandel is gesloten om drukte te vermijden maar bezorgt nu aan huis.

Bestel je boeken sowieso niet klakkeloos bij de grote online-ketens, maar kijk wat je plaatselijke boekwinkel voor je kan doen. Hetzelfde geldt voor de boodschappen. In de supermarkten wordt keihard gewerkt en als je naar de omzet kijkt, gaan de zaken er goed. Dat is reuze fijn, maar vergeet ook de kleine winkeliers niet: de bakkers, de slagers, de vis- en de groenteboeren. Ook zij kleuren de straat.

Op 11 oktober speelt Krystian Zimerman alle concerten van Beethoven in het Concertgebouw. Die vriend en ik hebben kaartjes. Al mijn hoop en verlangen is gericht op dat concert op die datum. Ik bid dat we dan weer naar buiten mogen, dat we samen in een schouwburg mogen zitten en dat het Concertgebouw nog bestaat. Wat zou dat heerlijk zijn.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Stupide gedrag maakt lockdown onvermijdelijk

TeunColumns & verhalen

corona lockdown

Vorige week nam ik mijn vaste route om een stukje hard te lopen. Normaal is het daar doodstil, maar nu leek het er op de Kalverstraat in betere tijden. Alle gekooide dieren willen even naar buiten, de spieren in beweging zetten. Sommigen lijken het noodlot te willen bezweren door fit te blijven: ik ben gezond dus mij overkomt niets.

Anderhalve meter

Het was zeer onaangenaam. Ik zigzagde over het niet heel erg brede weggetje om te proberen minimaal anderhalve meter van mijn mederenners, wandelaars en fietsers te blijven. Anderen leken zich minder druk te maken: ze renden en wandelden rakelings langs hun medeweggebruikers. Geregeld belandde ik in de berm om toch nog enige afstand te kunnen houden, mijn hoofd afgewend. Sindsdien ren ik daar niet meer.

In mijn buurt wordt nog vrolijk gevoetbald. Dat mag ook van de burgemeester van Amsterdam, dus waarom zou je het niet doen. Maar wel anderhalve meter afstand houden, hè jongens! Dat zoiets praktisch niet uitvoerbaar is als je de bal van elkaar wilt afpakken – en dat wil je – doet niet af aan de goede intenties. Tussen die voetballertjes staan ouders met elkaar te praten. Niet op de voorgeschreven afstand, maar zo dichtbij als in het pre-coronatijdperk gewoon was.

Sommige van die mensen ken ik wel een beetje. Hoogopgeleide mensen, succesvolle mensen. Wat denken zij? Staan ze boven de adviezen van de overheid? Wanen zij zich onaantastbaar? Één keer riep ik ‘Anderhalve meter afstand, graag!’, naar iemand die veel te dicht lang mij liep. Ik kreeg een snauw dat ik ‘geen grappen moest maken.’ Ik word er moedeloos van.

Amsterdamse Bos

Thomas, de personal trainer die mij begeleidt bij mijn grote dieetproject voor deze krant, dat nu even niet zo belangrijk is, nodigde mij uit om in het Amsterdamse Bos te gaan trainen. De sportschool is immers dicht. Uit vrees dat het daar ook weleens druk zou kunnen zijn, hebben we dit toch niet gedaan.

Uit foto’s van Het Parool bleek dat een goede beslissing: een enorme groep mensen was daar tegelijk van het mooie weer aan het genieten. In het Vondelpark dezelfde soort taferelen: menigten die gezellig op elkaar getast het weekend aan het vieren waren. Ook de stranden en markten waren overvol dit weekend: anderhalve meter afstand? Waarom zouden ze? Wat bezielt deze mensen? Waarom zijn die markten eigenlijk nog open?

Thomas stuurt mij nu iedere week zelfgemaakte filmpjes met full body work-outs om ruim een uur flink te zweten. Het is niet ideaal, maar het kan even niet anders.

Totale lockdown

We zijn of asociaal of dom of hulpeloos. Voordat deze crisis ons teisterde, schreef ik al dat we niet te veel moeten verwachten van de eigen verantwoordelijkheid van de mens om altijd de juiste beslissingen te nemen. We kunnen ons maar moeilijk beheersen om zo onszelf en onze omgeving gezond te houden. Als we allemaal wat verstandiger en socialer met onze (beperkte) bewegingsvrijheid omgaan, dan is een totale lockdown niet nodig. Nu wordt hij onvermijdelijk. Bedankt.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Alles is futiel in tijden van corona

TeunColumns & verhalen

corona social distancing thuiswerken

Wie zit nog te wachten op praatjes over verpakkingen, misleidende reclameslogans en de obesogene samenleving? In het verleden kreeg ik het nog weleens aan de stok met mensen die mijn stukjes ‘lekker belangrijk’ vonden, want ‘er zijn ergere dingen in de wereld’. Dat vond ik een dooddoener. Want ja, er zijn inderdaad altijd ergere dingen in de wereld en die worden in de krant ook heus wel behandeld.

Liveblogs en sociaal isolement

Maar we willen toch ook over iets anders lezen? Nu niet meer dus. U niet en ik ook niet. Op verschillende binnen- en buitenlandse sites houd ik de liveblogs over corona bijna van minuut tot minuut bij. Vrienden delen geregeld lange artikelen met grafieken, waarvan de strekking steevast is dat het virus niet moet worden onderschat en dat rigoureuze maatregelen noodzakelijk zijn.

In het gebouw van KRO-NCRV was het afgelopen vrijdag spookachtig leeg. Iedereen die kon thuisblijven, had dat ook gedaan. Het was bemoedigend dat zoveel mensen de oproep tot sociaal isolement hadden opgevolgd, maar het had ook iets griezeligs. Zo’n groot gebouw met zo weinig mensen.

Postapocalyptisch, maar dan pre-apocalyptisch. In de kantine mochten niet meer dan 99 mensen tegelijk. Dat was geen probleem, want in het hele gebouw waren misschien maar een man of dertig aanwezig. Hier het spiegelbeeld van hamsteren: de cateraar had normaal voedsel ingekocht, maar er was niemand om het op te eten. Dat zou dus allemaal worden weggegooid.

We hadden het alleen maar over corona

Deze week was ik bezig met opnamen over een omstreden behandeling voor uiteenlopende aandoeningen als ADHD, autisme, depressie en epilepsie. Hiervoor interviewde ik ook artsen. Zij stonden mij welwillend te woord, maar hadden natuurlijk iets anders aan hun hoofd. Voor en na de gesprekken hadden we het alleen maar over corona. Het onderwerp van deze reportage – mensen in nood tot kostbare en dubieuze behandelingen verleiden – was heus niet onbelangrijk, zoiets moet je als journalist maken. Maar nu ook? Of willen we artsen maar over één ding horen praten?

Dan toch een observatie vanuit mijn futiele universum over corona. Opeens zag ik geregeld reclames voor neussprays, waarin op subtiele wijze een bepaalde afweer tegen virussen werd gesuggereerd. Soms verscheen het woord ‘virus’ enorm groot in beeld. Misschien werden die altijd al zo uitgezonden, geen idee, maar nu vielen ze op. Uiteraard wordt nergens over corona gerept, maar wie wil er nu geen bescherming tegen virussen? Als argeloze consument zou je kunnen denken dat een dagelijkse neusdouche je vrijwaart van covid-19. Dat is onzin.

Neusspray

Fabrikanten zijn vaak heel slim met woorden; ze wekken de indruk dat hun middel ergens tegen helpt, maar ze zeggen het niet. Zo zeggen ze ‘bij verkoudheid’ en niet ‘helpt tegen verkoudheid’. Daar kom je juridisch altijd mee weg. Als je toch een juridische grens overgaat, kom je in de problemen.

Zo tikte de Reclame Code Commissie (RCC) vorig jaar Physiomer op de vingers voor een reclame waarin de neusspray Physiomer Normal Jet aanbevolen werd met ‘voorkomt griep en verkoudheid. Klinisch bewezen effectief.’  Omdat de claim niet is gerechtvaardigd dat een product besmetting effectief voorkomt, achtte de RCC de reclame misleidend en oneerlijk.

Denk dus niet dat een simpele spray het antwoord is op corona en houd je aan de voorschriften van het RIVM en de regering.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal