Ook voor Sigrid Kaag is macht het politieke wapen om je idealen te verwezenlijken

TeunColumns & verhalen

koffer schatkist geld euro biljetten Ministerie Financiën

Kaag kiest voor de macht en wordt de eerste vrouw op Financiën’, stond onlangs boven een Volkskrant-artikel. Door velen werd de kop als seksistisch beschouwd: ‘Kiest voor de macht, zeggen ze dat ooit over een man?!’

Even op glad ijs: in tegenstelling tot de andere politiek leiders in de coalitie had Kaag lang niet duidelijk gemaakt wat ze zou gaan doen. Zou ze in de Kamer blijven of minister worden? Nu heeft ze een opvallende keuze gemaakt, die haar de meeste macht geeft. De minister van Financiën is bij bijna elk belangrijk kabinetsbesluit betrokken. En dat is geweldig. Politiek gaat immers om macht. Macht is het politieke wapen om je idealen te verwezenlijken. Alleen als je macht een vies woord vindt, kwalificeer je de kop als seksistisch. (Rutte is een uitzondering, bij hem is macht geen middel maar een doel).

Kaag is niet eens econoom!

Kaag krijgt wel veel seksistische drek over zich heen. Nu ook weer. Er wordt schande van gesproken dat ze op Financiën terechtkomt. Ze is niet eens econoom! Haar voorganger Wopke Hoekstra was dat ook niet, die was jurist. Tijdens zijn ministerschap bleek hij een hork te zijn zonder diplomatieke gaven, die de Zuid-Europese landen bruuskeerde in de zwartste periode van de coronacrisis. Hij wordt nu minister van Buitenlandse Zaken. Dilan Yesilgöz wordt de eerste minister van Justitie die geen rechten heeft gestudeerd en Hugo de Jonge was met een opleiding tot onderwijzer minister van Volksgezondheid en gaat nu Wonen doen.

Het kan allemaal, maar over niemand ontstaat zoveel tumult als over Kaag. Terwijl Kaag zo ongeveer het meest indrukwekkende CV heeft van alle ministers. Net als voormalig Financiënminister Hoogervorst deed ze een master Internationale Betrekkingen aan een prestigieuze buitenlandse universiteit en ze heeft bakken internationale ervaring, enorm belangrijk in deze functie.

Zou ze net als Rutte vatbaar zijn voor de lobby van Het Grootkapitaal?

Laten we ook niet te moeilijk doen over Financiën. Hand op de knip, veel nee verkopen en je wordt in dit landje al snel razend populair. Het is een enorm flatteuze functie. Nu er zoveel grote en dure hervormingen op het programma staan – klimaat, stikstof – is het logisch dat de leider van de tweede partij daar bovenop wil zitten.

Het is niet wat Kaag niet heeft gedaan, maar wat ze wél heeft gedaan, wat me zorgen baart: haar baan bij Shell. Zou ze net als Rutte vatbaar zijn voor de lobby van Het Grootkapitaal? In het FD valt te lezen hoe vervuilende bedrijven uit de offshoresector zich met enig dedain keren tegen het ‘antifossiele sentiment’ in Nederland: ‘overal wordt inmiddels een domineessausje overheen gegoten’. Volgens VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen zijn ‘meerdere bedrijven aan het kijken of het slim is om in Nederland te blijven’. Peter Berdowski van Boskalis: ‘Wij worden gedwongen om na te denken of Nederland nog wel het ideale land is om gevestigd te zijn. Dat is geen dreigement, maar het staat bij ons op de agenda.’

Als het geen dreigement is, waarom zeg je het dan? Laten we hopen dat Kaag meer ruggegraat heeft dan Rutte, die bij de eerste grom van een multinational op zijn rug ging liggen. Niet langer paaien die bully’s. Sterker nog, pak ze aan. Laat ook internationale concerns normaal belasting betalen. Go, Kaag!

Deel dit bericht

Leve het ouderwetse kerstpakket met paté uit blik en een half flesje wijn

TeunColumns & verhalen

houtkrullen voor het kerstpakket

Ooit lang geleden, kreeg ik nog weleens een echt kerstpakket. Zo’n houten kistje gevuld met houtkrullen en een keur aan culinaire curiosa: paté uit blik, ragout, pretzels, Turks fruit, kersenbonbons, tamme kastanjes op siroop, een zakje studentenhaver, een potje stemgember, zilveruitjes en een half flesje wijn. Heerlijk vond ik het. Het ouderwetse kerstpakket wist precies mijn cadeautjesgenotsplekje te raken.

Dat begon al met die houtkrullen. Hoe rijker de doos ermee gevuld was en hoe meer de kerstcadeautjes aan het zicht werden onttrokken, des te beter. Dit was een grabbelton voor volwassenen. Wie vond het nou niet leuk om met zijn kleine kindervingertjes door de snippers te woelen en ondertussen elk verpakt cadeautje te voelen om het ideale geschenk eruit te vissen? Het kerstpakket bracht al deze gelukkige herinneringen terug. En dan mocht je ook nog alle cadeautjes houden!

Hoe meer, hoe beter

Ook leuk: de hoeveelheid presentjes. Op cadeautjesgebied ben ik een absolute kwantiteitsman: hoe meer, hoe beter. Wie wil er geen rijk gevulde doos met spiegeltjes en kraaltjes? Dat je graait en nóg een potje met dubieuze inhoud aantreft. Heerlijk. Die dubieuze inhoud zelf wekt ook veel vreugde op. Een blik in een andere wereld, een schaduwrealiteit waarin mensen blikken ragout openen, opwarmen en in een bladerdeegbakje schenken. Bladerdeegdekseltje erop en genieten maar! Eén zo’n pakket kon bewerkstelligen waar een schrijver een heel boek voor nodig had: er werd je een heel, tot dan toe onbekend, leven getoond.

Of, vroeg ik me weleens af, bestonden die levens helemaal niet? Werden die culinaire prullaria speciaal voor het kerstpakket gemaakt van oude fabrieksresten? Producten die nog net te goed waren voor veevoer, maar voor normale menselijke consumptie niet meer geschikt? Zou er in de voedselindustrie een speciale kerstpakkettencategorie bestaan? Hoe dan ook: het traditionele kistje met zaagsel zette de verbeelding aan het werk. Dat is op cadeaugebied het hoogst haalbare.

De basisprincipes van cadeaus geven

Nu is het bij veel bedrijven anders. Je krijgt een maand voor Kerst een mail waarin de keuzes voor het kerstcadeau aan je worden voorgelegd: wil je een bon van een postorderbedrijf, een leuke gadget of een sweater met logo van de organisatie waarvoor je werkt? Graag je maten even invullen en dan kun je je cadeautje op 19 december ophalen bij de administratie. Voor de praktische mens handig, je krijgt niet wat je niet wilt, maar wat is daar de lol van?

Bij cadeaus zijn er toch een paar basisprincipes: de gever bedenkt wat leuk is om te geven (een snipperdoos met echt lekkere dingen zou ook een optie kunnen zijn) en de ontvanger weet van te voren niet wat hij krijgt. Anders kun je net zo goed rond Kerst een kleine bonus op het salaris geven. Niet romantisch, niet gezellig, maar altijd welkom.

Een goede jaarwisseling, lieve lezers

Een subcategorie is de fles wijn. Geregeld krijg ik ze van verschillende opdrachtgevers opgestuurd. Leuk natuurlijk. Wat nog leuker is: je kunt het gegeven paard tegenwoordig in de bek kijken. Met de app Vivino scan je het etiket, waarna de prijs en beoordeling van de wijn worden getoond. Weet je meteen hoezeer de opdrachtgever/ baas je waardeert. Dat kan behoorlijk onthullend zijn. De Volkskrant scoorde gelukkig heel goed. Daarom zal ik ook volgend jaar deze stukjes blijven schrijven. Een goede jaarwisseling alvast, lieve lezers.

Deel dit bericht

In de Volkskrant: Kletspodcasts zijn razend populair: hoe maak je een goede?

TeunIn de media

Podcast Teun en Gijs vertellen alles

Zeggen ze iets onaardigs over iemands uiterlijk, dan haalt dat de podcastaflevering niet. ‘Klein huiselijk leed, wat frictie met partners,’ dat is daarentegen wél goed voer voor de wekelijkse kletspodcast die Teun samen met vriend Gijs Groenteman maakt.

Voor de Volkskrant interviewde Gidi Heesakkers drie succesvolle podcastduo’s over de populariteit van hun kletspodcast. Teun en Gijs praten met haar over die van hen, de podcast Teun en Gijs vertellen alles, online sinds december 2019.

Mensen reageren enthousiaster op deze podcast dan op mijn column of de tv-programma’s die ik maak. Dat is echt opvallend. Soms fiets ik door Amsterdam en roepen mensen met een duim omhoog dat ze net aan het luisteren zijn.

Lees hier het hele artikel, ‘Kletspodcasts zijn razend populair: hoe maak je een goede?’, uit de Volkskrant van december 2021.

Deel dit bericht

Ik wens ons landsbestuur meer pessimisme toe

TeunColumns & verhalen

Man probeert pot augurken te openen

Optimisme wordt vaak als een goede eigenschap gezien, terwijl er op pessimisme behoorlijk wordt afgegeven. Voor je het weet word je voor zuurpruim uitgemaakt, zeker als je voor deze krant schrijft. Dan doop je je pen of toetsenbord in azijn en bijt je na elke zin in een augurk. Je moet de mensen toch hoop bieden? Of ‘perspectief’, zoals dat tegenwoordig vaak wordt genoemd. Dat is trouwens een heel gek woord als je vertrouwen in de toekomst wilt uitdrukken. Perspectief betekent het punt van waaruit je naar iets kijkt; de manier waarop je ergens tegenaan kijkt. Vanuit het ene perspectief kun je de toekomst dus heel somber bezien en vanuit het andere zonnig.

Condition humaine

Maar zegt u, doemdenkers zijn toch vervelend om in je omgeving te hebben? Van die somberaars die zeker weten dat we naar de klote gaan? Ik weet het niet. Ze hebben in ieder geval oog voor de condition humaine en dat is aantrekkelijk. Met hen valt vaak meer te lachen dan met beroepsoptimisten. Die frisgewassen types met Colgate smile die je bij het kleinste sombere zuchtje al lachend keihard op de schouders rammen en roepen dat het allemaal wel goed komt, zijn gewoon irritant. En ze snappen er niks van.

Om met de bekendste ingezonden brievenschrijver van deze krant, Theo Maassen uit Eindhoven, te spreken: ‘Een optimist is een slecht geïnformeerde pessimist’.

Te optimistisch

Als een land in crisis verkeert, scheelt het nogal of optimisten of pessimisten de leiding hebben: vrezen ze het ergste en nemen ze daarom op tijd de nodige maatregelen, of denken ze dat alles wel zal meevallen en zijn ze daarom steeds te laat met ingrijpen?

Helaas zitten wij al deze hele ellendige coronaperiode met een stel onverbeterlijke optimisten opgescheept: Rutte, De Jonge en Van Dissel . Hierdoor komen de maatregelen steeds te laat. Van Dissel gaf het laatst bij Nieuwsuur zelf toe: ‘Helaas heeft de praktijk ons geleerd dat we het soms te optimistisch inschatten. Je hoopt natuurlijk toch dat het dubbeltje soms de goede kant opvalt en we hebben helaas te vaak gezien dat dat dan tegenvalt.’

Dit is toch ongelooflijk! Dat er beleid wordt gemaakt gebaseerd op de hoop dat dubbeltjes de goede kant opvallen? En dat je na drie vallende muntjes nog niet van perspectief wisselt.

We zijn prutsers

Bij de vaccinatiecampagnes en nu weer bij het boosteren zijn we dankzij deze onverbeterlijk rooskleurige inschattingen steeds later dan de rest van Europa. Ons zelfbeeld als land dat dingen snel en efficiënt kan regelen is kapot. We zijn prutsers. Een wonderlijke paradox: als we hadden geweten dat we prutsers waren, dan waren we geen prutsers geweest. Dan hadden we goed naar het buitenland gekeken, hulp van anderen ingeroepen en alles op alles gezet om de zaken goed te regelen. Maar juist omdat we denken dat we superhelden zijn, zijn we kneuzen.

Pessimisme wordt ten onrechte vaak verward met defaitisme. Het wordt niks, dus we doen niks. Het is precies omgekeerd: we vrezen het ergste, dus we spannen ons maximaal in om de ellende te voorkomen. Juist de optimist leunt vaak zelfgenoegzaam achterover, want het komt toch wel goed. Ik wens ons landsbestuur meer pessimisme toe.

Deel dit bericht

Het liefst verdwijn ik helemaal. Alleen zo bereikt het giftige nieuws mij niet

TeunColumns & verhalen

huisje in het bos alleen eenzaam

Uw Huispopulist heeft er zin in! Na al het gesomber van de afgelopen maanden, zeg maar jaren, gaan we het roer helemaal omgooien. In het land en in de krant! Als het goed is, wordt er de komende dagen een nieuw coalitieakkoord getekend. Dan krijgen we, na de langste formatie ooit, eindelijk een nieuw kabinet! Echt nieuw natuurlijk niet, want het zijn precies dezelfde partijen die hiervoor ook al een kabinet vormden. Een kniesoor – voorheen viel uw Huispopulist eerlijk gezegd ook weleens onder die categorie – zou dan mopperen. Als ze samen al een regering vormden en samen de verkiezingen wonnen, waarom moest het dan allemaal zo ongelooflijk lang duren? Maar dat is ongezellig en onnodig gepruttel. Want het mooie is: er komt een kabinet met meer elan!

U bent murw, ik ben murw, wij zijn murw

Eerder al had de premier zijn radicale ideeën voor een nieuwe bestuurscultuur uit de doeken gedaan. Dat is toch geweldig! Én een nieuwe bestuurscultuur, én meer elan onder leiding van de premier die ruim tien jaar verantwoordelijk was voor de ouwe bestuurscultuur en minder elan. Voor zoveel lenigheid kun je alleen meer je hoed afnemen. Alles wordt anders en beter. Ik heb er zin in.

In de Volkskrant wordt het ook gezelliger. De hoofdredacteur schreef onlangs dat we het accent gaan verleggen van sombere berichten over corona naar verhalen over veerkracht. U bent namelijk murw. U wilt de ellende allemaal niet meer horen. Ik snap dat. Ik ben ook murw. Buiten is het grauw en het miezert, de ellende in de wereld komt op me af. Een pandemie, slechte leiders, slechte mensen, domme mensen, gevaarlijke mensen. Een wereld die we met elkaar langzaam vernietigen. Ik schrijf erover, maar wat helpt het? De rottigheid wordt niet minder, en wilt u het überhaupt wel lezen? U bent murw, ik ben murw, wij zijn murw. Laten we de focus van deze sombere berichten verleggen. Geef ons heden onze dagelijkse veerkracht.

Het liefst verdwijn ik helemaal

Aan de wereld denken en optimistisch zijn, lukt me niet. Dus sluit ik me af. Het liefst verdwijn ik helemaal. Ik trek de stekkers van computer, televisie en radio eruit. Ik plak de brievenbus dicht. Alleen zo bereikt het giftige nieuws mij niet. Ik probeer aan vrolijke dingen te denken. Met de beentjes op de bank lees ik een gezellig boek. Dus niet de verhalenbundel over Rusland onder Poetin, niet de roman over het groeiende antisemitisme en nazisme tijdens het interbellum, en zeker niet mijn favoriete roman van de schrijver die haar hoofd in de oven stak. Nick Hornby is altijd een veilige keuze. Voetbal of popmuziek. En liefde. Geen politiek. Af en toe glimlach ik.

In Limburg heb ik een klein huisje met een lapje bos. Een plek waar het woelen der gehele wereld geen vat op lijkt te krijgen. Ik hak een paar dooie boompjes om. De buitenlucht doet mij goed. Mijn hoofd is koud, mijn spieren doen pijn. Ik leef en ik voel me goed. Mijn gedachten dwalen af naar gelukkige tijden in zonnige oorden, toen het leven overzichtelijk en zorgeloos was. Ik haal diep adem en voel de veerkracht. Als je heel goed luistert, hoor je in de verte de bruine laarzen al marcheren.

Deel dit bericht

Het WK voetbal aan Qatar ontnemen moet de inzet van de KNVB zijn

TeunColumns & verhalen

Voetbalstadion Qatar WK 2022 Al-Janoub, Al-Wakrah CC Matt Kieffer

Zo’n WK voetbal in Qatar is voor niemand leuk. Ook niet voor sportjournalisten. Wil je lekker lyrische stukken schrijven over Memphis, knijpen en gegenpressing, wil je zwijmelen over de geur van vers gemaaid gras, de Hollandse school van Cruijff vergelijken met de Hollandse school van Rembrandt en voetbal met ballet (altijd komt die dekselse Nurejev om de hoek kijken), moet je opeens gaan nadenken en schrijven over mensenrechtenschendingen. Dat is toch helemaal niet leuk!

Als je dat interessant vond, was je wel buitenlandcorrespondent geworden. Maar goed, als je met oogkleppen op afreist en alleen maar over het spelletje schrijft, dan denkt iedereen dat je een gevoelloze en wereldvreemde sportfanaat bent. Dus je belooft het thuisfront goed om je heen te kijken. Als je iets verdachts ziet, zal je het melden. Je begint er zelfs enige schik in te krijgen. Je bent nu nóg belangrijker!

Communicatieprobleem…

Onze eigen Willem Vissers is alvast poolshoogte gaan nemen in Qatar. Hij verslaat er de Arab Cup en blikt vooruit naar het WK. Hoe zit dat nou met de mensenrechten? In zijn eerste bijdrage heeft Willem een journalist en hoogleraar gevonden die niet zo onder de indruk is van alle ophef. Deze James Dorsey relativeert er lustig op los. Heeft Qatar het WK alleen heeft gekregen door corruptie? Ach: ‘Wat wij in de rest van de wereld niet altijd begrijpen is dat de cultuur van zakendoen bij de Fifa en in de Golfregio vergelijkbaar is.’ Juist: twee keer corrupt is niet corrupt.

Eigenlijk ziet Dorsey vooral een probleem met de communicatie: ‘Toen Qatar de verkiezing won, dachten ze daar dat iedereen vanaf dat moment voorstander van dat WK zou zijn. Ze waren onvoorbereid op eindeloze verhalen over corruptie en rechten voor arbeiders, terwijl alles al jaren zo gaat daar.’

Reuze jammer van die communicatie. Als ze waren voorbereid, hadden ze een beter verhaal kunnen vertellen. Dat ze al jaren mensenrechten schenden en dat er in de bouw ook altijd al mensen sterven. Zo zijn nu eenmaal de plaatselijke gebruiken. Ook fans die homoseksueel zijn oproepen hun geaardheid niet te tonen en journalisten oppakken die te nieuwsgierig zijn (hun werk willen doen) is kennelijk gezellige folklore. Het laat zich raden dat Dorsey niet voor een boycot is: ‘Als ze Qatar het WK afnemen, zullen de gevolgen veel groter zijn dan een boycot waard is.’

Bloed aan zijn kicksen

Vissers houdt enorm van voetbal. Als er een WK gehouden wordt, wil hij erheen. Begrijpelijk. Daarom zal hij (bewust of onbewust) alles aangrijpen wat tegen een boycot pleit. Je kunt het een voetbalverslaggever niet aandoen dit soort stukken te schrijven. Dat moet je aan een correspondent of onderzoeksjournalist overlaten.

Toch maar even: het WK is dankzij corruptie naar Qatar gegaan. Het wordt in de winter gehouden omdat het daar ’s zomers te heet is. Bij de bouw van de stadions voor het WK zijn 6.500 doden gevallen en hoewel de Qatari beterschap beloofden, zijn er volgens de International Labour Organization (ILO) vorig jaar nog 50 bouwvakkers gestorven.

Journalisten kunnen niet vrij hun werk doen en homoseksuelen moeten zich gedeisd houden. Wie straks juicht bij een doelpunt, heeft bloed aan zijn kicksen. Op zo’n plek houd je geen WK. Het toernooi moet worden verplaatst. Dat en niets anders moet de inzet zijn van de KNVB en andere voetbalbonden. Het kan best.

Afbeelding: Voetbalstadion Al-Janoub in aanbouw voor het wereldkampioenschap voetbal in Qatar, foto door Matt Kieffer

Deel dit bericht

Grapperhaus is de allermachtelooste minister

TeunColumns & verhalen

Ferd Grapperhaus biedt excuses aan na overtreden coronaregels op zijn huwelijksfeest. Screenshot uit interview met NOS.

Even een quizvraagje, om te kijken of u hebt opgelet: wie is de allermachtelooste minister van Nederland? Nee, H & M (uit weerzin weiger ik hun namen nog voluit te schrijven) zijn het allebei niet, ook al begrijp ik dat ze veel genoemd worden. H. heeft natuurlijk geen enkele grip op de situatie en grote baas M. die al in de toeslagenaffaire toegaf ‘formeel eindbaas te zijn’ – alsof die formele rol verder geen enkele verantwoordelijkheid met zich meebracht – is in een half jaar tijd zo ontzettend afgebladderd dat we inmiddels dwars door de grote leegte van zijn ziel kijken. Maar de aller, aller, allermachtelooste minister is niet H. of M., maar F.: Ferd Grapperhaus.

De emoties van Grapperhaus

Dat zeg ik met een zwaar gemoed, want aanvankelijk leek Ferd mij een geschikte vent. Geen robotachtige vakminister als Stef Blok die vast zijn dossiers goed kent maar verder gespeend lijkt van elk gevoel, maar een man van vlees en bloed die barst van de emoties. En die toont ie. Keer op keer op keer. Telkens namelijk wanneer er iets vreselijks gebeurt wat onder de verantwoordelijkheid van zijn ministerie valt.

Grapperhaus verschijnt dan voor de camera’s, zucht diep, loopt rood aan. Zijn prachtige kale hoofd verhult niks, zijn ogen – mooi gekadreerd door een metalen brillenframe – spuwen vuur en hij begint te praten. Dat hij diep geschokt is. Dat dit niet kan in Nederland. Hij valt even stil en kijkt dramatisch in de verte. Hij stoot een dierlijke kreet uit. Dan zegt hij dat de daders gepakt zullen worden. Dat Nederland deze lafhartige daden niet onbestraft laat. De eerste keren dat ik hem zo zag, was ik onder de indruk. Mooie kerel, dacht ik. Oprecht.

Een sleets ritueel

Maar langzamerhand worden de emotionele uitbarstingen van onze Ferd een sleets ritueel. Als je telkens daadkrachtig wil overkomen zonder de daad bij het woord te voegen, word je vanzelf de allermachtelooste minister van het land. Na elke moord, na elke bedreiging, na elke rel verschijnt het woedend aangedane hoofd van Ferd in beeld. Alsof hij is ingehuurd als emotie-tolk die alles wat leeft in het kabinet moet omzetten in een niet mis te verstane uiting van gevoelens.

Maar wat doet de minister? Begrijpt hij überhaupt hoe erg de situatie is? Hoe ondermijnend de georganiseerde misdaad te werk gaat? Hoe de onderwereld verweven raakt met de bovenwereld? Hoe Nederland een narcostaat dreigt te worden, of inmiddels al is geworden?

De Nederlandse zelfoverschatting

Het lijkt er niet op. Grapperhaus zei onlangs in de Kamer: ‘Criminelen hebben hier geen vrij spel en we zijn ook geen narcostaat, want dan stond hier iemand met een exotische achtergrond.’ Oftewel: zolang ministers niet ‘exotisch’, maar blond, onbehouwen en wit zijn, hoeven we ons nergens zorgen over te maken. Deze uitspraak is niet alleen racistisch, maar ook grenzeloos naïef. Hij is typerend voor de Nederlandse zelfoverschatting, die ervan uitgaat dat wij alles perfect geregeld hebben, dat elke maffiabaas eruitziet als Tony Montana of El Chapo, misdaad niet bij onze volksaard past en dus ‘on-Nederlands’ is.

Die misvatting maakt ons land (naast de geografische ligging) perfect voor de georganiseerde misdaad. Zelfs als ze zich voor onze ogen afspelen, willen we de ernstigste wetsovertredingen (herinnert u zich de bouwfraude nog?) niet eens zien. Helaas geldt dit ook voor onze minister van Justitie.

Afbeelding: Ferd Grapperhaus biedt excuses aan na overtreden coronaregels op zijn huwelijksfeest. Screenshot uit interview met NOS.

Deel dit bericht

En weer probeert een BN’er de boel te flessen

TeunColumns & verhalen

Screenshot website Lets Make it fun. Better. Yum. De groentesnoepjes van Nicolette van Dam.

Gotogotogot, nu Nicolette van Dam weer die de mist ingaat. Om de Volkskrantsnobs (hartjes voor jullie!) voor te zijn die zelfingenomen ‘wie is Nicole van Dam’ gaan roepen, lijkt het mij een goed idee dit even uit te leggen. Maar nu val ik toch een beetje in mijn eigen snobistische valkuil. Want werkelijk niets wat ik van haar vind op Wikipedia heb ik ooit gezien.

Natuurlijk is Nicolette de blonde vrouw die meespeelt in de reclame voor de Postcodeloterij en uiteraard is ze getrouwd met zakenman Bas Smit die zich tijdens de crisis in Afghanistan online van zijn charitatiefste kant liet zien, door op de socials te laten weten dat hij had ‘besloten dagje geen strand te pakken en dus vier dure strandbedjes bespaard, geen uitgebreide lunch met fles rosé en geen taart. Deze heerlijke besparing besloten te doneren aan de hartverscheurende situatie in Afghanistan.’ Verder weet ik dat haar ouders een slagerij en een broodjeszaak in Amsterdam-Zuid hebben, maar de series waarin ze speelde en de woonprogramma’s die ze presenteerde, heb ik – toch liefhebber van het genre – nooit gezien. Nicolette van Dam is dus vooral Nicolette van Dam. BN’er van beroep.

Een vleugje misleiding en een flinke dosis flauwekul

Beroeps-BN’er zijn anders dan gewone BN’ers zoals Matthijs van Nieuwkerk of Eva Jinek, bij wie bekendheid geen doel op zich is, maar een uitvloeisel van hun werk. Beroeps-BN’ers hoeven juist helemaal niet goed te kunnen interviewen, presenteren of acteren, maar moeten vooral bekend zijn, omdat met die bekendheid geld valt te verdienen. Door reclame te maken op Instagram of eigen kleding-, voedings-, of make-uplijnen op te zetten.

En dat heeft Van Dam gedaan. Net als Giel Beelen (druppels) en Lieke van Lexmond (edelstenen en druppels) wil ze met een vleugje misleiding en een flinke dosis flauwekul geld verdienen aan sukkelaars die voor verkooppraatjes vallen. Nicolette heeft namelijk groentesnoepjes op de markt gebracht.

Suiker is suiker

Dat klinkt gezond en dat is niet voor niks. Als argeloze ouders denk je dan toch dat je je kind iets goeds voorzet. Van Dam legt in een begeleidende video uit dat de snoepjes in zes handige zakjes zitten waardoor er ‘altijd verantwoord kan worden gesnoept’. Maar er is niks verantwoords aan! De snoepjes bestaan voor de helft uit suiker. En dat het dan gaat om ‘natuurlijke suiker’ zoals Van Dam benadrukt, doet er niet toe. Rietsuiker en bietsuiker zijn ook natuurlijk. Suiker is suiker, dikmakend en ongezond.

Van Dam richt zich, terwijl kidsmarketing door alle voedingswetenschappers als schadelijk wordt beschouwd, vooral op kinderen: ‘Kids moeten de fun gaan zien in het eten van het groente- en fruitsnoepje, waardoor het toegankelijker wordt groente op je bordje te krijgen.’ Dus kinderen moeten worden gestimuleerd groente te eten door eerst snoep weg te kanen? Wat een flauwekul. Van Dam gebruikt het gezonde imago van groente om kinderen rotzooi aan te smeren. Terecht is zij genomineerd voor het Gouden Windei van Foodwatch.

Mooi is altijd hoe beroeps-BN’ers reageren op kritiek. Zo zijn er de collega’s die voor hen in de bres springen, zoals Patty Brard, die meende dat critici vooral Nicolette moest hebben omdat ze BN’er is. Ook Van Dam zelf meende dat ‘hoge bomen veel wind vangen’. Maar beste hoge bomen, zo werkt het natuurlijk niet. Je kunt niet én dankzij je BN’er-status rommel verkopen én verbolgen verkondigen dat je alleen maar kritiek krijgt omdat je BN’er bent.

Afbeelding: Screenshot website Let’s Make it fun. Better. Yum.

Deel dit bericht

Door onverantwoordelijke burgemeesters en kroegbazen moet de horeca weer vroeg sluiten

TeunColumns & verhalen

qr-code corona qr-pas coronapas digitaal

Laatst zat ik te lunchen in een leuk cafeetje in Middelburg. Je kon er koffie bestellen met melk van dier én plant en naast de taarten met suiker en boter hadden ze ook glutenvrije en veganistische baksels. Een kleine Amsterdamse enclave in Zeeland dus. En de vergelijking met de hoofdstad hield daar niet op. Noch bij binnenkomst noch bij het opnemen van de bestelling werd om mijn QR-code gevraagd. Toen ik ernaar vroeg, vertelde de onbespoten ober dat zij die inderdaad niet controleerden, maar in plaats daarvan ‘aan de anderhalve meter deden’. Daar bleek niks van, want veel bezoekers zaten dicht opeengepakt, maar dan nog: waar haal je het idiote idee vandaan dat je als café-eigenaar zomaar eigen coronaregels kunt maken?

QR en de horeca

Uit een steekproef van Het Parool bleek dat de QR-codecontrole in mijn woonplaats Amsterdam bedroevend slecht is. Verslaggevers bezochten op verschillende tijden 120 cafés en restaurants verspreid over de stad. In 76 zaken (ruim 63 procent) werd niet om een coronapas gevraagd! Landelijk zouden klanten in 35 procent van de gevallen niet altijd een QR-code bij zich hoeven te hebben. Nog steeds een belachelijk hoog aantal. Zo dom. Door zich niet aan de regels te houden, hebben veel kroegbazen de ellendige vroege sluitingstijden over zichzelf afgeroepen.

Dat is niet alleen lullig voor ons, wij willen ook graag laat schransen en zuipen, maar ook voor de horeca-uitbaters die zich wel aan de regels houden. Zoals in mijn buurtcafé waar ze mij iedere keer weer om mijn QR-code vragen, terwijl ze van mij als vaste klant heus wel weten dat ik een coronapas heb. Zij moeten bloeden voor het labbekakkerige gedrag van hun collega’s. Hadden ze in de horeca een voorbeeld genomen aan de theaters, waar én QR-codes én identiteitsbewijzen worden gecheckt, dan zaten wij komend weekend ook na acht uur nog lekker in de kroeg.

Sommige burgemeesters

De laksheid van de horecajongens wordt in de hand gewerkt door de vreemd lankmoedige houding van sommige burgemeesters. Zo stond Paul Depla van Breda zaterdag toe dat cafés later dan acht uur open zouden zijn, omdat hij begrip voor hun situatie had: ‘Vanavond is er dan ook de ruimte voor de horeca in Breda om een statement te maken.’ Hoezo?

Eerder had Femke Halsema van Amsterdam al de indruk gewekt nauwelijks te zullen handhaven op de QR-codes voor de horeca. In de Volkskrant vertelde ze onlangs not amused te zijn met die indruk. Er was een media frenzy ontstaan en weet ik wat. Heel vervelend, maar ook na lezing van dit interview kan een café-eigenaar in Amsterdam alleen maar concluderen dat hij zich over handhaving nauwelijks zorgen hoeft te maken: ‘We hebben afgesproken dat de ondernemers zelf verantwoordelijk zijn voor de naleving van de maatregelen. We kunnen niet bij alle zevenduizend horecagelegenheden een bromsnor zetten.’ Tsja. Als deze crisis iets duidelijk maakt, is het dat gratuite oproepen tot verantwoordelijk gedrag weinig uithalen.

2G was niet nodig geweest

Het kabinet maakt nu plannen voor 2G-beleid. Dat gaat ver. Dat neigt naar uitsluiting van ongevaccineerden, ook al beweert Hugo de Jonge van niet. Onprettig. Dit was niet nodig geweest als de coronapas echt goed was gebruikt en gehandhaafd. Kroegbazen en burgemeesters hebben iets uit te leggen.

Deel dit bericht

Dit kabinet is heel goed in excuses aanbieden. Het spijt ons, echt!

TeunColumns & verhalen

so sorry smiley verontschuldigen excuus

Sorry, sorry, sorry, het spijt ons. Echt! We staan er zelf soms ook van te kijken hoeveel leed wij u, onze burgers, hebben aangedaan. Het is gewoon bijna niet te bevatten dat je mensen zo veel pijn en verdriet kunt doen. Als ik uw verhalen hoor, dan krab ik me ook weleens achter de oren. Hebben wíj dit veroorzaakt? Ík? Dat besef doet gewoon pijn, snapt u? Misschien niet zo veel pijn als u heeft geleden, maar toch. Ook pijn. Ik hoop dat u dat weet en begrijpt. En voelt. Dat u als slachtoffer lijdt, maar wij als dader ook.

Het domme volk begrijpt het niet

Ik herinner mij nog goed hoe politici vroeger, voor mijn tijd, altijd alles gingen uitleggen. Als ze zetels hadden verloren of een impopulaire maatregel hadden genomen, dan gingen ze het land in om hun beleid uit te leggen. En niet zomaar uitleggen, maar ‘beter uitleggen’. Op zich snap ik dat wel. Ze waren overtuigd van hun eigen gelijk, hun plannen waren goed, alleen het domme volk (niet mijn woorden!) begreep het niet. Dus het lag nooit aan de verkeerde plannen of aan het verkeerde beleid, maar aan de uitleg van dat beleid. Als die beter was, zou het volk het eindelijk snappen, de maatregelen omarmen en zich weer achter de opzijgeschoven politicus scharen.

Nogmaals: ik snap dat. Het is ook bloedirritant als je je dag en nacht uit de naad werkt voor je landgenoten en je alleen maar stank voor dank krijgt. Dan wil je ze weleens door elkaar schudden: wanneer dringt het nou eens tot jullie botte hersenen door dat ik goed ben! Hartstikke goed! Als mens, maar ook als politicus en premier! Hou van mij, verdomme! Maar dat doe je natuurlijk niet. Dat zou toch allemaal verkeerd kunnen worden uitgelegd. Dat kan je de kop kosten. Dus gaan we tegenwoordig luisteren.

Excuses…

Luisteren en onze excuses aanbieden. Meer niet. Beloften? Kan, maar pas daar mee op! Liever gewoon het luisterend oor. Stel je eens voor dat je als eenvoudige Groninger van wie het huis verwoest is door de gaswinning, bezoek krijgt van de premier die jouw hele verhaal wil aanhoren? De premier en een stel ministers bij jou over de vloer, dat maakt indruk hoor!

Met die slachtoffers van de toeslagenaffaire precies hetzelfde. In de Tweede Kamer werd een documentaire over hun leed vertoond. Er waren een paar slachtoffers bij en ook een heleboel politici. Ik had die dag helaas iets belangrijkers, maar indrukwekkend was het wel. Heel veel politici boden hun excuses aan. Prachtig. Dat deden wij in Groningen ook. Diep door het stof gingen we. Dat is niet makkelijk, maar het moet. Het lucht op. Voor de slachtoffers, maar ook voor ons.

Wat wel pijn doet, is dat veel van die slachtoffers niet meer op onze excuses zitten te wachten. ‘Voor sorry kopen we niks’, zeggen ze dan. ‘Los de problemen eindelijk op.’ Hoe dan? Ik zou niet weten hoe. Zo cynisch en ondankbaar. Snap dan eens hoe moeilijk en knap het is als iemand van mijn statuur zo door de knieën gaat! Een nieuwe bestuurscultuur is leuk, maar dan moet het volk ook meewerken.

Deel dit bericht