Een gepersonaliseerd nummerbord moet stemmen trekken voor de VVD

TeunColumns & verhalen

nummerplaat nummerbord kenteken alaska beer

Terwijl iedereen de blik had gericht op de historische ontwikkelingen in Pennsylvania, Georgia, Nevada en Arizona, vond er in de Nederlandse politiek ook een aardverschuiving plaats. Het nieuwe verkiezingsprogramma van de VVD kwam uit. Dat de partij hierin een ruk naar links maakt, een grotere rol voor de overheid ziet weggelegd, de minimum­lonen omhoog wil en de maximumhuren voor minima omlaag, is al genoeg besproken. Inclusief de wat viezige opmerking van medeopsteller van het programma en fractievoorzitter Klaas Dijkhoff dat de VVD niet links was geworden, maar ‘warm rechts’. Daar krijg je beelden bij, maar geen fijne beelden. 

Rechtse VVD, linkse VVD

Ook dat Mark Rutte met een vleugje zelfspot en een scheutje frustratie in het voorwoord schreef dat je deze nieuwe inzichten ‘ook visie zou kunnen noemen’, ­behoeft niet veel meer aandacht. Het schijnt dat de ­premier spijt heeft van zijn opmerkingen dat je voor ­visie maar naar de oogarts moest. Daardoor zouden de mensen ten onrechte kunnen denken dat hij een figuur zonder diepgang zou zijn. En nu heeft hij opeens wel ­visie? En die visie is links? Dus de rechtse VVD kon het zonder en de linkse VVD heeft er wel een? Wat zegt dat? 

Autootje pesten

Maar dat is niet het interessantst aan dit verkiezingsprogramma. Het interessantst is het revolutionaire voorstel een nieuwe nummerplaat in te voeren. Dit plan moet de partij veel stemmen opleveren. Dat zal ik uitleggen.

Jarenlang konden snelheidsduivels en asfaltfetisjisten rekenen op de VVD. Elke vorm van autootje pesten werd door de partij met verve bestreden. De heilige koe is tenslotte geen melkkoe! Toen de maximumsnelheid werd verhoogd naar 130 waren VVD’ers euforisch. Toen die terug moest naar 100 – voor het verdomde milieu nog wel – meldde Rutte met grafstem dit zelf ook ‘een rotmaatregel’ te vinden.

Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat iemand zijn stem op zo’n pietluttig onderwerp baseert, maar de Heer heeft vreemde kostgangers. In ieder geval wist de autoliefhebber tot voor kort één ding zeker: de vroemvroempartij staat voor visieloos scheuren over een geheel geasfalteerd Nederland. 

Persoonlijk kenteken

Die zekerheid lijkt ons door het nieuwe verkiezingsprogramma opeens niet meer zo zeker. De VVD wil ­namelijk kilometerheffing gaan invoeren. Kilometerheffing! Dat wordt duur in de file staan voor de achterban. Onvergeeflijk. Gelukkig geeft de partij er iets voor terug: ‘Autobezitters mogen voortaan tegen betaling een persoonlijk kenteken gaan samenstellen.’ Een persoonlijk kenteken! Dat is een nummerplaat waar geen willekeurige cijfer-lettercombinatie op staat, maar een geinige, zelfbedachte naam. Wie wil dat nou? Veel betalen voor weinig.

In landen waar ze deze personalized license plates al hebben, rijden er voornamelijk patjepeeërs mee rond, die zo veel geld hebben dat ze bij God niet weten waaraan ze het moeten uitgeven. En dat via hun nummerplaat graag aan de medemens willen laten zien. Hoe zou zoiets nu populair kunnen zijn bij de achterban van de VVD?

De achterban van de VVD!

O, wacht. De achterban van de VVD! Die is bereid elke maatregel te accepteren in ruil voor een stukje metaal voor- en achterop de auto waarmee je de buurman de ogen kunt uitsteken. Briljant plan om het rekening­rijden zo aan de aanhang te verkopen.

Terwijl de grootste partij van Nederland zijn revolutionaire ideeën aan het volk presenteerde, werd in Pennsylvania geschiedenis geschreven.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Waarom moesten wetenschappers bij Op1 in discussie met totale nitwits?

TeunColumns & verhalen

naald pillen medicijnen

Ze maakten er een potje van bij Op1. Ze hadden een discussie georganiseerd over het slikken van vitamine D tegen corona. Interessant en belangrijk. Helaas had de redactie besloten om er een circusnummer van te maken. Naast twee wetenschappers (immunoloog Huub Savelkoul en voedingswetenschapper Martijn Katan) waren ook twee mensen uitgenodigd die van toeten noch blazen wisten: fitnessgoeroe Fajah Lourens en ex-hoofdredacteur van Men’s Health, Pim Christiaans. Deze twee nitwits lieten om te beginnen zien welke supplementen ze allemaal slikten om gezond te blijven: gigantische bergen pillen en poeders.

Vitamine D

Immunoloog Savelkoul vertelde over de eigenschappen van vitamine D en de onderzoeken naar het effect ervan op corona, die al redelijk positieve resultaten lieten zien: ‘Er zijn veel aanwijzingen, maar geen keiharde bewijzen, dat vitamine D de kans op het krijgen van covid iets vermindert. En dat áls je het krijgt, de ernst verminderd wordt.’

Martijn Katan was voorzichtiger: ‘Twintig jaar geleden dachten we dat vitamine D hielp tegen astma, alzheimer, zwangerschapsdiabetes en alles ertussenin. De meeste daarvan zijn inmiddels grondig onderzocht en vitamine D bleek niks te doen. Misschien is dit (corona) het ene waarvoor het wel werkt, maar reken je intussen niet rijk.’

‘Supplementen kunnen nooit geen kwaad’

Tot zover een interessante discussie, waarvan ik graag meer had willen horen. Maar toen kwam het aloude ‘baat het niet, dan schaadt het niet’- argument ter sprake: kunnen we massaal aan de vitamine D, of schuilen daar ook gevaren in? Is de situatie ernstig genoeg voor een gokje? Katan vond van niet. Als je je bij supplementen niet aan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden houdt, kan er gezondheidsschade optreden. In plaats een reactie van Savelkoul (is te veel vitamine D schadelijk?) sprongen de fitnessgoeroe (‘Supplementen kunnen nooit geen kwaad’) en de ex-hoofdredacteur van het mannentijdschrift er bovenop. Het gesprek ontspoorde totaal en ging inmiddels over alle soorten supplementen behalve vitamine D.

De hoogleraar voedingsleer uitte zijn zorgen over de hoeveelheden Vitamine C die de ex-hoofdredacteur slikte: ‘Er is redelijk hard bewijs dat zulke hoeveelheden vitamine C nierstenen kunnen veroorzaken.’ Waarop de bladenman antwoordde: ‘Mensen die er echt verstand van hebben, zeggen dat die kans heel klein is.’ Lourens begon een pleidooi voor nóg meer supplementen: ‘Ik slik nu tabletten voor mijn cortisollevels. Stress is nog altijd doodsoorzaak nummer 1 in de wereld.’ En: ‘Magnesium is je derde levensbehoefte na zuurstof en water. Dat is de waarheid gewoon.’

Katan was inmiddels moedeloos: ‘Laten we niet vervelend doen, maar de wetenschap zegt dat er niks van bewezen is.’ Lourens: ‘Je kunt het gewoon nalezen. Magnesium is belangrijk voor vierhonderd processen in je lichaam.’ De arme professor Savelkoul zat erbij en keek ernaar. Over vitamine D ging het nauwelijks meer.

Charlatans

We leven in het tijdperk van het aplomb. Een tijd waarin Trump dokter Fauci een idioot noemt. Wie geen twijfel tonen en het hardste schreeuwt, krijgen de meeste aandacht. Dat zijn meestal geen wetenschappers. Wetenschap is een zaak van onderzoek, twijfel, nuance en voortschrijdend inzicht. Charlatans pikken uit de wetenschap de informatie die in hun straatje past en negeren tegengeluiden, wetenschappers nemen juist alle informatie die tegen hun hypothese pleit op in hun studie om de waarheid te achterhalen. Dat levert misschien minder spannende televisie op, maar soms willen we wel gewoon worden geïnformeerd. Zonder clowns en spektakel.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

De coronacrisis is een diepe politiek-ideologische crisis

TeunColumns & verhalen

stemmen rood potlood

Is de coronacrisis ook een politieke crisis? Ja, natuurlijk. Vreemde vraag. Waarom ik hem dan toch stel? Omdat ik Roderik van Grieken van het Nederlands Debat Instituut in het onvolprezen politieke radioprogramma WNL Haagse Lobby zo ongeveer het tegendeel hoorde beweren: ‘Waarschijnlijk hebben we in maart nog steeds corona als grootste crisis en dat is natuurlijk niet echt een politiek-ideologische crisis. Als de economische crisis volledig is ingedaald, dán krijg je wel echt een economisch debat.’ Dat is flauwekul, maar dat moeten we Roderik niet kwalijk nemen. Dat hij verstand heeft van debatteren, wil natuurlijk niet zeggen dat hij ook enig benul heeft van politiek. Laat staan van ideologie.

Ideologie

Uiteraard is het debat belangrijk in de politiek. Het is een middel anderen te overtuigen van je standpunt. Samen met speechen, folderen en onderhandelen hoort het tot de belangrijkste gereedschappen van politici. Maar het is niet de politiek zelf. Politiek gaat over ideeën en idealen en de manier waarop die verwezenlijkt kunnen worden. Over belangen.

En hoewel professionele Binnenhof-watchers vaak lijken te denken van wel, gaat het in de politiek niet in de eerste plaats om een wedstrijd met winnaars en verliezers. Misschien dat Roderik daarom de mist in gaat: hij snapt heel goed wat de ene politicus een vakman maakt die zijn ambacht tot in de puntjes beheerst en de ander tot een stumper, maar dat is vooral het spel. Ideologie is andere koek.

Keuzes

Waarom is de coronacrisis dan juist zo diep politiek-ideologisch? Daarvoor moeten we niet kijken naar de crisis nu, maar naar het politieke beleid dat ervoor heeft gezorgd dat we niet optimaal op deze ramp waren voorbereid.

Neem de ic’s. Omdat die vollopen, moeten we ons nu allemaal aan vervelende maatregelen houden. Maar is het niet vreemd dat die o zo belangrijke ziekenhuisafdelingen bij één zuchtje – nou vooruit, zucht- tegenslag al zo volstromen? Dat komt door de politiek-ideologische keuze in de afgelopen jaren om de zorg zo efficiënt mogelijk in te richten. In ziekenhuizen mocht geen bed te veel staan, geen verpleegkundige een minuutje niks te doen hebben en moesten patiënten na een operatie zo snel mogelijk weer naar huis. Anders werd er geld verspild.

Maar ook in de afgelopen jaren ben ik voor de televisie regelmatig op Spoedeisende Hulp-afdelingen geweest waar tijdelijk een patiëntenstop werd ingevoerd omdat alle bedden vol waren. Dat moest dus wel een keertje misgaan. En nu met deze pandemie gaat dat goed mis. We brengen onze patiënten naar Duitsland, waar ze kennelijk wel genoeg ic-bedden hebben.

Obesitas

Ander voorbeeld. Heel veel coronapatiënten die in het ziekenhuis liggen, lijden aan obesitas, een van de gevaarlijkste ziektes van deze tijd. Specialisten wijzen er al jaren op dat preventie en aanpak van deze slopende en dus ook dodelijke kwaal topprioriteit zouden moeten krijgen. Toch is daar door opeenvolgende kabinetten niet voldoende aan gedaan. Deels omdat preventie betuttelend zou zijn – daar houden liberalen niet van – en deels weer vanwege de kosten.

Corona had met geen enkel beleid voorkomen kunnen worden, maar we hadden er wel beter op voorbereid kunnen zijn. Dat daarvoor niet is gekozen is een politiek-ideologische keuze. Ook voor ons valt er in maart iets te kiezen.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Als de coronacrisis iets duidelijk maakt, dan is het dat we veel minder vlees moeten eten

TeunColumns & verhalen

varken pandemie dierenwelzijn

Weet u waar wij in Nederland goed in zijn? Wereldkampioen zelfs? In proppen. Er is geen land op deze planeet waar ze zoveel mensen en dieren op zo’n klein stukje aarde weten te krijgen.

In ons kouwe kikkerlandje houden we 100 miljoen kippen, 12 miljoen varkens, bijna 4 miljoen runderen en van geiten en schapen ook allebei zo’n half miljoen. En dan ook nog ruim 17 miljoen mensen. Dat is een behoorlijk drukke toestand bij elkaar.

Zoveel beesten op zo’n klein oppervlakte is vragen om problemen. Vanuit dierenwelzijn zijn die problemen er natuurlijk al. De manier waarop wij megastallen volstouwen met kippen en varkens is natuurlijk niet diervriendelijk. Heel veel mensen zijn het daarmee eens, maar gaan toch overstag als ze in de supermarkt hun keuze moeten maken. Dan wordt het toch weer een goedkoop karbonaadje van een varken dat nooit buitenkomt.

Pandemie

Wijzelf kunnen ook enorm in de problemen komen door al die dieren. De volgende pandemie zou zomaar in Nederland, in plaats van in China kunnen uitbreken. Covid-19 is ontstaan doordat een virus van dier op mens is overgesprongen. Een zogenaamde zoönose. Dat is niet uitzonderlijk. Hoogleraar virologie Ron Fouchier legde in televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde uit dat bijna alle virusinfecties afkomstig zijn van landbouwhuisdieren. Hij vindt de intensieve wijze waarop wij in Nederland dieren houden risicovol: hoe meer dieren bij elkaar, hoe meer kans op een virusinfectie. 

Als het virus zich vervolgens bij één van hen muteert in een voor mensen schadelijke variant, dan is de ramp niet te overzien. Zeker niet in een dichtbevolkt land. Dat zagen we al in 2007 toen hier de Q-koorts, afkomstig uit de geitenhouderij uitbrak. Nergens op de wereld was het zo heftig als in ons land. Duizenden mensen raakten ziek.

Hermetisch afsluiten

Nu zijn er ook dierenartsen die het risico’s van de intensieve veehouderij in Nederland helemaal niet zo groot vinden. Juist de gesloten stallen met goed gecontroleerde omstandigheden en maar minimale invloeden van buiten zouden ziektes voorkomen. De dieren die buiten leven vinden zij een veel groter risico. Die kunnen zomaar besmet worden door zieke overvliegende wilde eenden. 

Dat klopt natuurlijk. Maar hoe hermetisch kun je de stallen afsluiten? Voor het programma De Monitor sprak ik ooit met varkensboeren die ervoor pleiten alle wilde zwijnen preventief dood te schieten, omdat die een virus zouden kúnnen dragen dat hun veestapel zou kunnen besmetten. Dus potentieel gezonde wilde dieren neerknallen om de intensieve veehouderij te beschermen. En wat als er een zieke rat, muis of zelfs vlieg de stal binnendringt? Als een virus een gaatje vindt in de Fort Knox-stallen, zouden wij hier weleens het volgende Wuhan kunnen zijn. Bovendien: willen wij dat soort stallen überhaupt nog wel, waaruit elk idee van natuur is verdwenen?

Fok er veel minder

We moeten toe naar minder vee. Voor de dieren, voor de natuur en voor onze gezondheid. Hoezo houden wij hier 12 miljoen varkens? Echt niet dat wij die allemaal zelf opeten. Het grootste deel is voor de export. Fok die beesten ergens waar meer ruimte is. Of liever: fok er veel minder. Als deze crisis iets duidelijk maakt, is het dat we veel minder vlees moeten eten.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Dankzij Staatsbosbeheer kan Shell de milieuridder uithangen

TeunColumns & verhalen

Shell Staatsbosbeheer Make The Future Reclamefilm Videostill

Is Shell nu zo slim of Staatsbosbeheer zo dom? Op de radio hoorde ik een spotje waarin een boswachter enthousiast vertelde over een initiatief om miljoenen bomen te planten. Hij hield als kind al van de natuur en nu zou die natuur ook voor de toekomst bewaard blijven. De boswachter was van Staatsbosbeheer en de reclame was van… Shell! U weet wel, die oliegigant die terechtstaat in Den Haag voor enorme olielekken in de Nigerdelta waardoor daar de grond ernstig is vervuild en het drinkwater ondrinkbaar. Bewoners procederen al twaalf jaar om de rommel opgeruimd te krijgen. Die oliegigant.

Milieuridder Shell

Iedere keer ben ik weer met stomheid geslagen als een overduidelijk milieuvervuilend bedrijf zich via marketing en reclame als milieuridder wil voordoen. Waarom blijven ze dit doen? Dat radiospotje had ook van Greenpeace kunnen zijn: als er een club goed bezig is voor onze planeet, zo suggereert de commercial, dan moet het wel Shell zijn. U weet wel, Shell, de producent van olie die zorgt voor een enorme uitstoot van CO2, en daarmee voor de opwarming van de aarde. Wie gelooft zo’n reclame nou? Normaal gesproken niemand.

Alleen nu hebben de vervuilers de handen ineengeslagen met een partij van redelijk onbesproken groen gedrag: Staatsbosbeheer. Redelijk onbesproken, want juist op Staatsbosbeheer is veel kritiek, omdat ze zo veel bomen kappen voor biodiversiteit en de exploitatie van hun terreinen. Maar goed, nu zijn de Staatsboswachters dus wel voor meer bomen. Shell betaalt de natuurorganisatie om vijf miljoen bomen te planten. In ruil daarvoor mag de oliereus daarmee goede sier maken. 

Greenwashing

Zo zien we boswachter Hans – inmiddels heb ik een prachtige commercial gevonden – door een bos struinen, mos aaien en een handje bladeren oprapen. Hans vertelt hoe fijn hij het vindt dat hij bomen mag planten met Shell. Aan het eind zegt een voice-over: ‘We helpen Hans, boswachter bij Staatsbosbeheer, met het herstellen van ecosystemen.’ Maar wie hebben een groot aandeel in het vernielen van die ecosystemen, lieve Shell-mensen? Jullie toch zeker?

Waarom werkt Staatsbosbeheer mee aan deze publieke greenwashing van oppervervuiler en klimaatopwarmer Shell? Op hun website legt de baas van de natuurbeheerder het uit: ‘Zonder de steun van Shell kunnen wij eenvoudigweg geen vijf miljoen bomen aanplanten.’ En dus ben je bereid in ruil voor een leuk en mooi project in Nederland een van de grootste vervuilers ter wereld een groen imago geven? Omdat jullie het niet kunnen betalen en Shell wel? Enig idee hoe zij dat geld hebben verdiend? In dat opzicht is wat Shell op de eigen site zegt extra cynisch: ‘Samen planten we bomen. Shell hoopt zo bij te dragen aan een toekomst met minder CO2.’

Imagoboost

De vervuiler betaalt, hoor je weleens. Het principe wordt zelden toegepast. Want natuurlijk moet Shell miljoenen bomen planten, miljarden misschien wel, om de klimaatopwarmende effecten van zijn industrie te compenseren. Dat is wel het minste wat je kunt doen. Maar om je voor deze minimale inspanning op de borst te kloppen als milieustrijder is én niet chic én domweg idioot. 

Staatsbosbeheer had het geld moeten aannemen onder voorwaarde dat Shell er geen enkele ruchtbaarheid aan zou geven. Nu heeft het de oliereus voor een fooi een enorme imagoboost gegeven.

Afbeelding: Videostill reclamefilmpje Shell #MakeTheFuture

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Verplicht de mondkapjes, anders komt er niks van terecht

TeunColumns & verhalen

mondkapje covid corona domino

Aan het onduidelijke mondkapjesbeleid zie je waar te ver doorgeschoten liberalisme toe leidt. Afgelopen week zat ik te lunchen in een sympathiek zaakje aan het Haringvliet. De ober begroette ons vrolijk. Ze droeg geen gezichtsmasker en verlangde dat ook niet van haar klanten want ‘de regering verzoekt ons alleen zo’n ding te dragen hè? Het is niet verplicht. Zo Nederlands.’ Waarom het advies niet tot de omgekeerde conclusie had geleid, dat iedereen mondkapjes moest dragen, werd niet duidelijk. Misschien waren ze bij een mondkapjesplicht bang voor ruzie met klanten? Of voor verlies van klandizie?

‘Mondkapjes werken niet’

In de supermarkten waar ik kom, draagt misschien eenderde van de bezoekers een mondkapje. De rest heeft er geen zin in, gelooft er niet in of vindt zo’n stuk stof over het gezicht onprettig. Of schaamt zich om ermee gezien te worden, zoals Wilfred Genee: ‘Ik had hem (het mondkapje) in de aanslag en toen voelde ik me zo lul voor staan, dat ik het niet deed.’

Wat niet helpt is dat Jaap van Dissel blijft volhouden dat mondkapjes niet werken. Nu is deze man hooggeleerd en heeft hij een bom aan ervaring, maar het blijft opvallend dat in andere landen andere mensen die er ook voor hebben doorgeleerd wél denken dat die dingen helpen. Hoe dat zit, weet ik niet en ik wil daarover ook niet de wijsneus uithangen.

Laat ik het simpelweg over zijn redenering hebben. Neem zijn ideeën over mondkapjes in supermarkten: ‘Als een supermarkt georganiseerd is zoals je hoopt dat die is georganiseerd – eenrichtingsverkeer, anderhalve meter, deurbeleid, mensen wijzen op schoonmaken van karretjes, dat iedereen thuisblijft bij klachten en een fatsoenlijke ventilatie, dan verwacht ik dat het weinig effect heeft. Als, als, als. Dat zijn een heleboel alsen. Ik ken geen supermarkt die aan al die alsen, of zelfs de meeste ervan, voldoet. Dan kun je boos worden op de werkelijkheid, een nieuwe werkelijkheid afdwingen met handhaving en boetes (ook prima) of je beleid aanpassen aan de werkelijkheid. Precies zoals dat bij het ov is gegaan. Welbeschouwd is dit verhaal van Van Dissel geen betoog tegen het dragen van mondkapjes, maar ervoor.

Vaag kabinet

De positie van het kabinet is vaag. Het blijft dingen zeggen als, ik parafraseer: ‘We geloven niet dat mondkapjes echt werken, maar alle beetjes helpen en daarom adviseren we dringend om ze toch binnen te dragen als je staat of loopt, maar als je zit mogen ze af.’ En dat dan weer in tegenstelling tot de dag ervoor, toen het kabinet nog gewoon niet in mondkapjes geloofde én daarom niet adviseerde ze te dragen. Dat was in ieder geval nog intern consistent.

We hebben nu tien jaar een liberale premier. Liberalen zijn sympathiek en Rutte is de sympathiekste van allemaal. Een leuke leraar, die de klas geen straf geeft, maar de orde aan de klas zelf overlaat. Je bent oud en wijs genoeg. Maar nu gaat dat niet meer, minister-president. Velen van ons zijn niet oud en wijs genoeg. Het is oneerlijk om het aan bedrijven over te laten of ze hun klanten verplichten mondkapjes te dragen of niet. Dat kan ook financiële gevolgen hebben. Dezelfde regels voor iedereen is het duidelijkst en het eerlijkst. Verplicht de mondkapjes, anders komt er niks van terecht.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Complotdenkers zitten verkeerd: kijkcijfers zijn grootste gevaar

TeunColumns & verhalen

televisie donker

‘Mag dat? Bij de staatsomroep?’, de man was oprecht verbaasd toen ik hem vertelde over het kritische televisieprogramma dat ik aan het maken was. Hij was ervan overtuigd dat programmamakers van NPO (‘de staatsomroep’) oekazes van hogerhand krijgen over welke onderwerpen ze wel en niet mogen behandelen. Een andere man mengde zich in het gesprek: ‘Je gaat mij niet wijsmaken dat je ongestoord je gang kunt gaan als jij met een heel kritisch verhaal over de overheid komt. Dan wordt er op een zeker moment heus wel ingegrepen.’

Oprechte verbazing

Ik was op mijn beurt oprecht verbaasd. Ik wist natuurlijk dat deze ideeën her en der in den lande leefden, maar nog nooit had iemand mij er persoonlijk mee geconfronteerd. Mijn verbazing was ook zo groot omdat deze opvattingen over de gang van zaken bij de omroep zo ver afstaan van wat ik dagelijks ervaar. Nooit heeft een baasje een onderwerp gestaakt omdat het de regering zou kunnen schaden. Nooit is verzocht de toon of de aanpak te wijzigen omdat Rutte en de zijnen erdoor in verlegenheid zouden kunnen komen.

Integendeel. Ik vind het een beetje gênant om iets wat voor mij zo vanzelfsprekend is expliciet op te moeten schrijven, maar zo zijn de tijden. Een journalist controleert de macht en als hij burgemeesters, ministers of leden van het Koninklijk Huis in het nauw kan brengen, dan is hij dolblij en zal hij dat zeker niet laten. Ook zijn bazen zullen hem niet afremmen maar aanmoedigen.

Meningen

Ik vertelde de mannen dat er heel veel kritische programma’s op televisie te zien zijn. Dat er mensen bij talkshows worden uitgenodigd die het niet met het beleid eens zijn, dat Nieuwsuur ministers ten val heeft gebracht, Zembla geregeld in de stront van bedrijven en overheden roert en dat ik zelf met De Monitor ook vaak genoeg misstanden aan de kaak heb gesteld. ‘Dat klopt, maar je geeft vervolgens geen mening!’ Dat het niet de taak is van journalisten om te vertellen hoe mensen over de gepresenteerde feiten moeten oordelen, overtuigde hem niet: ‘Dat is jouw keuze.’

Inmiddels lijkt soms het omgekeerde te gebeuren van wat complotdenkers beweren. Mensen worden in programma’s uitgenodigd om volstrekt ongefundeerde meningen te geven, omdat ‘dat geluid ook gehoord moet worden.’ Tegenover het verhaal van een wetenschapper die jarenlang heeft gestudeerd, wordt de opvatting gezet van iemand die zich op het internet flink in de zaken heeft verdiept of ‘gewoon een gevoel’ heeft. En stel nu dat zo iemand zijn kletskoek leuk kan vertellen, dan wordt hij gewoon nog een keer uitgenodigd. Waarom? Omdat omroepen wel degelijk geregeerd worden door een kwalijke macht die niets te maken heeft met journalistieke ijver, speurzin en tegels lichten en overigens ook niet met de vermeende behoefte om elites te beschermen. 

Macht van de kijkcijfers

De duistere macht die programmamakers regeert en die sterker is dan alle andere, is die van de kijkcijfers. Het kan zijn dat goede programma’s niet altijd voor goede kijkcijfers zorgen, omgekeerd geldt het in Hilversum wel: een programma met goede kijkcijfers is per definitie een goed programma. Het gevaar is dat programmamakers de inhoud van hun programma’s aanpassen aan wat scoort. Dat is een grotere bedreiging voor een goede informatievoorziening dan welk vermeend complot dan ook.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Misschien moeten de KNVB-bonzen wat meer experimenteren tussen de lakens

TeunColumns & verhalen

voetbal veld gras

Hier en daar hoor ik wat gemor over de KNVB. Zolang ik leef, hoor ik al gemor over de KNVB. Voor een deel is dat inherent aan zo’n organisatie. Om maar meteen een hele hoop clichés in een zin te proppen: de nationale bond die over de belangrijkste bijzaak in het leven gaat, kan het nooit alle 17 miljoen bondscoaches naar de zin maken.

De KNVB laat zich leiden door macht en geld

Voor een groot deel is het gemor ook aan de KNVB zelf te wijten. U moet weten dat onze voetbalbond, zoals zo ongeveer alle voetbalbonden ter wereld, zich vooral laat leiden door macht en geld. Door, zoals dat heet, belangen. Moraal huppelt altijd mijlenver achter die belangen aan.

Daarom werd er in 1978 door onze jongens gevoetbald in Argentinië. Dat land leed onder de moorddadige dictatuur van Videla en zijn militaire junta. Duizenden mensen verdwenen, baby’s werden ontvoerd en tienduizenden Argentijnen werden vermoord. Maar Oranje ging er voetballen. Want ‘je moet politiek en sport niet vermengen’.

Voetballen in Qatar

Met dezelfde soort argumenten gaan we straks in Qatar voetballen. Niet in de zomer, want dan is het veel te warm, maar ergens rond Sinterklaas. Dat schopt onze eigen competitie in de war, maar je moet er iets voor over hebben om een WK te houden in een land dat de mensenrechten op grove wijze schendt.

Voorzitter Just Spee van de KNVB: ‘Ik vind het goed dat het WK in Qatar is. Als westerlingen moeten we oppassen dat we niet van andere landen eisen dat zij de stap van de Middeleeuwen naar vandaag in één keer maken, terwijl wij daar ook honderden jaren over hebben gedaan.’ Een beetje begrip voor slavernij en het overlijden van honderden stadionbouwers, alsjeblieft! Zoiets kost tijd.

Jong Oranje in Belarus

En dan hadden we onlangs nog Belarus. Terwijl burgers die daar de straat opgingen tegen het dictatoriaal regime werden opgepakt, in elkaar geslagen en gemarteld, speelde Jong Oranje er een interland. Waar was onze moraal? Werd er overwogen weg te blijven? Natuurlijk niet: belangen! De voetbalbond zette zelfs spelers die niet wilden gaan, onder druk. KNVB-directeur Gudde vond de opstand tegen dictator Loekasjenko vooral lastig: ‘Je kan zeggen: het zijn maar demonstraties. Maar ik word er niet vrolijk van en maak me zorgen om Jong Oranje.’

‘Je moet ergens een streep trekken’

Maar nu houdt de KNVB eindelijk de rug recht. Geen belangen maar moraal. Krachtig zegt de voetbalbond: ‘Je moet ergens een streep trekken.’ Welke misstand is nu zo groot dat de KNVB wel móét optreden? Gaat het Nederlands elftal bij nader inzien toch niet meer naar Qatar of Belarus? Lopen onze jongens van het veld bij racistische spreekkoren? Worden sponsors die aanzetten tot obesitas, alcoholisme of gokverslaving verboden? Niets van dat al. De KNVB trekt de streep bij FC Emmen dat op het shirt reclame wil maken voor seksspeeltjes. Want seksspeeltjes zijn in strijd met de goede zeden. 

Hoezo? Seksspeeltjes kunnen seks leuker en lekkerder maken voor mannen en vrouwen, samen, alleen en in welke samenstelling dan ook. Ze zijn emanciperend en plezierbevorderend. Noem maar eens een sponsor die zo onschadelijk is en zo bijdraagt aan goede zeden als juist de seksspeeltjesfabrikant. Misschien moeten die ouwe witte bondsbonzen wat minder met geld en macht bezig zijn en wat meer experimenteren tussen de lakens. Hup Emmen, hup Easytoys!

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Op dieet met Teun, deel 3: veganistisch dieet

TeunIn de media

Iedere ochtend staat Teun op de weegschaal. Een gezond BMI jazeker, maar blij is hij niet met zijn spiegelbeeld: ‘Ik kijk in de spiegel en zie een buik die er op zich mee door kan. Toch ben ik ontevreden met wat ik zie: te dik, te weinig gespierd, niet mooi genoeg.’

Ook is Teun bang voor toekomstig overgewicht. Daarom zal hij dit jaar steeds een maand lang een ander dieet uitproberen en hierover verslag uitbrengen in de Volkskrant. Valt hij af? Is het vol te houden?

‘Is één dieet zaligmakend? Of kan ik uit alle voedingspatronen lessen leren die samen tot een nieuwe gezonde leefstijl leiden?

Dieet 3: het veganistische dieet

Vijf weken eten zonder een spoortje dier. Teuns derde dieet is een veganistisch dieet; een maand lang zal hij geen enkel product afkomstig van een dier in zijn mond stoppen. Goed voor het milieu, en goed voor de diertjes.

Zou ik het kunnen volhouden om de rest van mijn leven geen dierlijke producten meer te eten?

Teun wil weten of hij afvalt door een veganistische levensstijl en of het hem lukt om voldoende van alle essentiële voedingsstoffen binnen te krijgen. En niet onbelangrijk voor een man die fanatiek is begonnen sporten: is zijn sportregime (driemaal krachttraining en eenmaal cardio per week) vol te houden zonder dierlijke eiwitten?

Smaaktechnisch is veganistisch voedsel in ieder geval geen straf voor Teun. Vegan eten en koken bevalt hem: ‘Dit project verbreedt mijn culinaire horizon en dat vind ik hartstikke leuk.’ Maar zal hij kunnen leren leven zonder kaas?

Eiwitten

Ingewikkeld voor de veganistische Teun blijkt het binnenkrijgen van voldoende eiwitten. Voor iemand die het liever doet zonder poeders en pillen, ‘het liefst eet ik puur’, is het niet fijn om dagelijks scheppen proteïnepoeder te moeten toevoegen aan zijn dieet.

Het blijkt enorm lastig om én voldoende eiwitten te eten én niet te veel calorieën binnen te krijgen. Juist peulvruchten en noten, die eiwitrijk zijn, bevatten ook veel vet en zitten hoog in de calorieën. Mager vlees en magere zuivel zijn efficiëntere proteïnebronnen, waarvan je niet snel aankomt.

Lichaam en geest

En hoewel het sporten de veganistische Teun aanvankelijk nog prima afgaat, na een paar weken treedt het verval in: ‘Met gewichten die ik een paar weken geleden makkelijk optilde, heb ik opeens moeite. Alles moet op wilskracht.’

Ook Teuns stemming lijdt onder het gebrek aan dierlijke producten. ‘Na twee weken voel ik me steeds iets minder goed. Ik word slapjes, futloos en een beetje somber.’

Teun komt uiteindelijk tot de conclusie dat hij dierlijke eiwitten nodig heeft om gezond te kunnen leven.

Ik word geen veganist en dat voelt een beetje als een nederlaag…Wel ga ik mijn hoeveelheid dierlijke voeding drastisch verminderen.

Verder lezen

Lees Teuns hele verslag over zijn veganistische dieetmaand hier op de website van de Volkskrant.

En lees hier over Teuns eerste dieetmaand: het ketodieet.

En hier over Teuns tweede dieetmaand: het sportdieet.

Dankzij Hugo de Jonge zitten we met onvoldoende testcapaciteit

TeunColumns & verhalen

covid-19 corona test

Wat heeft Hugo de Jonge de afgelopen maanden eigenlijk gedaan? We weten dat hij druk was met de onfortuinlijke lijsttrekkersverkiezing van het CDA, die hij nipt won door zich te profileren als minister die het coronamonster daadkrachtig te lijf ging. Hadden we hem niet allemaal zien shinen naast Mark en Irma? Daar stond toch een staatsman van stavast?

Nou, misschien toch niet. Toen al ging hij een paar keer flink de mist in. Zo leidde de groots aangekondigde ‘appathon’ maar niet tot een goede corona-app en bleef het zorgpersoneel te lang kampen met een tekort aan beschermingsmiddelen.

Waar was Hugo de Jonge?

Toen waren er verzachtende omstandigheden. Niemand wist hoe je zo’n pandemie moest aanpakken. Rutte had het over ‘met 50 procent van de kennis 100 procent van de besluiten nemen’. Ga er maar aan staan. Alle waardering en begrip voor de mensen die deze verantwoordelijkheid durven te nemen.

Maar nu, aan het begin van de tweede coronagolf, neemt het begrip voor dit soort blunders af. Waar was Hugo de Jonge mee bezig toen hij genoeg testcapaciteit moet regelen? Was hij te druk met de partij, Pieter Omzigt en zichzelf?

Testen, testen, testen

Aan het eind van de eerste golf was duidelijk hoe een tweede golf aangepakt moest worden: testen, testen, testen. We zouden iedereen met een hoestje of een kuchje de moeder testen en als iemand besmet was, dan zouden we razendsnel uitzoeken met wie hij in contact was geweest. Indammen, was het devies. Dat is nu al hopeloos mislukt.

Het blijkt onmogelijk alle contacten van besmette personen op te sporen én dat testen begint langzamerhand in het honderd te lopen: bij 86 van de 100 teststraten in Nederland is volgens de landelijke GGD de komende dagen geen plek. Een afspraak maken voor later mag niet. Zo kun je dus dagen wachten voordat je eindelijk eens getest kunt worden en nog meer dagen voordat je de uitslag hebt.

Toch staat op de coronasite van de Rijksoverheid: ‘Heeft u klachten zoals verkoudheid, hoesten, verhoging of plotseling verlies van smaak of reuk? Laat u dan zo snel mogelijk testen op het coronavirus.’ Zo snel mogelijk, dus. Wanneer dan?

Grote puinhoop

Ergerlijk is hoe soms op zogenaamde ‘prettesten’ wordt gezinspeeld als oorzaak van de huidige problemen. Ook door De Jonge. Dat is natuurlijk een afleidingsmanoeuvre om zijn eigen falen te maskeren. Hugo de Jonge: ‘Op dit moment is de vraag naar testen gewoon groter dan de laboratoria met hun materialen aankunnen.’ Daar zit de crux. Niet bij de teststraten, maar bij de laboratoria. Die kunnen het niet aan.

Maar wie had ervoor moeten zorgen dat er voldoende testcapaciteit zou zijn? Wie had kunnen weten dat deze behoefte immens zou worden, zeker als wordt opgeroepen om je bij verkoudheid, hoesten of verhoging zo snel mogelijk te laten testen? Juist: minister De Jonge. Als in de koudere maanden straks half Nederland snottert, dan wordt dit één grote puinhoop die het hele land lamlegt.

Bij televisieprogramma’s is de producer de grote organisator. Die moet zorgen dat voor opnames de juiste mensen, middelen en locaties beschikbaar zijn. Bellen, regelen, bestellen. Hugo de Jonge heeft de baan van een superproducer. Alleen bellen en bestellen kan hij niet. Daardoor zitten we nu weer zonder de middelen die we nodig hebben.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal