10 jaar Tony’s Chocolonely: Teun speecht

TeunColumns & verhalen, Nieuws

De chocoladerepen van Tony's Chocolonely. ©Tony's Chocolonely

De chocoladerepen van Tony’s Chocolonely.
©Tony’s Chocolonely

Deze speech sprak Teun uit bij het 10-jarig bestaan van Tony’s Chocolonely.

Potdikkie mensen, tien jaar Tony’s chocolonely. Tien jaar de reep die -of ik het nou leuk vind of niet- toch een beetje mijn naam draagt. En niet zo maar tien jaar. Tien enorm succesvolle jaren. Volgens Arjen Boekhold van Tony’s, ook niet zo maar iemand, maar de nummer 9 op de duurzame honderd van Trouw, zijn er in die jaren zo’n 20 tot 25 miljoen repen verkocht! Het bedrijf is inmiddels het op twee na grootste chocoladenrepenmerk van Nederland en Tonybars worden in zes landen verkocht. Het afgelopen jaar was de omzet van deze geliefde reep ruim 17 miljoen euro, met ca. 4% winst. Dus tel uit je winst.

Wie had dat ooit kunnen denken? Wij in ieder geval niet, toen we er indertijd aan begonnen. Toen wij van de Keuringsdienst van Waarde ons zo’n 11, 12 jaar geleden met chocolade gingen bezighouden, was het ons er niet om te doen om een succesvolle business op te zetten. Het draaide maar om één ding: slavernij. Mensen (vaak ook kinderen) die gedwongen werden tot werken op cacaoplantages, daar voor niet betaald kregen en niet weg mochten gaan als ze dat wilden. Een probleem dat mede werd veroorzaakt doordat wij hier te weinig voor onze chocolade betalen. Daarover wilden we programma’s maken. Dat probleem wilden we aanpakken. We bedachten een list: ik klaagde mij zelf aan voor het eten van chocolade die op criminele wijze -met slaven immers– vervaardigd was. Ik wilde veroordeeld worden als chocoladecrimineel. Als dat zou lukken, was de gedachte, dan zou het eten van chocolade daarna voor iedere consument strafbaar worden. Zo konden we het probleem van de slavernij aanpakken, zonder dat de industrie ons kon tegenhouden. Een goed idee, dat om praktische redenen uiteindelijk strandde.

We bleven de industrie bestoken. Zij hadden immers enkele jaren daarvoor een protocol ondertekend (het Harkin-Engel protocol) waarin zij beloofden de slavernij uit te bannen. Daar kwam niks van terecht. We benaderden Nestlé, die de merchandising van Charley and the Chocolate factory verzorgde. Konden zij niet speciaal voor deze film een slaafvrije reep maken? Dat zou in ieder geval goede wil tonen. Nestlé wilde er niet aan. Ook Ben & Jerry’s wilden niet met slaafvrij chocolade ijs komen. Alle pogingen de industrie tot veranderen te bewegen mislukten. Dan, zo dachten wij, doen we het zelf maar. Om te bewijzen dat je ook, volgens de wetten van de commercie, een reep kon maken zonder slavernij.

Die reep, met zijn -voor sommige verwarrende- rode signaalkleur, was een journalistieke reep. Hij lag als waarschuwing en aanklacht in de schappen te midden van al die andere repen die wel op een foute manier waren geproduceerd. En hij bood ons de kans om verder onderzoek te doen naar de situatie in de chocoladewereld. Als producent gingen poorten van plantages en deuren van fabrieken en certificeerders open die anders gesloten zouden blijven. Met soms, ontluisterend resultaat. Zo bleek van het extra geld dat werd betaald voor het stickertje van Max Havelaar nauwelijks geld bij de boer terecht te komen, bleek er cacao tussen de fairtrade cacao terecht te komen waarvan de oorsprong niet bekend was en bleek noch onze leverancier, noch Max Havelaar eerlijk te zijn over de landen waarvan onze cacao vandaan kwam. En dat allemaal voor een reep die met trots het eigen logo “100 % slaafvrij” droeg.

De afgelopen jaren heeft er “op weg naar slaafvrij” op de reep gestaan. Hoe lang kun je op weg zijn? Wanneer kan Tony’s eindelijk garanderen dat de reep echt slaafvrij is? Wanneer krijgen de cacaoboeren zoveel betaald dat ze fatsoenlijk kunnen leven en er dus geen druk meer is om kinderen aan het werk te zetten? De eerste jaren van Tony’s is hier weinig aan gedaan. Er werd vooral gewerkt aan het uitbouwen van het merk en het praten met category managers om de reep in de Albert Heijn, de Jumbo en de Dirk te krijgen. Leuk om een succesvol bedrijf te creëren, maar de cacaoboer schoot er weinig mee op. Het argument dat toen veel werd gebruikt was dat “als we maar groot genoeg zijn, dan zal de rest van de industrie ons eindelijk wel volgen”, was op zijn zachtst gezegd enigszins lachwekkend.

De afgelopen paar jaar zijn er eindelijk stappen gezet om die slaafvrije belofte ook echt te gaan inlossen. Vooral met het project Beans to Bar, waarmee Tony’s een langdurige relatie is aangegaan met twee cacaocoöperaties in Ghana en Ivoorkust, wordt een poging ondernomen om eindelijk echt te weten waar de cacao vandaan komt. De boeren op deze cacaoplantages zouden genoeg moeten verdienen om boven de armoedegrens te komen. Dat lukt bij de helft van hen, maar bij de andere helft nog niet. Vooral omdat die nog niet professioneel en efficiënt genoeg werkt. Door trainingen en investeringen hoopt Tony’s dit te veranderen. Maar dan zijn we er nog niet. Als je kijkt naar de totale hoeveelheid bonen die Tony’s inkoopt voor cacaomassa en cacaoboter, dan komt nog maar de helft van deze coöperaties die Tony’s kent. Voor de andere helft is de oorsprong ongewis. Dat de boeren daar voldoende geld krijgen is al helemaal niet te zeggen. Daarmee kunnen we zeggen dat het nu, tien jaar na de oprichting van Nederlands eerste slaafvrije reep, slechts voor een kwart van de cacao zeker is dat deze boeren voldoende geld oplevert om boven het bestaansminimum te blijven. Is deze cacao slaafvrij? Is de reep nu gegarandeerd slaafvrij?

Hoe lang blijven we nog op weg?

Het was ons ooit te doen om de slavernij in de chocolade-industrie. Om die tegen te gaan, klaagde ik mij ooit aan als chocoladecrimineel, daarom vroegen we Nestlé om een slaafvrije reep op de markt te brengen en om dezelfde reden begonnen we ooit met Tony’s. We zouden de reep in het gezicht zwaaien van de slavenreepfabrikanten, we zouden lobbyen, we zouden lawaai maken, we zouden niet zwijgen als een ander bedrijf slecht bezig was, of Max Havelaar weer eens een modderfiguur sloeg. En we zouden nooit, nooit, het commerciële belang van de Tony’s reep laten prevaleren boven het belang van de cacaoboer.

Hoe staat het daar nu mee? Is het aanpakken van de slavernij in de chocolade-industrie de afgelopen tien jaar een beetje gelukt?

Ik vrees van niet.

Het Harkin-Engelprotocol, dat in 2005 zijn eerste deadline beleefde, wordt keer op keer opgerekt en uitgesteld. Nu hoeft er pas in 2020 aan de eisen worden voldaan. Maar die eisen zijn verslapt. Ging het eerst om het totale uitbannen van de slavernij, nu nog maar om 70% van de ergste vormen van kinderarbeid.

Meer dan 90% van alle cacaoboeren in West Afrika leeft nog steeds onder de absolute armoedegrens (1,25 USD per dag) en er werken nu zelfs meer kinderen dan ooit tevoren cacaosector. Meer dan 2 miljoen van hen doen gevaarlijk en verboden werk. Cerificeringsorganisaties, zo blijkt ook uit een rapport van Fairtrade zelf, hebben nauwelijks impact op deze situatie.

Uit al deze gegevens en cijfers, die door Arjen Boekhold van Tony’s aan mij zijn bevestigd, kunnen we maar één conclusie trekken: de situatie in de cacaosector is nu beduidend slechter dan toen Tony’s begon. Hoe bitter. Als het onze missie was om de slavernij in de chocolade-industrie aan te pakken, dan is die mislukt.

Inmiddels is de “op weg naar” tekst op de verpakking vervangen door “samen maken we chocolade 100% slaafvrij”. Een mooie kreet. Maar wat betekent het? En wie zijn deze “we” en “samen”? Als ik het goed begrijp wordt hier de intentie uitgesproken om niet alleen de eigen reep, waar ook nog heel wat te verbeteren valt, maar de hele chocolade-industrie aan te pakken. Het zou mooi zijn als in de komende tien jaar eindelijk wordt gewerkt aan de verwezenlijking van de oorspronkelijke doelstellingen die in de afgelopen tien jaar zijn genegeerd. Vandaag even feesten, zou ik zeggen, maar daarna, aan de slag!

Deze speech sprak Teun op 19 november 2015 uit bij het 10-jarig bestaan van Tony’s Chocolonely.
Lees ook de column: Is Tonys’ Chocolonely al slaafvrij?

Deel dit verhaal