De tamponwereld is een mannenwereld

TeunColumns & verhalen

De roze hersens van vrouwen, volgens O.B.

Heeft u de Facebookcampagne van tamponmerk O.B. gezien? Mijn veelgeprezen collega Lisa Bouyeure attendeerde mij erop. We zien een plaatje van roze vrouwenhersenen met erboven #mijngedachten. Die gedachten zijn nogal oppervlakkig: ‘de verjaardag van mijn beste vriendin’, ‘waar de laatste chocolade ligt’ en ‘wanneer ik ongesteld word’. Verder gaat er volgens O.B. in het vrouwenhoofd niets om. Bouyeures verbolgen tweet hierover werd honderden keren gedeeld.

Op de lijstjes van marketinggoeroes staat één tip steevast bovenaan: ken uw publiek. Bij O.B. weten ze dit kennelijk niet. Waarom zou een tamponmaker een seksistische campagne voeren die alleen bij sneue mannen in de smaak valt? Dat is al stom als je clientèle uit sneue mannen bestaat, maar in het geval van O.B. is het onbegrijpelijk. Het merk heeft überhaupt geen mannen als klant!

Wat kan hierachter zitten? Ooit maakten we met het televisieprogramma Keuringsdienst van waarde een uitzending over maandverband. Een collega bezocht ‘s werelds grootste beurs op het gebied van non woven fabric, zo noemen ze het zelf, en wat bleek? Nergens een vrouw te bekennen! De maandverband- en tamponwereld is een mannenwereld. Een wereld van misogyne mannetjes die denken dat ongestelde vrouwen dankzij een maandverbandje constant gierend van plezier willen volleyballen en zwemmen. Mannen die onder elkaar zeggen dat ‘die wijven aan niets anders denken dan chocola, vriendinnen en ongesteld zijn’. O.B.’s locker room talk is verheven tot campagne. Maar hoe?

Een week lang zit ik achter O.B. aan. O.B. ontwijkt mij. Een dag na mijn eerste telefoontje naar het bedrijf, krijg ik een mail van een pr-bureau uit Duitsland: of ik hun mijn vragen wil mailen. Vreemd, want ik had mijn mailadres nooit doorgegeven. Ik bel terug naar het Nederlandse filiaal om te vragen hoe dit kan.

‘Er is grondige research gepleegd, haha.’

Maar waarom Duitsland? Loopt deze campagne daar ook?
‘Daar mogen wij geen uitspraken over doen.’

Ik verzoek nogmaals om een gesprek met een medewerker uit Nederland. Bijna heb ik beet, ik krijg de naam van een medewerker die ik aan het eind van de middag kan bellen, maar dat gaat niet door. Als ik bel, hoor ik dat er een nieuwe mail naar mij is gestuurd. Nu van een pr-bureau uit België. In arren moede bel ik daarheen en vraag naar de campagne:

Gaat er werkelijk niets meer om in de hersenen van vrouwen dan deze onbenullige zaken?
‘… ja… hm hm… En wat is uw vraag…?’

Dat is mijn vraag
‘Oké, ja, goed, ja. Dat is uw vraag.’

En wat is uw antwoord?
‘Het is niet aan mij daar antwoord op te geven.’

Wat voor vrouwbeeld heeft O.B.?
‘Ik ga dit voor u uitzoeken.’

Ik wil graag iemand spreken en geen antwoord in de mail.
‘Oké, dat is duidelijk.’

Natuurlijk krijg ik niemand aan de lijn. Wél een schriftelijke verklaring in de mail:

‘Wij nemen negatieve respons heel serieus en hebben begrepen dat de claim van de post bij Nederlandse consumentes de individuele grenzen van humor en tolerantie heeft overschreden.’

Het was een grapje! En niet iedereen vond het leuk. De excuses aan Sylvana Simons van Giel ‘dit is niet wat ik zelf vind’ Beelen, zijn er niks bij.

O.B. is inmiddels gestopt met de campagne.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal