Zo’n oorlog kan ons ook zomaar treffen. Help die mensen

TeunColumns & verhalen

Oorlog Oekraïne vlag jongetje

We hadden een heerlijk weekend in Berlijn. Uitgebreid ontbijten met grosse Milchkaffees, eieren en stevig Duits brood, naar een tentoonstelling van onnavolgbare conceptuele kunst in twee hangars van voormalige luchthaven Tempelhof en struinen over de rommelmarkt in het Mauerpark. Mijn dochters zijn dol op tweedehands kleren. Goed voor de planeet en goed voor de portemonnee, een onweerstaanbare combinatie, zeker als je de truitjes en broeken goed wast. ’s Avonds aten we hippe pizza’s met groene kool, topinamboer en verkoolde ui en dronken we merkwaardige troebele natuurwijn, waarover we elkaar bleven verzekeren dat hij bij het eten een stuk beter smaakte.

Maria

Ondertussen kregen we af en toe berichten van Maria. Zij was net met haar moeder, zoon, dochter, hond en kat uit Kyiv gevlucht. Haar man had ze moeten achterlaten. Ze zou weer van zich laten horen als ze in Polen over de grens was gekomen. Maria en haar man zijn van dezelfde leeftijd als wij, hun kinderen net zo oud als de onze. Tot voor kort hadden ze een uitstekend leven. Dat zie je ook als je haar sociale media bekijkt. Tot een maand geleden was er geen vuiltje aan de lucht. Foto’s van fijne vakanties, gezellige avonden met vrienden in een leuk huis en lachende gezichten op terrasjes.

Een paar weken geleden maakten de vrolijke beelden plaats voor foto’s van rookpluimen en kapotte huizen, van verwoesting en oorlog. Vrolijke levens werden nachtmerries. Nu zijn Maria en haar gezin vluchtelingen. Zo snel kan het omslaan.

‘Je bent die vluchteling. Dat is heel confronterend.’

Ik lees een interview met voetbaltrainer Darije Kalezic, die in Nederland een succesvol bestaan opbouwde als voetballer. De oorlog in Oekraïne brengt hem terug naar zijn eigen jeugd in Mostar, in Bosnië-Herzegovina. Aanvankelijk was zijn leven gelukkig en zorgeloos. Mostar was een populaire vakantiebestemming waar jaarlijks honderdduizenden toeristen kwamen. In de jaren negentig brak de burgeroorlog in Joegoslavië uit, waarna alles omsloeg: ‘We zagen hoe onze stad elke dag verder in een hel veranderde. Op de plek waar ik tot dan toe potjes vijf tegen vijf voetbalde, moest ik nu over de lijken heen stappen. Je komt van het ene op het andere moment in een overlevingsmodus.’

Het gezin kwam terecht in een asielzoekerscentrum in Nederland: ‘Je bent opeens niet meer die tandarts, die getalenteerde voetballer of die chirurg die al duizenden levens heeft gered. Je bent die vluchteling. Dat is heel confronterend.’

Inmiddels is Maria veilig in Polen. De komende dagen zal ze doorrijden naar Nederland. Haar oude bestaan is weg. Ook zij is een vluchteling en ook zij vindt dit pijnlijk. Een oorlog waar je niet om hebt gevraagd, kan alles wat je hebt en alles waarvan je droomde wegvagen. Zo makkelijk als een vingerknip.

Geluk

Ik wist het al maar toch: dit hadden wij kunnen zijn, dit kunnen wij worden. Het leven is wreed en oneerlijk. Via organisaties als Host4Ukraine, TakecareBnB en natuurlijk Vluchtelingenwerk Nederland kunnen we Oekraïense en andere vluchtelingen helpen. Uiteindelijk is het zo simpel als Darije Kalezic zegt: ‘De een heeft het geluk dat zijn wieg in Nederland stond en de ander de pech dat hij heeft moet vluchten uit Joegoslavië, Syrië of Oekraïne. Maar in wezen streven we allemaal hetzelfde na: gelukkig zijn in het leven.’

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant

Deel dit bericht