Ik ben 50 geworden en ben nog steeds een onzeker jongetje

TeunColumns & verhalen

man trappen hemel oud abraham 50

Afgelopen zaterdag ben ik vijftig geworden. Dat was het resultaat van een sluipend proces van ouder worden: uur na uur, week na week, jaar na jaar. Zonder het zelf in de gaten te hebben, was ik opeens op deze Gezegende Leeftijd beland. Wanneer was dat gebeurd? En hoe? Ik heb er in ieder geval niks voor gedaan.

Mijn vrouw heeft thuis slingers opgehangen met daarop ‘Abraham 50’ en plaatjes van een kale bejaarde man met een snor. Zo zie ik er niet uit. De meeste vijftigjarigen niet. Als ik in de spiegel kijk, zie ik een redelijk jeugdig type. Een jongensachtige man. Voor mijn vrouw en mijn vrienden, die ik ook al jaren met me meedraag, geldt hetzelfde. Door een wonder zijn wij door de Voorzienigheid allemaal behept met de Eeuwige jeugd. Ik werk veel met jongens en meisjes die een stuk jonger zijn, maar ik voel geen verschil. Mijn geest is net zo soepel en huppelend als die van hen. Ik heb wat meer ervaring in het werk, maar verder ben ik nog zoals zij. Het is vrijwel onmogelijk jezelf te zien zoals anderen je zien.

Het gevoel veroudert niet

Je kunt de vergankelijkheid op twee manieren op haar staart trappen. Je kunt schoolreünies bezoeken. Daar blijken alle oud-leerlingen van dezelfde leeftijd stokoud geworden. Dat prachtige meisje uit de klas? Een tobberige sloof. De bink met de gouden lokken? Een kale boekhouder in C&A-pak. Het is verleidelijk om triomfantelijk te constateren dat je beter bent opgedroogd dan de rest, maar dat is zelfbedrog. Je bent ouder papa, geef het maar toe. Ook op foto’s van vroeger is duidelijk te zijn hoe de tijd zijn genadeloze werk heeft gedaan. Ik ben rimpeliger, dikker, kaler en uitgezakter. Gewoon in alle opzichten ouder. De vrienden die op die foto’s staan, zijn ook allemaal ouder.

Van binnen zie je niet hoe je er van buiten uitziet. Dit is wat oude mensen bedoelen als ze zeggen dat ze zich nog jong voelen, en waar jonge mensen dan net zo meewarig om glimlachen als ik vroeger deed: ‘het zal wel’. Het gevoel veroudert niet. Misschien verstarren je meningen en raak je politiek en fysiek minder wendbaar, maar van binnen ben je op je vijftigste nog steeds een jongetje dat zonder handen over de grachten fietst en daarbij sportcommentaar geeft als ware hij een renner in de Tour de France.

Onzeker

Ik heb mij er altijd op verheugd volwassen te zijn. Dan zou ik de mensen en de wereld beter begrijpen en de rol die ik erin zou moeten spelen. Ouder en wijzer en minder gevoelig voor de meningen van anderen. Ik zou stoppen elk conflict te vermijden en niet langer een pleaser zijn, zoals ik vroeger in het gezin was. Hengelend naar aandacht en liefde. Op het oordeel van mijn moeder, waaraan ik altijd zo zwaar heb getild, zou ik schouderophalend kunnen reageren. Ik zou tenslotte volwassen zijn en mijn eigen leven in handen hebben.

Maar nu ben ik vijftig en er is niks veranderd. Ik ben nog steeds het onzekere jongetje van toen, dat altijd op zoek is naar bevestiging en liefde. Moet ik het erg vinden als mijn moeder niets van zich liet horen op mijn verjaardag? Of ben ik pas echt volwassen als zoiets mij niets meer kan schelen?

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal