De flexibele schil is het smerigste begrip uit het bedrijfsleven

TeunColumns & verhalen

Flexibele schil mandarijn

Wat zullen veel zzp’ers nu blij zijn dat ze geen arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) hebben! Die verzekering was bij uitstek zo’n kwestie waarover wij in pre-corona Nederland ons druk maakten. Veel zzp’ers bleken er geen te hebben (veel te duur) en dat leek behoorlijk onverantwoord. Als ze door ziekte niet meer zouden kunnen werken, zouden ze bij fysieke tegenslagen zo aan de bedelstaf raken. Daarom werkt het kabinet aan een voorstel voor een verplichte AOV voor zzp’ers.

Arbeidsgeschikt, maar zonder werk

Wat blijkt nu? Het grootste gevaar voor zzp’ers is niet werkloosheid door ziekte, maar werkloosheid door de economie. Zelfstandigen zijn de werkenden die als eerste in de rij staan om af te worden gedankt zodra het economisch tegenzit. Daar kun je je moeilijk tegen verzekeren. Daar sta je dan: arbeidsgeschikt, maar zonder werk. Het geld dat je had kunnen opsparen of beleggen voor magere tijden is in het grote zwarte gat van de verzekeraar verdwenen.

Volgens het CBS zijn er in Nederland inmiddels drie miljoen flexwerkers. Dat zijn 1,9 miljoen werkers met korte contracten of flexibele uren en 1,1 miljoen zzp’ers. Dat is 34 procent van alle werkenden. Dit zijn mensen die bar weinig rechten en zekerheden hebben. Voor een deel is dat prima, omdat ze daar volgens minister Wiebes ‘ook een beetje zelf voor gekozen hebben’, maar voor een heel groot deel ook niet. Al jaren zijn veel werkgevers huiverig om mensen in vaste dienst te nemen. Ze vervangen vast werk door flexwerk. Die flexwerkers krijgen vervolgens rotcontractjes voor weinig geld (terwijl ze per uur juist meer zou moeten verdienen dan mensen in vaste dienst) en moeten het maar slikken. Voor jou tien anderen.

Morele verontwaardiging

In de journalistiek is het gebruikelijk dat redacteuren en programmamakers eindeloos halfjaarcontractjes aan elkaar rijgen. Zelfs als zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer tevreden is, moet de opdrachtnemer op een gegeven moment vertrekken omdat de werkgever hem anders een vast contract moet aanbieden. De goed functionerende redacteur vliegt eruit en er komt er een vacature voor een nieuwe redacteur.

Dit is het gevolg van door vakbonden en de PvdA bedachte wetgeving om werkgevers te dwingen medewerkers na verloop van tijd vast aan te nemen. Dat dit vervolgens niet gebeurt en de wet dus precies het tegenovergestelde bereikt van wat hij beoogt, is dan maar jammer. Telkens als ik dit aan een PvdA’er of vakbondsfiguur probeer uit te leggen, komt er slechts morele verontwaardiging: ‘Maar die werkgevers moeten die mensen gewoon aannemen!’ Van morele verontwaardiging kunnen flexwerkers niet eten.

Flexibele schil

Een van de smerigste begrippen uit het bedrijfsleven is de ‘flexibele schil’. Dat zijn de werknemers waar je makkelijk vanaf kunt als je even minder mensen nodig hebt. Bijna elk bedrijf zit tegenwoordig zo in elkaar: je hebt een harde kern van vaste medewerkers waar je door dichtgetimmerde cao’s nooit vanaf kunt, ook al voeren ze geen lor uit, en een groot contingent keihard werkende zzp’ers en flexwerknemers die je kunt dumpen bij tegenslag. Zij dragen als het ware het bedrijfsrisico dat het bedrijf zelf niet meer wil dragen. Als ze werkloos worden is er nauwelijks een vangnet.

Het besluit de ontslagboete voor bedrijven grotendeels te handhaven lijkt sociaal, maar is het niet per se. De enorme groep flexwerkers en zzp’ers betaalt de prijs.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Op dieet met Teun, deel 2: het sportdieet

TeunIn de media

op dieet met teun sportdieet

Iedere ochtend staat Teun op de weegschaal. Een gezond BMI jazeker, maar blij is hij niet met zijn spiegelbeeld: ‘Ik kijk in de spiegel en zie een buik die er op zich mee door kan. Toch ben ik ontevreden met wat ik zie: te dik, te weinig gespierd, niet mooi genoeg.’

Ook is Teun bang voor toekomstig overgewicht. Daarom zal hij dit jaar steeds een maand lang een ander dieet uitproberen en hierover verslag uitbrengen in de Volkskrant. Valt hij af? Is het vol te houden?

‘Is één dieet zaligmakend? Of kan ik uit alle voedingspatronen lessen leren die samen tot een nieuwe gezonde leefstijl leiden?

Dieet 2: het sportdieet

Teuns tweede dieetpoging is het sportdieet, oftewel ‘veel trainen, weinig vet en veel koolhydraten en eiwitten eten.’ Totaal anders dan het ketodieet, dat Teun in zijn eerste dieetmaand uitprobeerde; toen at hij juist veel vet en weinig koolhydraten.

Het zesmaal per week sporten went snel. Ook al schaamt Teun zich een beetje voor zijn ijdele verlangen gespierder te zijn. Bovendien groeide hij op in een milieu waar het lichaam bijzaak was ‘en aan sport deed je niet’.

‘In de spiegel zie ik al resultaat en dat stimuleert, maar het kan nog beter en dat stimuleert ook. Wat ik ook doe, ik móét sporten. Opdrukken gaat ietsje makkelijker, ik ren tien kilometer in een uur en mijn gewichten worden steeds zwaarder. Het gaat lekker.’

Corona

Maar door corona wordt alles anders. Niet meer buiten hardlopen, maar thuis afzien op de crosstrainer, ‘een afschuwelijk, geestdodend apparaat’, en niet meer naar de personal trainer, maar sporten op afstand met opgestuurde work-outvideo’s.

De quarantainemaatregelen zijn destructief voor Teuns welzijn: ‘Ik word bevangen door zelfhaat, omdat ik niet productief ben. Sporten helpt mij om de leegte, de sleur en de destructieve gedachten te verdrijven. Een uur mijzelf pijnigen en nergens aan denken en ik voel me weer goed over mezelf.’

Met het eten gaat het daarentegen een heel stuk minder goed. ‘Ik stop met het nauwkeurig afwegen van wat ik eet. Ik wil troost en gezelligheid. Ik eet taarten die mijn thuislerende dochter om de haverklap bakt, maak tripjes naar de keuken om te snaaien en trek net als veel andere Nederlanders aan het eind van de middag flessen wijn open.’ Teun wordt zwaarder en zijn buikomvang groeit.

Tót hij de knop na een interventie uiteindelijk weet om te zetten:

Ik heb (nog) geen sixpack, maar ben wel gespierder in buik en armen en ik voel mij fit. Alleen al dat vlees eten zit me dwars. Ik krijg steeds meer tips dat intensief sporten ook gaat zonder vlees, daarom ga ik hierna een maand strikt veganistisch eten. Kijken of ik net zo fit kan blijven.

Verder lezen

Lees Teuns zeer uitgebreide verslag over zijn sportdieet-maand hier op de website van de Volkskrant.

En lees hier over Teuns eerste dieetmaand: het ketodieet.

Deel dit bericht

Dat we weer overvolle vliegtuigen in mogen, is niet verbazingwekkend

TeunColumns & verhalen

Schiphol vliegen gate

Vliegen is heilig in Nederland. Dat we weer allemaal overvolle vliegtuigen in mogen, is hoogst merkwaardig maar niet verbazingwekkend. Sinds mensenheugenis heeft de Nederlandse politiek er alles aan gedaan om de luchtvaart te behagen: jaar in jaar uit heeft Schiphol mogen groeien en klachten over geluidsoverlast, fijnstof en andere milieuschade werden weggewimpeld, vaak door creatief met normen om te springen.

Zo bestaan rondom Schiphol zogenaamde ‘geluidscontouren’ met een gemiddeld geluidsniveau over de hele dag. Ook de momenten waarop er niets overvliegt, tellen dus mee. Het schreeuwende lawaai van een overvliegende Boeing 777 of een Megaliner van Airbus worden in de statistieken verdund tot verwaarloosbaar geluid.

Vliegveld Lelystad

En dan zijn er de plannen voor het vliegveld bij Lelystad. Volgens de burgemeester van Harderwijk zou de coronacrisis zomaar nieuwe kansen kunnen bieden. Hij twitterde een paar dagen geleden: ‘Wanneer de vliegtuigen vanwege corona met veel minder passagiers mogen gaan vliegen, vraagt dit met de huidige capaciteit of om minder te gaan vliegen of om meer vliegtuigen. Lelystad Airport komt daardoor in een ander perspectief te staan en misschien is opening dan wel eerder nodig in plaats van later.’

De burgemeester reageerde stomverbaasd op de felle kritiek die zijn tweet uitlokte: ‘Ik houd hiermee ook geen pleidooi voor eerdere opening, maar ik stel gewoon een vraag.’ Juist. Het zou natuurlijk kunnen, maar doorgaans stellen politici en bestuurders zelden ‘gewoon een vraag’.

Veilig vliegen

De inschatting van de burgemeester dat vliegtuigen met minder passagiers gaan vliegen, lijkt sowieso niet te kloppen. Zo komen er geen regels om aan boord anderhalve meter afstand te houden. Is dat niet gevaarlijk? Volgens Jaap van Dissel, tegenover de NOS, is de kans dat iemand met corona een heel vliegtuig besmet buitengewoon klein: ‘Dat heeft zich nog nooit voorgedaan. Terwijl mensen brakend met ebola in toestellen hebben gezeten, bij wijze van spreken. En vaak heeft dat überhaupt geen besmettingen opgeleverd.’

Áls iemand toch besmet blijkt, dan kun je later via contactonderzoek heel makkelijk andere, mogelijk besmette personen opsporen. Dat de anderhalvemeternorm in het vliegtuig niet wordt gehanteerd, snapt Van Dissel wel: ‘Ik kan me voorstellen dat het ingewikkelder is om dat in vliegtuigen aan te kunnen houden, om toch nog tegen redelijke prijzen te kunnen vliegen. Maar in eerste instantie is het aan vliegtuigmaatschappijen om te laten zien dat ze mensen op een veilige wijze vervoeren.’ 

Eigen verantwoordelijkheid

Uitermate vreemd allemaal. Jaap van Dissel is viroloog en wat een maatregel voor de vliegprijzen betekent, is niet zijn vakgebied. Maar als het overeind houden van bedrijfstakken nu toch ook tot zijn pakket behoort, waarom kan dit dan niet in theaters en restaurants? Die dreigen ook failliet te gaan met zo’n lage bezettingsgraad. En als in je in vliegtuigen alleen de mensen direct om je heen kunt besmetten, dan is het in schouwburgen en de horeca ook zo. En ook daar kun je, als iemand toch ziek is geworden, met een goed reserveringssysteem prima achteraf contactonderzoek doen. 

Tenslotte de eigen verantwoordelijkheid die voor luchtvaartmaatschappijen zo belangrijk is. De theaters waren al voor de absurde afkondiging van 30 personen in het publiek als maatregel bezig met plannen om zoveel mogelijk mensen binnen te kunnen laten met inachtneming van alle richtlijnen, inclusief de anderhalve meter. Daar heeft de regering niets mee gedaan. Vliegen is heilig in Nederland. 

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Kapitalisme was leuk, maar niet tijdens de crisis

TeunColumns & verhalen

geld euro biljetten kapitalisme

‘Rechts lullen, links zakkenvullen’, Roland Duong, televisiemaker met wie ik vele programma’s heb gemaakt, zag haarscherp waar het op neer kwam tijdens de grote bankencrisis. De verkopers van smerige financiële producten, de snelle jongens van ‘live hard and play hard’ waren er voor de crisis (en snel daarna helaas ook weer) volledig van overtuigd dat ‘succes een keuze’ was.

Of je het maakte, lag aan jezelf, omdat je slimmer was dan anderen, harder werkte en mogelijkheden zag én pakte, waar anderen lagen te slapen. Daarbij hoorde dus ook de verkoop van rommelhypotheken. Het was niet fout om die te verkopen, maar juist hartstikke slim. Wie ze kocht was dom. Hadden die sukkels maar beter moeten opletten. De regeltjes gelden voor anderen.

Rechts lullen

Rechts lullen deden de snelle jongens: ze wilden minder belasting voor bedrijven, minder belemmeringen om wereldwijd handel te drijven, makkelijker personeel ontslaan, meer flexibele krachten en minder gemeenschapsgeld naar uitkeringen. Je moest immers zélf je succes maken en niet bij de overheid je hand ophouden. Ze verplaatsten hun fabrieken naar lagelonenlanden en hun hoofdkantoren naar belastingparadijzen (Nederland).

De allerrijksten gingen zelfs op tropische eilanden wonen, waar ze dan meer dan de helft van het jaar moesten verblijven om geen belasting te hoeven betalen. En waarom niet? Zij hadden al die rijkdom toch zelf verdiend? Waarom een deel van de miljarden delen met die arme krabbelaars die niets van hun leven wisten te maken?

Kapitalisme was leuk

En toen stortte de boel in elkaar. Banken gingen failliet en nog heel veel meer banken stonden op omvallen. Drie keer raden wie er meteen bij de overheid de hand kwamen ophouden als de eerste de beste uitkeringstrekker? Juist, die banken. Kapitalisme was leuk, maar nu even niet. Rechts lullen, links zakkenvullen dus. En natuurlijk kregen ze die steun ook. Want de banken waren too big to fail. Ze waren zo groot dat het de economie een enorme schade zou bezorgen als ze niet overeind zouden worden gehouden.

Gelijke kansen

Strikt theoretisch is een hard en zuiver kapitalistisch systeem misschien onsympathiek, maar wel eerlijk: iedereen begint met gelijke kansen aan een race en de sterkste wint. De verliezer krijgt misschien nog een paar grijpstuivers om te kunnen overleven, maar meer niet.

Alleen sluit de praktijk niet aan bij het model. Al bij de start zijn de kansen niet gelijk: de één heeft meer talent dan de ander (jammer dan?) en degene die opgroeit met de rijke papa en mama in de goede buurt in het juiste land, staat meteen al 10-0 voor op de arme sloeber in het arme land: minder goede scholen, minder goede connecties, minder kansen op een goede baan.

Too big to fail

Als je geluk hebt (sorry: als je briljant bent), word je ceo van een bedrijf dat te groot is om om te vallen. Je verplaatst je hoofdkantoor naar een land (Nederland) waar je nauwelijks belasting hoeft te betalen, je ontslaat een groot deel van je personeel, laat het werk doen door flexwerkers waar je ook in crisistijd makkelijk en straffeloos vanaf kunt én ontvangt een dikke bonus. En ook als je miljarden in kas hebt, sta je vooraan in de rij om staatssteun te ontvangen. Rechts lullen, links zakken vullen. We leven in een too big to fail-economie.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Vakantie in Nederland: ons eigen land is ongelooflijk mooi

TeunColumns & verhalen

Vakantie Nederland meer laarzen

In de ochtend barst het gekwetter los. We zitten in een huisje in een bos in Noord-Limburg waar veel vogels wonen. Vooral merels en mezen. In de verte koekoekt de koekoek, kraaien krassen, duiven koeren en een specht tikt zijn partijtje mee. Andere vogelgeluiden herken ik nog niet. En dan moet ik de beestjes ook nog zien te ontwaren tussen de bladeren. Dat is nog knap lastig. Vooralsnog hoor ik meer dan ik zie. Ik neem mij voor meer te leren over vogels.

Bij de eerste stralen van de zon ga ik op het terras zitten en kijk ik het bos in. Op een houten stoel naar de bomen en struiken staren. Er zouden hier reeën zijn, maar die heb ik nooit gezien. Wel schieten eekhoorns voorbij.

Liefdesdrama

Voor mijn ogen ontspint zich een klein liefdesdrama tussen twee merels. Een donkerbruinig vogeltje (vrouw) probeert een zwart exemplaar (man) het hof te maken. Ze heeft iets gevangen – een worm? – en deelt het met de man. Hij neemt het geschenk aan en verdwijnt meteen door het struweel. Zij kijkt verdwaasd om zich heen – waar is die kerel nou? – en hopt dan achter haar object van begeerte aan. Telkens als die twee herenigd zijn, neemt het mannetje weer de benen. Ik zie het verdriet in haar kraaloogjes, ‘hou van mij!’, maar ze geeft niet op. Hij is gewoonweg te mooi en aantrekkelijk. Inmiddels zijn ze aan de rand van het bos. De man heeft er genoeg van en vliegt weg. Zij blijft achter op de grond. Maar aan het eind van de dag zie ik een merelpaar samen onder een eikenboom zitten! Zou dit het stel van vanochtend zijn? David Attenborough zou het in zijn natuurseries zeker zo hebben gemonteerd.

Op vakantie naar het buitenland

Hier om de hoek ligt een meer. Ooit werd hier zand gewonnen, maar toen dat stopte, werd de enorme krater in het landschap aan de natuur gegeven. Het is een meer geworden zoals ik die uit Zweden ken, met naaldbomen, duinen en heide eromheen. Her en der drijven kleine eilandjes in het water, door vogels gebruikt als pleisterplaats. In kleine plassen kwaken de padden. Het water is helder. Ik zie tientallen paddenkopjes. Om de kwetsbare flora en fauna te beschermen, mag je in dit meer niet zwemmen, laat staan waterscooteren. Misschien is het hier daarom zo aangenaam rustig.

Ik heb vrienden die deze zomer al weer naar het buitenland op vakantie willen. Het is de vraag of dat überhaupt kan. Eén vriend wil naar zijn riante buitenhuis in Spanje. Je moet daar twee weken in quarantaine, maar dat mag – schijnt – ook in je eigen huis. Dat betekent in zijn geval snel boodschappen doen en dan thuis weer het zwembad in. Dat klinkt niet als een straf. Maar je moet er wel heen. Dus of vliegen (wie wil dat nu?) of heel lang in de auto met waarschijnlijk eindeloos oponthoud bij de grenzen. En dan zijn we op dit moment ook nog eens weinig geliefd in Zuid-Europa.

Vakantie in eigen land

Nederland is ongelooflijk mooi. Zoveel schitterende plekken: Twente, Drenthe, de Achterhoek, Zeeland, de Veluwe, het Lauwersmeer, Limburg, de Wadden! Ik zou lekker in eigen land blijven. Brengen we onze economie ook een beetje op gang.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Van Engelshoven moet niet geschokt door programmaboekjes bladeren, maar aanpakken

TeunColumns & verhalen

cultuur theater licht leeg corona

Arme cultuur. Én corona én een minister die er niks van bakt. Het gestuntel begon al toen de theaters dicht moesten. In plaats van de sector moed in te praten en overal met vuur verkondigen hoe belangrijk beeldende kunst, muziek, dans en theater zijn, liet Ingrid van Engelshoven bij het eerste zuchtje tegenwind meteen de schouders hangen: ‘Dit seizoen is voor de culturele sector helaas toch echt verloren. Ik kijk met pijn in mijn hart naar de seizoensgidsen voor volgend jaar.

Driehonderd miljoen

Ontluisterend. Als bezoeker van concerten en theatervoorstellingen mag ik met pijn in het hart naar seizoengidsen te kijken. De artiesten en de schouwburgdirecteuren ook. Zij maken zich zorgen over of ze niet failliet gaan. Een minister moet niet geschokt door programmaboekjes bladeren, maar aanpakken. Zij is minister. 

Na een storm van protest en een optreden van Cornald Maas, die het betoog hield dat de minister had moeten houden, kwam er toch geld. Driehonderd miljoen. Maar dat geld gaat voornamelijk naar theaters, musea en gezelschappen die toch al subsidie krijgen. 

Artiesten worden gestraft

Nu ben ik voor cultuursubsidie, maar dit is krom. De afgelopen jaren zijn artiesten en schouwburgen onder het bewind van de staatssecretaris van Cultuur die niet van cultuur hield, Halbe Zijlstra, meer zelf geld gaan verdienen en minder afhankelijk geworden van subsidie. Veel artiesten werden zzp’ers die van voorstelling naar voorstelling hopten. Nu worden ze daarvoor gestraft. 

Want als er al een subsidierelatie is, zo heet dat in ambtelijk jargon, dan is het makkelijker die relatie te intensiveren en dus wat meer subsidie te geven. Maar de gezelschappen en instanties die zelf voor hun inkomsten zorgden, staan nu met lege handen. 

Particuliere geldschieters zijn weg, er worden geen kaartjes verkocht en de opbrengsten van de bar en de parkeergarage zijn opgedroogd. En de zzp’ers? Van Engelshoven noemde hun situatie ‘geen vetpot en niet leuk als je daar onder valt’.

Een uitermate succesvolle bedrijfstak

Mocht u nu denken dat onze cultuur van subsidies aan elkaar hangt, dan heeft u het mis. Het overgrote deel van de inkomsten van theaters en gezelschappen wordt zelfstandig, commercieel, gegenereerd. Het gaat hier dus om een uitermate succesvolle bedrijfstak, die net als andere sectoren overeind moet worden gehouden. 

Voor de geest en de verbeelding, maar ook voor de economie, de banen en de bezoekers die (met hun portemonnee) van elders komen om een optreden te zien. De reactie van de minister op deze kritiek: ‘Je kunt heel lang treurig zijn over wat je niet hebt gekregen, maar je kunt ook kijken naar wat je wel hebt.’

Weet van Engelshoven wel wat er speelt in de theaterwereld?

Onlangs liet premier Rutte weten dat de theaters op 1 juni weer open kunnen. Voor dertig man. Dat is inclusief acteurs, technici en kaartjesknippers. Uiteindelijk houd je misschien tien, vijftien man publiek over. Hoe kun je daarvoor een theater openen? Dat kost bakken met geld. 

Waar komt zo’n maatregel vandaan? De mensen uit de theaterwereld waren er elk geval niet over geraadpleegd. En de minister? Of ze wist niet dat Rutte dit tijdens zijn persconferentie zou melden en dan heeft ze niets in te brengen in het kabinet. Of ze heeft er vooraf haar zegen aan gegeven en dan weet ze niet wat er speelt in de theaterwereld. 

Ik weet niet wat erger is. Arme cultuur.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Wie kun je beter uitknijpen dan loyale werknemers?

TeunColumns & verhalen

verpleegkundige loyale werknemers

Wanneer je een tijdelijk contract hebt, werk je vaak keihard. Lange uren maken, in de avond doorgaan en ook in het weekend nog wat doen? Tuurlijk. Buiten werktijd appen met de baas, altijd de telefoon opnemen als collega’s bellen én alle borrels en meetings bezoeken waarin de zoveelste strategische routekaart van het bedrijf door de zoveelste manager wordt uitgerold? Geen enkel probleem!

Geen haar op je hoofd die eraan denkt grenzen te stellen. Met een tijdelijk contract kun je je dat niet permitteren. Grenzen stellen is carrière-suïcide. Je moet goed zijn, nooit steken laten vallen en altijd beschikbaar zijn. Je bent loyaal aan je werkgever en hoopt dat die werkgever ook loyaal is aan jou. En zolang hij je contract zonder gevaar kan verlengen, is hij dat ook.

Maar dan komt het punt dat je recht hebt op een vast contract. Wat gebeurt er dan? Het contract wordt niet verlengd, want het bedrijf heeft geen zin of ‘geen ruimte’ om een vast contract aan te bieden. De tijdelijke werknemer wordt vervangen door een andere tijdelijke werknemer en het spel begint weer van voren af aan. Daar sta je dan met je loyaliteit. 

De wijkverpleegkundige

Ooit liep ik een weekje mee met een aantal wijkverpleegkundigen. De dames – het zijn meestal dames – renden van adres naar adres. Geen tijd te verliezen. Per minuut hielden ze bij welke handelingen ze verrichtten. Voor de verzekeraar. Zodat die ervan op aan kan dat er geen nutteloze handelingen worden verricht, zoals een gezellig praatje met de vaak eenzame en kwetsbare ouderen. De zorg moet wel efficiënt en betaalbaar blijven.

De wijkverpleegkundigen die ik sprak hadden het er moeilijk mee. Niet alleen omdat met iets meer zorg aan huis duurdere zorg in het ziekenhuis kan worden voorkomen, maar vooral omdat ze het onmenselijk vonden tegenover hun cliënten. Dus wat deden ze? Na werktijd gingen ze vaak nog even terug naar de meneer of mevrouw voor wie ze zorgden. Even een boodschap voor ze doen en een kopje koffie drinken. Uit eigen zak dus, als je het in geld wilt uitdrukken. Uiteraard weten hun bazen en de verzekeraars dat dit gebeurt. Fijn toch! Die loyaliteit van de verpleegkundigen bespaart geld.

Misbruik van loyale werknemers

Uit verzorgingstehuizen hoorden we de afgelopen weken de verhalen van medewerkers die zonder beschermingsmiddelen moesten werken. Levensgevaarlijk. Toch deden ze het, omdat ze het niet over hun hart kunnen verkrijgen de mensen die zij onder hun hoede hebben in de steek te laten. Ze werkten – en werken – lange dagen onder erbarmelijke omstandigheden voor weinig geld. Ook hier wordt weer misbruik gemaakt van loyale medewerkers met hart voor de zaak.  

Nu zijn er corona-optimisten die denken dat dit allemaal anders wordt als het vermaledijde virus is bedwongen. Dat we een catharsis zullen ervaren, dankbaar zullen zijn en opeens zullen zien wat echt belangrijk is. Ik vrees van niet.

Nieuwe wetten en regels

Na deze crisis moeten bedrijven en de overheid heel veel schulden wegwerken en geld verdienen. En wie kun je daarvoor beter uitknijpen dan de hondstrouwe, loyale medewerkers? Medewerkers die zich zonder redelijke beloning toch wel voor je in het zweet werken? Als we dat willen veranderen, dan moeten we niet hopen op een ethisch reveil, maar nieuwe wetten en regels maken.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Ondernemers jengelen niet, Angela de Jong

TeunColumns & verhalen

televisie afsstandsbediening

Beste ondernemers, houdt u wel een beetje rekening met Angela de Jong, de televisierecensente van het AD? Want het is misschien begrijpelijk dat u zich zorgen maakt over de toekomst – uw zaak is al een tijdje gesloten, u vraagt zich af of u uw personeel nog wel kunt betalen of dat u mensen moet ontslaan, maar jengel daar als je blieft niet over op televisie.

En mocht u dan wel jengelen (voor de duidelijkheid, zo noemt Angela dat, niet ik), wilt u dan in ieder geval zo vriendelijk zijn om niet aan de regering, aan Rutte te vragen wat nu helemaal het plan voor de toekomst is als er binnen afzienbare tijd geen vaccin voor het verdomde virus wordt gevonden.

Vraag niet om perspectief

Vraag niet hoe en onder welke omstandigheden theaters, cafés en restaurants weer open kunnen, of en hoe we toch weer naar ons werk kunnen, hoe musici weer kunnen optreden en acteurs weer op het podium kunnen staan, onze kinderen weer naar school kunnen en hoe we in de anderhalvemetersamenleving in het openbaar vervoer kunnen rijden. En vraag al helemaal niet of werkelijk iedereen binnenhouden tot sint-juttemis de oplossing is.

Met andere woorden: vraag niet om perspectief, want daar kan onze Angela niet tegen: ‘Er is één ding dat ik nog beuer ben dan het thuiszitten. En dat zijn mensen op tv die ‘perspectief’ missen van de overheid. Ik kan dat woord niet meer horen en ik kan geen klagende deskundige of ondernemer meer zien.’

Nu opeens, begrijp ik Angela de Jong

Soms krijg je een diep inzicht. Dan zie je de dingen. Nu opeens, begrijp ik Angela de Jong. Dat komt door de woorden ‘mensen op tv’ in het vorige citaat. Angela heeft niks tegen jengelende ondernemers, maar niet op televisie! Angela schrijft namelijk over televisie. En als ze niet schrijft over televisie of op televisie praat over televisie, dan kijkt ze televisie. Uren en uren achterelkaar. En wat verlangt ze van die televisie? Dat die altijd overal programma’s, presentatoren en gasten laat zien die zij leuk vindt. En jengelende ondernemers vindt zij niet leuk. Die wil ze niet zien.

Misschien dat Angela de noden van die ondernemers – in het echte leven, buiten de televisie – niet helemaal begrijpt. In haar column vergelijkt ze hun problemen met haar eigen probleempjes: ‘Ik mis een cappuccino op een terrasje. Ik mis een goede reden om iets anders aan te trekken dan een joggingbroek. Ik mis Boulevard waarin het over de zoveelste geheime minnares van Marco Borsato gaat’ enzovoort enzoverder.

Voor haar levert corona niet de angsten en onzekerheden op die ondernemers wel kennen. Sterker nog, ze vindt het allemaal best gezellig: ‘Het geeft gek genoeg ook een gevoel van saamhorigheid en gezelligheid, alsof Oranje moet spelen en covid-19 de tegenstander is die we met z’n allen in de pan gaan hakken.’

Je bedrijf in rook zien opgaan

Wouter de Winther zei laatst bij Jinek dat de meeste ambtenaren en wetenschappers die zich over de toekomst van de anderhalvemetersamenleving buigen een vast contract hebben en zich niets kunnen voorstellen bij de pijn en de angsten van ondernemers die hun bedrijf in rook zien opgaan. Die angst is reëel. Om die af te doen als gejengel is schandalig.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal

Bij Jinek: de resultaten van een maand sportdieet

TeunIn de media

Teun van de Keuken sportdieet Jinek

In 2020 test Teun een maand lang steeds een ander dieet uit. Hij begon het jaar met het ketodieet (waar hij inderdaad van afviel). Om vervolgens met een sportdieet aan de slag te gaan.

Samen met Esther van Etten, de sportdiëtist die Teun begeleidt in zijn poging gezonder door het leven te gaan, zit hij bij Jinek om te vertellen over deze sportieve dieetpoging.

Opgestroopte mouwen

‘Ik heb nooit in mijn leven op een sport gezeten,’ zegt Teun. Maar het dieet waarin zes dagen per week moet worden gesport blijkt hem toch goed af te gaan. Teun, die met opgestroopte mouwen aan tafel zit, zegt minder last te hebben van inzakkers en vindt alles eigenlijk makkelijker gaan.

Wel vond hij het vele vleeseten lastig. Daarom wordt zijn derde dieetpoging een veganistische.

Als een foto wordt getoond van Teun met ontbloot bovenlijf op een crosstrainer merkt Jinek veel progressie op. Teun is het met haar eens: ‘Ik vind het niet slecht.’

Lees en kijk verder

Lees hier meer over Teuns ervaringen met het sportdieet.

Lees hier meer over Teuns ervaringen met het ketodieet.

En bekijk hier het fragment terug op de website van Jinek (30 april 2020).

Deel dit bericht

Supermarkt, stop met verkoop van schandefruit

TeunColumns & verhalen

banaan met logo fairtrade schandefruit

Terwijl het coronaspook door de wereld waart, gaat ook andere ellende gewoon door. Neem groente en fruit in onze supermarkten: van een groot deel is absoluut niet te zeggen of die op een humane manier is geoogst.

Eerlijke waar

Dikke kans dat de sinaasappelen die u vrolijk bij uw oranje ontbijt serveert, zijn geplukt door arme immigranten in Spanje die veel te lange dagen maken, ver onder het minimumloon worden betaald en geen enkele rechten hebben. Tomaten in blik uit Italië? Zelfde verhaal. En dit geldt nog voor veel meer groente en fruit uit deze landen. Zelfs voor biologische.

Helaas kunnen wij als klanten die eerlijke waar willen kopen, op geen enkele manier weten welk van deze producten wel op een fatsoenlijke manier zijn geproduceerd en welke niet.

Garanties

Onlangs interviewde ik voor de Keuringsdienst van Waarde een mevrouw van het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), de brancheorganisatie van supermarkten, over dit onderwerp. De tafel lag vol met groente en fruit. Een voor een pakte ik de producten op en vroeg haar of ze kon garanderen of het onder eerlijke omstandigheden was geproduceerd. Dat kon ze niet. Alleen weigerde ze dat zo expliciet te zeggen.

Ze bleef haar mantra herhalen dat ‘als ze zich in die landen aan de wetten houden, dan is het eerlijk.’ ‘Maar is het eerlijk?’ ‘Als ze zich aan de wetten houden…’ Dat ging nog een tijdje zo door. We kunnen dus domweg niet weten of onze bloedsinaasappels uitbuitingssinaasappels zijn.

Fairtrade

Daarmee gaat het aloude excuus van producenten en verkopers van rommelwaar dat zij deze producten verkopen ‘omdat de klant het wil’ dus niet op. We weten het immers niet. Voor landen in Afrika en Azië, waaraan volgens de zichzelf superieur wanende westerse mens een luchtje zit, hebben we fairtrade bedacht. Producten uit die verre oorden, met hun corruptie en mensonterende behandeling van kinderen en andere arbeiders, deugen niet, tenzij onze sticker van goed gedrag het tegendeel bewijst. 

Hoewel er van alles op dit systeem is aan te merken – maar heel weinig van wat de consument extra betaalt komt bij de boeren en arbeiders terecht – zijn de arbeidsomstandigheden bij fairtrade meestal toch beter dan bij niet- fairtrade. Áls die producten uit ‘fairtrade-landen’ komen.

Het gekke is namelijk: elk westers, Europees land is per definitie oké, want daar hebben ze die goede wetten waarmee het CBL schermt. Daar kunnen dus geen fairtrade-producten vandaan komen. Neem de hazelnootpasta van Fairtrade Original. Alle ingrediënten die uit ontwikkelingslanden komen, zijn fairtrade gecertificeerd, maar de hazelnoten zelf niet, want die komen uit Turkije en ook een beetje uit Italië en dat zijn uiteraard eerlijke landen met eerlijke wetten. In Turkije worden hazelnoten onder anderen door vluchtelingenkinderen geplukt. Ook uit ons eigen Westland kennen we verhalen van uitbuiting van arbeidsmigranten.

Schandefruit

Wij klanten willen weten of onze producten eerlijk zijn geproduceerd. Daarvoor zouden we fairtrade kunnen uitbreiden naar alle landen van de wereld, met een ingewikkeld systeem van controles. Of de supermarkten nemen hun verantwoordelijkheid en zorgen dat ze echt weten wat er bij hun in de schappen ligt. Ze knijpen hun leveranciers niet langer uit, betalen hun een eerlijke prijs en stoppen met de verkoop van schandefruit.

Deze column verscheen eerder in de Volkskrant.

Deel dit verhaal